De goede keus van zeiler José Maria van der Ploeg

BARCELONA, 5 AUG. Als José Maria van der Ploeg zestien jaar geleden niet voor een Spaans paspoort had gekozen, zou Ellen van Langen maandag niet de eerste Nederlander zijn geweest die in Barcelona een gouden medaille won. Nu trok hij zondag zijn boot op de wal, liep op koning Juan Carlos af en zei: “Sire, wij Spanjaarden zijn de allerbesten.” De koning nam Van der Ploeg in zijn lange armen en drukte hem stevig tegen zich aan. Als oud-wedstrijdzeiler heeft hij de meeste wedstrijden van nabij “en met een gevoel van nostalgie” gevolgd.

Maar ook als staatshoofd moet het hem deugd doen dat de winnaar van de Finn-klasse niet helemaal ongelijk had met zijn spontane opmerking. Spanje heeft het olympische zeiltoernooi met een zilveren en vier gouden medailles afgesloten. Ze werden behaald in de Europa-klasse (zilver) en in de 470 (zowel mannen als vrouwen), de Flying Dutchman en de Finn. Alleen kroonprins Felipe, als bemanningslid in de Soling, kwam uiteindelijk niet aan de eindstrijd te pas.

José Maria van der Ploeg (34) was voor de laatste wedstrijd in zijn categorie helemaal niet meer het water opgegaan. Hij was al onbereikbaar voor de concurrentie en wilde niemand in de weg zitten in de strijd om de plaatsen twee tot en met vijf. Hij zegt het bescheiden. Zeilen heeft hij van zijn vader en zijn grootvader geleerd, twee Nederlandse ingenieurs die in Barcelona voor de oliemaatschappij Esso werkten. Hij kent zijn familie in Amsterdam, maar spreekt zelf geen woord Nederlands. Het was dus niet zo moeilijk om te kiezen waar hij zijn dienstplicht zou vervullen. “Ik ben honderd procent Spanjaard, honderd procent Catalaan.” Zijn onuitspreekbare naam leidt ertoe dat vrienden hem liefdevol "Vander' noemen.

Vander is sinds zijn negentiende full time met zeilen bezig en sinds elf jaar trainer van het Catalaanse Zeilverbond. In die functie begeleidde hij Josele Doreste vier jaar geleden naar een eerste plaats in de Finn. Het was de enige gouden medaille voor Spanje in Seoul. Min of meer door toeval is hij nu zelf in dit solo-nummer terecht gekomen. Doreste verkoos de Star, maar werd daarin niet geselecteerd. Van der Ploeg kon het zich dank zij de royale vergoedingen die met het oog op de Spelen aan zeilers werden gegeven, nu voor het eerst veroorloven om zich een tijd lang helemaal op zijn eigen voorbereiding te richten. Die voorbereiding bestond bovendien, anders dan in het verleden, niet uit een paar selectiewedstrijden op het laatste moment maar uit een programma dat zich uitstrekte over verscheidene jaren.

De laatste fase daarvan begon anderhalf jaar geleden. Alle olympische kandidaten moesten vanaf toen in Barcelona gaan wonen. Slechts twee personen kregen dispensatie, onder wie de kroonprins. In het belang van de natie moest hij immers doorstuderen. Iedere vrijdagmiddag werd hij van Madrid naar Barcelona gevlogen om tot zondagavond te kunnen trainen. Door de week was er een vervanger voor hem. De centrale krachttraining miste hij natuurlijk, dus moest hij die alleen in zijn paleis afwerken.

Niet aan de grote vertrouwdheid met het plaatselijke water maar aan die serieuze aanloop is volgens Van der Ploeg het succes van de Spaanse zeil-equipe te danken, waarvoor de Spaanse media de afgelopen dagen lofwoorden tekort zijn gekomen. “Eindelijk een Armada die niet zinkt,” schreef een bekende commentator. “Water is water en wind is wind,” vindt Van der Ploeg. “Het gaat toch echt om de manier waarop je daarop reageert. Om jezelf dus en niet om de omnstandigheden.” Naar zijn idee kan de medaille-oogst ertoe bijdragen om het Spaanse zeilen een bredere basis te geven. Maar met het opgewekte enthousiasme kan alleen iets worden gedaan als de olympische steunprogramma's van overheid en bedrijfsleven worden voortgezet. Spanje heeft een bijzonder lange kustlijn, maar in het binnenland alleen maar wat stuwmeren. Het zeilen is nog altijd vooral een hobby voor de elite en de hogere middenklasse. “Als je niet van de sport kunt leven, zoals ik nu, is er geen uitzicht op handhaving van het huidige hoge peil,” vreest Van der Ploeg.

De Nederlandse bondscoach Jeroen Pels is jaloers op de aanpak die de Spanjaarden hebben gekozen. Met één keer brons (Dorien de Vries op de Lechner-zeilplank) is de medaille-oogst wat karig. “Maar waar de Spanjaarden tien miljoen te verdelen hadden over de selectie, konden wij beschikken over niet meer dan acht ton,” rekent Pels. “De laatste twee dagen stond er eindelijk een behoorlijke wind en meteen zie je dat onze resultaten sterk verbeteren. Voor de Nederlandse zeilers is de winst van dit olympische toernooi, dat we nu eindelijk weten hoe het moet. Je moet lang van te voren serieus naar de Spelen toe kunnen werken met een groep toegewijde mensen. We hèbben goede zeilers, dat staat vast. We zijn niet slecht voor de dag gekomen tijdens deze Spelen. Wat ontbreekt om ook topposities te bereiken is een kader dat het onze zeilers mogelijk maakt om zich geheel aan hun sport te kunnen wijden.”

Wanneer Van der Ploeg hoort, dat een Nederlandse zeiler de Spaanse aanpak ten voorbeeld stelt aan zijn eigen landgenoten, glimlacht hij innemend. Als hij er al ooit aan twijfelde, dan weet hij nu zeker dat hij op zijn achttiende verjaardag de goede keus heeft gemaakt.

    • H.M. van den Brink