"Voor de prijs van villa's bouwen we matige huizen'

Rotterdam besloot deze week het mes te zetten in zijn uitgaven voor stedelijke vernieuwing. In Den Haag, dat zijn torenhoge tekorten in dezelfde sector zag ontstaan, rust op een dergelijke ingreep een taboe. In een serie over de financiële mores van Den Haag: kosten en effecten van stadsvernieuwing.

DEN HAAG, 31 JULI. Het Haagse actiewezen kon weer tot volle bloei komen. De omstandigheden waren dit voorjaar perfect. Om althans iets te doen aan de forse financiële problemen van de stad had het gemeentebestuur van Den Haag voor de komende twee jaar bezuinigingen van een kleine honderd miljoen gulden aangekondigd. Op het kantoor van het Stedelijk Overleg Stadsvernieuwing (SOS) werden de vuisten gebald.

Weliswaar wilde het college van B en W niet korten op het budget voor renoveren en bouwen, maar het collega stelde wel voor te bezuinigen op de "bewonersparticipatie' in de stadsvernieuwing. Het gaat daarbij om door de gemeente betaalde opbouwwerkers en woningbouwdeskundigen, die bewoners van nieuwbouw- of renovatieprojecten terzijde staan als ze de lantaarnpalen op een andere plek willen hebben, of de slaapkamer niet naast de keuken.

“Een desastreuze ontwikkeling”, noemde Rob van Lit van het SOS dit voorjaar deze bezuiniging. “Het gaat in de stadsvernieuwing nu eenmaal niet alleen om woningbouw, het gaat er ook om de betrokkenheid van mensen bij hun buurt te vergroten.” Dat “fundament” onder de stadsvernieuwing werd weggeslagen - een “schande” was het.

De voorgenomen bezuinigingen haalden niettemin nagenoeg ongewijzigd de eindstreep. Het ingestelde actiecomité is alweer ontbonden. En op het kantoor van het SOS bevestigt Van Lit dat uit de geringe deelname bleek dat maar weinig bewoners van oude wijken de verontwaardiging over de bezuinigingen op de "bewonersparticipatie' deelden: “De mensen zijn het protesteren een beetje moe.”

Er doen ook andere verklaringen de ronde voor de gebrekkige betrokkenheid van bewoners bij dit soort stadsvernieuwingsinstituties. De stadsvernieuwing moge in Den Haag tot een overkill aan bestedingen hebben geleid en tot aanzienlijke opknapbeurten van verpauperde wijken, dat wil niet zeggen dat de ideeën die destijds aan de stadsvernieuwing ten grondslag lagen, zoals een grotere "bewonersparticipatie', ook zijn verwezenlijkt.

“Absoluut niet”, zegt het voormalig PvdA-raadslid J. Bakker, in de jaren tachtig een van de weinige PvdA'ers die zagen aankomen dat het met de stedelijke vernieuwing uit de hand liep. Hij ziet de Haagse stadsvernieuwing als een van de laatste pogingen van de sociaal-democratie om “een grotere gelijkheid in de maatschappij” te bewerkstelligen. “Daarin gaan we onverantwoord ver. We grijpen in de levens van mensen in, we zeggen: "u kunt wel vinden dat u daar leuk woont, maar wij vinden dat uw pandje gesloopt moet worden; dat is goed voor u, en goed voor uw buurt'. Want wij, de PvdA, weten dat mensen dan meer aandacht voor elkaar krijgen, dat de "participatie' toeneemt. En als vanzelf worden zo ook de sociale verschillen kleiner.”

Het zijn achterhaalde percepties, zegt Bakker, en dat “weten we eigenlijk al jaren”. Ook hij verwijst naar de Katerstraat, het sociale-woningbouwproject dat toenmalig wethouder Duijvestein als “een sprookje” typeerde, al bleken de "onrendabele meerkosten' van de 155 woningen later 22 miljoen gulden. Architect H. van Beek van het Haagse Atelier PRO mocht halverwege de jaren tachtig het voormalige prostitutiestraatje naar eigen goeddunken inrichten en ontwikkelen. Het werd een “oase in de oude binnenstad”, zegt Van Beek - maar tegelijk een “couveusekindje”.

Ervaren in de stadsvernieuwing vreesde ook hij dat de bewoners van dit project het geheel niet op waarde zouden schatten, dat het hier, net als bij andere stadsvernieuwingsprojecten, “binnen de kortste keren weer een rommeltje van kapotte ruiten en rondslingerende vuilniszakken” zou worden. Vandaar dat hij een vloek losliet in de parochie der stadsvernieuwers: Van Beek wilde dat de bewoners van "zijn' straat “geselecteerd” zouden worden. “Niet iedereen kan in zo'n straat wonen.”

Beschouwde hij dat niet als het failliet van de stadsvernieuwing? In “zekere zin” wel. “Maar wat heb je eraan als bewoners ieder euvel in de straat laten zitten onder het motto: dat moet de gemeente maar oplossen?” Aanvankelijk werden de bewoners naar de wens van Van Beek uitgekozen, inmiddels is dat weer losgelaten. “Ga maar naar het resultaat kijken”, zegt Van Beek. “Je kunt nog zoveel sociale doelstellingen hebben, zonder gemotiveerde bewoners bereik je niets.”

Dergelijke dure, pretentieuze projecten worden in de Haagse stadsvernieuwing inmiddels niet meer gerealiseerd. Men let beter op de kas, men bepaalt het tempo aan de hand van de financiële mogelijkheden. Maar daarmee is de stadsvernieuwing niet meteen goedkoop geworden. Bovenop de circa 95 miljoen die het rijk jaarlijks aan Den Haag voor de stadsvernieuwing verstrekt, past de gemeente zelf per jaar 33 miljoen bij - ondanks de financiële problemen, ondanks de teloorgegane illusies. Het is in de gemeentepolitiek geen punt van onenigheid. “Je kunt die oude wijken toch niet zomaar laten verpauperen”, zegt bij voorbeeld VVD-fractievoorzitter L. Engering.

Maar er zijn mensen die, gezien de financiële problemen van de stad, een grondige herbezinning op zijn plaats vinden. “We zeggen”, vertelt Bakker, “dat we het doen voor de mensen met een smalle beurs. Maar in de praktijk vloeien de budgetten naar de beter bedeelden. Vijfenzeventig à tachtig procent van de kosten van stadsvernieuwing gaat zitten in verwerving van grond en panden: dat geld stroomt naar aannemers, speculanten, pooiers. Intussen bouwen we huizen van matige kwaliteit voor de prijs van de villa's in Marlot. De mensen met de smalle beurs vragen we vervolgens honderd à honderdvijftig procent meer huur. En dat allemaal omdat de overheid van zichzelf vindt dat ze zo goed is. Het wordt tijd dat de PvdA zich deze spiegel eens voorhoudt.”

Oud-wethouder van financiën G. van Otterloo denkt er net zo over. Hij noemt de Vaillantlaan, een centrale straat in de Schilderwijk, die momenteel wordt verbreed. “Daar is 75 miljoen voor gereserveerd. Is dat een zinvolle besteding van overheidsgeld? Lost dat de problemen van de mensen die daar wonen op?”