Rrrt, rrt, rrt, ogen dicht en raden welke sport het is; Warme variant van ijshockey wekt in Nederland eerder de lachlust op dan de belangstelling

Sant Sadurn, 31 juli. Rrrt, rrt, rrt. Ogen dicht en raden welke sport het is. Rrrt, rrrt, knal. Rolhockey!

De minst bekende van de drie sporten die met een stick worden gespeeld, is tijdens de Spelen van Barcelona een demonstratiesport. En wie nog nooit de moeite heeft genomen een rolhockey-wedstrijd aandachtig te volgen, mag zich verheugen op een aangename verrassing.

Het gaat er minder ruw aan toe dan bij ijshockey, waar het op het eerste gezicht de warme variant van is, want de bodycheck is verboden. Het is sneller dan basketbal en toch beheerster. Op het veldhockey heeft het vóór dat er geen strafcorners worden genomen. En het is eleganter.

Misschien heeft dat laatste iets met een soort evenwicht van hulpmiddelen te maken. Als je toch een stick gebruikt, kun je je ook maar beter mechanisch verplaatsen. De kunststof wieltjes snorren zacht over de piste. Een rolhockeywedstrijd is een feest voor oog en oor.

Des te verbazingwekkender, dat deze tak van sport in Nederland eerder de lachlust dan de belangstelling opwekt. Gisteravond werd bijvoorbeeld de wedstrijd Duitsland-Nederland gespeeld, die beslissend was voor het overgaan naar de volgende ronde. Voor spelers en trouwe fans had de match precies dezelfde emotionele waarde als een krachtmeting tussen de beide buurlanden op enig ander gebied. Er werd ongewoon hard geknokt, het was spannend, er waren zelfs blessures. En toen Nederland dank zij doelpunten van Grijseels, Van Gerven en Zwaanswijk uiteindelijk met 5-3 gewonnen had, was de vreugde even groot als na een voetbalontmoeting op het hoogste niveau. Maar ze bleef wel tot een heel erg kleine kring beperkt.

Het rolhockey lééft in Nederland niet, stelde coach Jack van Lieshout na afloop vast. Erger nog: “het is aan het doodbloeden.” De wedstrijd van gisteravond was extra pikant omdat zo ongeveer de helft van de Nederlandse selectie uitkomt in de Duitse competitie. “Wij hebben de Duitsers veel bijgebracht,” zegt van Lieshout, die moeilijk iets anders kan doen dan zijn beste spelers de weg naar het buitenland wijzen. De hoogste divisie van de Nederlandse competitie bestaat namelijk uit slechts vier teams, de andere vier komen uit België. “Dat betekent dat je maar heel zelden een wedstrijd op niveau speelt, verder kun je allen maar voor jezelf wat trainen. Niemand vergoedt ook je materiaal. Een stick kost negentig gulden en een actieve speler breekt er iedere week wel een stuk of twee. De goeie jongens zijn er dus zeer bij gebaat om weg te gaan. Maar de jeugd mist daardoor voorbeelden die inspireren om zelf net zo goed te worden. Er zijn nu driehonderd rolhockeyers in Nederland. Dat aantal neemt eerder af dan toe.”

In Duitsland trekt een competitiewedstrijd al gauw duizend betalende toeschouwers, belangrijke duels worden er rechtstreeks op de televisie uitgezonden. Maar in Italië, Spanje, Portugal en de voormalige kolonies van de twee laatstgenoemde landen (zoals Angola, Brazilië, Argentinië en Mozambique) is het rolhockey pas echt populair. De stadions lopen er iedere week vol met tienduizenden mensen en een goede speler verdient er al snel een ton of twee per jaar.

