Dieren in dienst

Dieren als werknemers, beestachtig!? t/m 25 oktober in het Noordbrabants Natuurmuseum te Tilburg.

Nederlanders besteden kapitalen aan de gezondheid, verzorging en voeding van hun huisdieren. Aan de andere kant wil het merendeel een goedkoop eitje en een niet te dure karbonade - afkomstig van dieren uit de bioindustrie die in hun leven het daglicht niet gezien hebben.

Midas Dekkers karakteriseerde deze tweeslachtigheid eens met de tweedeling in konijnenliefhebbers en liefhebbers van konijn. Zo heb je ook vogelliefhebbers, die tégen het houden van vogels in een volière zijn en vogelliefhebbers die een vogel pas mooi vinden als hij in een kooi zit.

Wat is onze verhouding tot het dier? Waarom houden wij huisdieren? Dit soort vragen zijn van betrekkelijk recente datum en kenmerkend voor onze niet-agrarische, stedelijke cultuur. Tot in de eerste helft van deze eeuw vervulden dieren nog hoofdzakelijk de functie van "nutsdier'; het begrip "gezelschapsdier' was nog niet uitgevonden. Katten werden gehouden om muizen te vangen, honden waren waak- of trekhond, paarden werkten op het land en trokken de wagen van de melkboer en tortelduiven werden in kooitjes gehouden om mensen voor gordelroos te behoeden.

Het Noordbrabants Natuurmuseum te Tilburg heeft onlangs een tentoonstelling ingericht over "Dieren als werknemer'. Eeuwenlang vervulden dieren allerlei functies, die thans door machines en andere technische apparaten worden verricht. Deze verandering heeft eigenlijk pas plaats gevonden in de loop van deze eeuw - en vooral sedert de Tweede Wereldoorlog.

Ossenploegen

Zo gebruikte de Nederlandse Heidemaatschappij tot aan het begin van deze eeuw nog ossenploegen. Op de tentoonstelling is een maquette te zien van een baggermolen die letterlijk door paardekracht werd aangedreven. Honden verzorgden het karnen van melk door in een tredmolen rond te lopen en bij gebrek aan waterleiding pompten ze op dezelfde wijze drinkwater naar boven. Postduiven deden hun naam nog eer aan. De tentoonstelling bevat minuscule briefjes van perkament, die in 1635 door postduiven van stadhouder Frederik Hendrik naar het garnizoen in Venlo werden gezonden, dat door de Spanjaarden werd belegerd.

Een glazen buisje bevat bloedzuigers die bij het aderlaten werden gebruikt, een vitrine is gewijd aan de valkenjacht, terwijl elders op de tentoonstelling fraai gesmede koperen hondenhalsbanden, muilkorven en jukken te zien zijn.

Kwelspelen

Een hoek is gewijd aan kwelspelen, zoals ganstrekken, katknuppelen en dassen- en hanengevechten, die tot in de vorige eeuw op vele plaatsen in ons land tot de folklore behoorden. Deze spelen hadden een ritueel tintje: ze waren gebonden aan vaste punten op de kalender, het begin van de vasten, bij half-vasten en het begin van de lente. De dieren die het slachtoffer waren, hadden gemeen dat zij een scheidslijn markeren van twee werelden: de kat als dag- en nachtdier, de gans als dier dat op het land en in het water leeft, de das als schemerdier en de haan als aankondiger van de dag aan het einde van de nacht.

Andere wetenswaardigheden, bijvoorbeeld volksnamen als spitdraaiershonden en prinkheren komen aan bod in het boek "Dieren als werknemers' (tevens catalogus) van de historica Renate van de Weijer, die ook leiding gaf aan deze fraaie tentoonstelling.