Succesvolle inhaalrace hockeyers in lastig duel tegen Nieuw-Zeeland

TERRASSA, 31 JULI. Hans Jorritsma moest in Terrassa even terugdenken aan de Olympische Spelen van 1976 in Montreal. Toen verloor hij als speler van Oranje in de halve finales van Nieuw-Zeeland, dat in de derde verlenging (sudden death) de illusies op een gouden plak van Nederland aan diggelen sloeg. Nieuw-Zeeland was nu, zestien jaar later, in de derde olympische groepswedstrijd opnieuw tegenstander en weer leek Nederland ten onder te gaan. Na net twintig minuten stonden de Nieuwzeelanders, die voor het eerst in zes jaar tegenover Oranje stonden, al met 2-0 voor.

Na een moeizame inhaalrace was het zeven minuten voor hat einde 2-2, maar nog altijd leek Nederland een punt te moeten afstaan. Op dat moment kreeg Nederland weer een strafcorner te nemen, het specialisme, waaruit Bovelander al acht keer had gescoord. Jorritsma gaf van de kant het signaal voor een afschuiver naar Weterings en prompt verdween de bal in het doel. Een minuut later profiteerde Van den Honert van een aarzeling in de Nieuwzeelandse verdediging en Nederland zat ineens op rozen (4-2). Dat Frank Leistra zich in de laatste minuut liet verrassen door een afstandsschot van Radovonich kon het nieuwe Oranje-feestje niet meer verstoren.

Jorritsma moest bij 0-2 in de 24ste minuut een maatregel nemen, waartoe hij zich zelden genoodzaakt ziet. Hij haalde voorstopper Pieter van Ede naar de kant en zette Hendrik Jan Kooijman in. Van Ede ging bij het openingsdoelpunt van Gregory Russ gruwelijk in de fout. Hij beoordeelde een pass van Bovelander verkeerd en gaf de Nieuwzeelander alle kans Leistra te passeren. Toen McLeod vervolgens scoorde uit een strarcorner greep de coach in.

Delissen speelde tegen Nieuw-Zeeland de oude, vertrouwde leidersrol. Tot twee keer toe in het energie vretende duel sprak hij als aanvoerder de anderen vermanend toe op een dood spelmoment.