Omdat het spelpeil er navenant hoog ligt, was het een enorme verrasing dat Nederland vorig jaar een tweede plaats wist te halen bij het wereldkampioenschap in Lissabon. Er werd eerst gewonnen van Spanje en dat is iets waar je volgens Van Lieshout “alleen maar van kan dromen, dat komt eens in de tien jaar voor”. Vervolgens werd Argentinië na verlenging door middel van penalties uitgeschakeld. Dat er uiteindelijk in de finale van het gastland werd verloren deed niets meer aan het wonder af. Jack van Lieshout straalt nòg als hij aan Lissabon denkt. De landing op Schiphol was daarna echter zeer onzacht. “Je komt uit die kolkende stadions, er zijn kranten over je vol geschreven, de ploeg heeft iets ongelooflijks gedaan. En dan merk je opeens dat niemand je thuis staat op te wachten. Nu ja, een paar ouders. Maar geen minister, geen handtekeningenjagers, geen massa's met spandoeken en bloemen. Alleen de voorzitter van de bond had een bosje meegebracht.”

Als voorbereiding op het olympisch toernooi heeft de Nederlandse Sport Federatie meebetaald aan een trainingsstage in Portugal, waaraan ook de Portugezen een flinke bijdrage hebben geleverd. De voorzitter van de plaatselijke bond, tevens voorzitter van de wereldwijde rolhockey-federatie, is namelijk bezig met een intensieve campagne om de populariteit van de sport te vergroten en daarin past het geven van ontwikkelingshulp aan arme hockeylanden, zoals Mozambique en Nederland. Ook over het NOC hebben de rolhockeyers niets te klagen, maar toch hebben ze al gemerkt dat ze er niet op dezelfde manier bijhoren als andere disciplines. Van Lieshout wijt er het zwakke begin aan van het huidige tournooi.

De rolhockeyers verblijven niet in het olympisch dorp. Vorige week vrijdag kwam de Nederlandse selectie pas aan in Catalonië en door een busongeluk lagen de jongens niet vóór vijf uur 's ochtends in bed. De volgende dag bleef lang onzeker of ze mochten meelopen in het defilé bij de opening en toen het antwoord "ja' bleek te zijn, moest er nog ijlings kleding worden gepast. Na afloop van de ceremonie was er geen bus om hen terug te brengen naar hun hotel en voor dat probleem was opgelost was het alweer drie uur 's nachts. De volgende dag dienden ze zich al vóór half tien in Sant Sadurn te melden. Niet omdat ze zo vroeg moesten spelen maar omdat rond het dorp ook het wielerparcours ligt en de toegangswegen zouden worden afgesloten. Rolhockey had duidelijk geen prioriteit bij de organisatie.

De slaperige Nederlandse ploeg speelde 3-3 gelijk tegen Angola, wat niet had mogen gebeuren, en verloor met 11-1 en 6-2 van respectievelijk Spanje en Brazilië. Een 12-1 zege tegen Australië en de winst van gisteravond zorgden echter op het nippertje voor de overgang naar de tweede ronde. Daarmee heeft het team volgens de begeleiders in ieder geval aan de verwachtingen voldaan. “De druk is er nu af. We kunnen gaan proberen om net zo'n verrasing te verzorgen als volgend jaar,” denkt de trainer.

De competitie verplaatst zich overmorgen naar Reus en verlaat het dorpje Sant Sadurn, dat zijn faam aan de wijnbouw ontleent en hoofdkwartier is van de champagne-producent Freixenet. De plaatselijke rolhockey-club had er voor de buitenlanders een geïmproviseerde piste ingericht achter een oud cultureel centrum en de dorpsjeugd heeft zich een week lang als vrijwillige helpers kostelijk vermaakt. Maar in Reus staat een echte sporthal en de finale wordt straks in de grote zaal van de FC Barcelona gespeeld onder het wakend oog van IOC-voorzitter Samaranch. In de jaren veertig en vijftig schaatste hij zelf nog achter de bal aan en hij begon zijn loopbaan als sportbestuurder in de rolhockeybond. Als het even kan bezoekt hij nog altijd de grote kampioenschappen. Natuurlijk is het voor een goed deel aan hem te danken dat het rolhockey demonstratiesport is bij deze Spelen. Al even zeker is het, dat de sport op dit moment weinig kans maakt om een vaste plaats in het programma te verwerven. Daarvoor zijn er teveel landen waar het niet wordt beoefend.