Vuil is onsterfelijk; Filosofische roman van Ivan Klima

Ivan Klma: Liefde en straatvuil. Vertaling Kees Mercks. Uitg. Wereldbibliotheek, 254 blz. Prijs ƒ 32,50.

Overspel is voor veel Tsjechoslowaakse schrijvers wat een orthodox-religieuze opvoeding is voor Nederlandse schrijvers: het thema bij uitstek waaraan de auteur zijn bespiegelingen over dood en liefde, politiek en wanhoop ophangt. Iedereen kent De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera. Ook zijn roman Afscheidswals behandelt dit thema. Hetzelfde geldt voor het onlangs vertaalde Liefde en straatvuil van Ivan Klma. Net als in zijn eerdere boek Zomerliefde is overspel het onderwerp. Al die verhalen kunnen gelezen worden als het verslag van een wat banaal slippertje van een schrijver, heimelijk trots op zijn verleidingskunst, dat na maanden of soms jaren veelal eindigt in ruzie en een ontgoochelde terugkeer naar het echtelijke bed.

Klma, in het dagelijkse leven een gelukkig getrouwd en oppassend huisvader te Praag, wil iedere indruk vermijden dat hij hier een persoonlijke driehoeksverhouding van zich af schrijft. Daartoe begint hij met de mededeling dat de optredende personages, inclusief de verteller, niet identiek zijn met enige levende personen. Ook worden de beide vrouwenfiguren in het verhaal zo schematisch en schimmig geschetst, dat ze nauwelijks tot leven komen. Zo komt er in het verhaal bijna geen dialoog voor tussen de hoofdfiguur, een overspelige schrijver, en zijn nieuwe geliefde Darja. Darja is de personificatie van wat Reve ooit eens een kunsttrut noemde: ze beeldhouwt, legt tarotkaarten, doet aan astrologie, leeft helemaal op haar gevoel en is zeer bedreven in de lichamelijke liefde. Van de echtgenote van de schrijver komen we niet veel meer te weten dan dat ze als psychotherapeute graag andere mensen helpt, veel begrip heeft voor haar met zijn overspel tobbende echtgenoot en soms heftig met deuren slaat wanneer het haar zo nu en dan teveel wordt.

Het verhaal van het overspel wordt interessant wanneer de lezer de metafoor erin ontdekt van het eeuwige menselijke verlangen naar een utopie, en het verhaal van de vanzelfsprekend mislukte expeditie naar het paradijs. Liefde en straatvuil is net als de andere hierboven genoemde boeken geschreven in de tijd dat Tsjechoslowakije nog totalitair geregeerd werd. Daarom kan het overspel ook gezien worden als poging om de repressie van het politieke systeem te ontvluchten.

De hoofdfiguur is een schrijver die door zijn dubieuze verleden als dissident en activist tijdens de Praagse Lente voor straf door de staat in een Praagse brigade straatvegers wordt ingedeeld. (In dit opzicht zijn er wel sterke overeenkomsten met Klma's eigen leven). Gelaten en met Tsjechische humor - het middeneuropese equivalent van de Engelse humor - neemt hij deze taak op zich: verschaft het een schrijver immers niet de mogelijkheid om de wereld eens vanuit een geheel andere hoek onder ogen te zien en is dat niet een probaat middel tegen afstomping? Zoals de brave soldaat Schwejk van Jaroslav Hasek altijd de anekdote koos om zijn verhaal te vertellen, zo vlecht Klma de lotgevallen van de groep straatvegers als een bitterzoet en ironisch contrapunt door het verheven getob van de schrijver heen. Bovendien blijkt het onafgebroken geveeg met de straatbezem tot filosofische overpeinzingen te leiden: "Geen stofje vergaat, het verandert hoogstens van vorm. Vuil is onsterfelijk, het vermengt zich met lucht, welt op in water, lost op, rot, vermolmt in gas, in rook, in roet, zo trekt het de wereld door en bedekt die er allengs onder.' Eenzelfde ondoordringbare laag vuil heeft inmiddels ook de taal voorgoed bedekt, volgens de schrijver. Die laag heeft volgens hem ook een naam: "jerkish'. Jerkish (hortend, stotend) is oorspronkelijk de naam van de taal die uit tweehonderdvijftig woorden bestaat en in Atlanta is ontwikkeld om de communicatie tussen mensen en chimpansees tot stand te brengen. Inmiddels heeft deze variant van Orwells Newspeak de hele wereld veroverd. In Oost-Europa zijn het de snorkerige lofzangen op het reëel bestaande socialisme die de taal van iedere oorspronkelijke betekenis beroofd hebben; in het Westen gebeurt hetzelfde door het oprukken van de hortende slogantaal van de reclame en de vercommercialiseerde media.

Lukraak

Deze en soortgelijke cultuurpessimistische beschouwingen plaatst Klma zonder enige overgang, schijnbaar lukraak, door het verhaal van de straatvegers en de overspelige schrijver heen. Aan deze drie lagen voert hij nog een vierde toe door de schrijver ook nog aan een essay over Kafka te laten werken. Door deze vorm vloeien heden en verleden, gedachte en realiteit, droom en werkelijkheid in elkaar over en wordt de lezer geconfronteerd met de klassieke schrijversvraag: wat is waarheid? Klma geeft een typisch Middeneuropees antwoord, paradoxaal en tegenstrijdig: de waarheid is dat de fundamentele drijfveren van de mens onverenigbaar met elkaar zijn. Als de schrijver vrijheid zoekt in het overspel, dan blijkt die vrijheid onbereikbaar omdat hij gekweld wordt door schuldgevoelens. Wanneer de mensheid eindelijk genoeg welvaart heeft geproduceerd om het langverwachte paradijs van de materiële genoegens te kunnen betreden, dan wordt hij bedolven onder een apocalyptische berg van vuil en afval. Als de schrijver naarstig op zoek gaat naar liefde, dan veroorzaakt hij uiteindelijk slechts ruzie en haat en is eenzaamheid zijn deel.

Het is geen toeval dat de schrijver in het boek aan een essay over Kafka werkt. Klma maakte al eens een toneelversie van Het Slot, die in 1964 in Nederland werd opgevoerd. Samen met de in Wenen levende Tsjechische schrijver Pavel Kohout bewerkte hij Kafka's Amerika voor de Duitse televisie.

Kafka en Darja, de geliefde, zijn in het boek eigenlijk de twee metgezellen van de schrijver. Darja laat hij uiteindelijk in de steek maar Kafka blijft bij hem. Kafka fungeert voor hem als Über-Ich. Ook Kafka wilde vluchten, in dit geval weg van Praag en weg van zijn vader, en faalde. Ook hij begreep dat liefde uiteindelijk het verlies van de eigen vrijheid betekent en hij verbrak de verloving met zijn geliefde. Net als de schrijver in het boek, vluchtte Kafka in het schrijven: "Als hij erin geslaagd was zich op een andere manier te bevrijden, dan zou hij waarschijnlijk elders en langer hebben geleefd, maar zou hij niet geschreven hebben.'

Zo stelt Klma uit veelsoortige lagen het portret van de moderne mens samen. Het is een apocalyptische, somber stemmende kaleidoscoop van een scherp waarnemer. Het omslag van het boek is in dit opzicht treffend: beeldhouwster Darja kust daar hartstochtelijk niet de echte schrijver, maar een door haarzelf vervaardigde buste van hem. Wie de echte schrijver is, blijft voor haar, en voor hem, altijd verborgen.