Transol legt beslag op huis van Nederkoorn

ROTTERDAM, 31 JULI. Transol Exploitatie Maatschappij, de beheersmaatschappij van de oliehandelaar W.F. Onderdijk, heeft onlangs tweemaal beslag laten leggen op het huis van Erik Jan Nederkoorn, voorzitter van de raad van bestuur van Fokker. Nederkoorn was van 1981 tot en met 1987 financieel directeur bij Transol, jarenlang een van de grotere oliehandels in de Rotterdamse haven.

De beslagen, waarvan Transol de reden niet wil geven, zijn deze maand opgeheven. Volgens directeur J. Kämper van Transol was er sprake van een "communicatie-stoornis'. “Zo er sprake is geweest van een geschil, is het probleem inmiddels opgelost”, zegt hij.

De Fokker-topman zelf was vanochtend niet voor commentaar bereikbaar. Hij verblijft in het buitenland.

Fokker-woordvoerder R. Mol bevestigde dat er éénmaal beslag is gelegd op de privé-woning van Nederkoorn in Heemstede. “Ik heb ernaar geïnformeerd, maar het bleek al snel op een misverstand te berusten. Meer kan ik er niet over zeggen.” Mol zei niets te weten van een tweede beslag.

In juridische kringen wordt gezegd dat het leggen van beslag op persoonlijke bezittingen zoals een huis niet ongebruikelijk is. Het middel wordt vaak gebruikt om in onderhandelingen druk uit te oefenen. Opmerkelijk is het volgens juristen wel dat tweemaal beslag is gelegd.

Volgens het kadaster liet Transol op 22 juni voor de eerste maal beslag leggen op het huis van Nederkoorn, waarvan de waarde op 1,75 miljoen gulden is vastgesteld. Dat beslag werd op 9 juli weer opgeheven. Een dag ervoor had Transol een tweede beslag laten leggen, dat op 15 juli werd opgeheven.

Transol heeft in de Rotterdamse haven een tamelijk slechte reputatie en de naam zich niet aan afspraken te houden.

In de jaren tachtig leed Transol 10 miljoen gulden verlies in de Verenigde Staten door handel in termijncontracten voor olie, de zogeheten "papieren oliehandel'. Daarop besloot Transol weer over te stappen op de "natte oliehandel', waarbij schepen van olie werden voorzien. Dezelfde periode raakte Transol ook in opspraak door de levering van chemicaliën aan Colombia, die achteraf gebruikt bleken te worden voor de vervaardiging van cocaïne.