Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Religie

Deportatie kloosterlingen herdacht

ROTTERDAM, 6 AUG. In het Trappistinnenklooster in Berkel-Enschot (Noord-Brabant) en in het Trappistenklooster bij Tilburg wordt deze week herdacht dat in de vroege zondagmorgen van 2 augustus 1942 zes kloosterlingen van joodse afkomst (drie zonen en drie dochters uit het gezin Löb van Gelder) door de Duitsers uit deze kloosters werden gehaald en naar het concentratiekamp Westerbork zijn gebracht. Van daar werden zij - als onderdeel van een groep van 92 katholiek-gedoopte joden, onder wie in totaal 21 kloosterlingen als ook de bekende joods-katholieke filosofe dr. Edith Stein - naar Auschwitz gedeporteerd en daar gedood. Een andere zoon uit het gezin Löb kwam in februari 1945 in Buchenwald om het leven.

Het Trappistinnen-klooster, dat in 1937 in Berkel-Enschot werd gesticht, is nu een van de weinige bloeiende kloostergemeenschappen in Nederland. Zij telt bijna vijftig zusters, waaronder nog heel jonge zusters. Vrouwen die luisterend bidden en met handarbeid in hun onderhoud voorzien.

Dat in augustus 1942 katholiek-gedoopte joden werden opgepakt, was een kwestie van Duitse wraak. Een maand eerder hadden de Nederlandse kerkgenootschappen ,waaronder de roomskatholieke kerk, in een telegram aan de Duitse bezettingsautoriteiten geprotesteerd tegen de verscherping van de jodenvervolging. Vervolgens was dat op zondag 26 juli in de meeste kerken voorgelezen. De Nederlandse bisschoppen deden daar nog een eigen herderlijke brief bij.

De daaropvolgende maatregelen van de rijkscommissaris beperkten zich tot de katholieke kerk. Ruim zevenhonderd katholieke joden dreigden er het slachtoffer van te worden, maar omdat tweederde van hen gemengd gehuwd was, vielen die buiten de wraakactie. Op 2 augustus werden in alle delen van het land 245 katholieke joden door de Duitse en de Nederlandse politie gearresteerd. Van hen werden 44 alsnog vrijgelaten. De overigen werden hetzij naar het concentratiekamp Amersfoort, hetzij naar Westerbork gebracht.