Reisverhalen van Lieve Joris; Buffels voor de regenkoningin

Lieve Joris: Zangeres op Zanzibar. Uitg. Meulenhoff / Kritak, 173 blz. Prijs ƒ 29,50.

Het Vlaamse dorp Neerpelt ligt op twee uur reizen van Amsterdam. Dat lijkt niet ver. Toch voelt Lieve Joris, die op haar achttiende haar geboortedorp Neerpelt ontvluchtte en inmiddels bijna twintig jaar in Amsterdam woont, zich ontheemd. Ze heeft het gevoel dat ze nooit meer echt thuiskomt.

Sindsdien is ze reisjournaliste. Ze heeft geschreven over haar reizen naar onder andere de Golfstaten, Zaïre, Egypte en Hongarije. In haar artikelen en boeken is zij steeds een betrokken waarneemster, nooit dringt ze zich op de voorgrond. Dat is ook de kracht van haar verhalen.

Zangeres op Zanzibar is het vierde boek van Lieve Joris. Ditmaal beschrijft ze geen landen, maar personen - nog altijd van over de grens. De acht afzonderlijke portretten variëren van een zangeres op het door machtsstrijd verscheurde Zanzibar tot de gevierde schrijver V.S. Naipaul, die zijn geboorte-eiland Trinidad verruilde voor Groot-Brittannië. Het is duidelijk, haar hoofdpersonen voelen zich even ontheemd als de schrijfster zelf.

Zo staat de Senegalese Felicien, onderwijzer in het bijna vergeten dorpje Oussouye, met één been in de westerse wereld en met het andere in de wereld van zijn Afrikaanse voorvaderen. Met insekticiden bestrijdt hij een sprinkhanenplaag, maar hij doet even goed mee met het rituele slachten van zes zwarte buffels voor de regenkoningin Toje. En omdat bij dit ritueel geen blanken mogen zijn, sluit hij Lieve Joris zolang op in een hutje van golfplaten.

Ook Joseph, hoofdredacteur van een Libanees weekblad in Parijs, leeft tussen twee werelden. Het liefst zou hij teruggaan naar Libanon, maar daar is voor kritische mensen als hij toch weinig ruimte. Hij heeft zich teruggetrokken in de Arabische stad die in Parijs verscholen ligt, met cafés en restaurants waar hij zijn vrienden ontmoet, net als in het Beiroet van vroeger.

Lieve Joris voelt zich duidelijk verbonden met de ontheemde mensen die ze portretteert. Toch blijft ze zelf op de achtergrond. Dat blijkt het duidelijkst in het portret van de Egyptische schrijver Naguib Mahfouz. In de chaos van het moderne Kairo zoekt deze Nobelprijswinnaar de verloren rust van de oude stad. De schrijfster wandelt met hem naar het koffiehuis waar Mahfouz iedere ochtend aan zijn vaste tafeltje de kranten doorneemt. Ze vraagt hem niets maar observeert, en beschrijft de glinstering in zijn ogen waarin ze het hele glorieuze Kairo van vroeger vermoedt.

In staccato schetst Lieve Joris de acht portretten, uitweidingen blijven achterwege. De hoofdpersonen vallen als het ware haar leven binnen en nemen even plotseling weer afscheid. In de tussentijd hebben ze haar even meegetrokken in hun wereld. En die mag nog zo van bijgeloof doordrongen zijn, de schrijfster onthoudt zich steeds van westerse waardeoordelen. Sterker nog, ze brengt de lezer aan het twijfelen: zouden die ritueel geslachte buffels dan toch regen kunnen brengen in Oussouye?

Zelf lijkt Lieve Joris geen genoegen meer te nemen met de rol van ietwat afstandelijke journalist. In het vorig jaar verschenen boekenweekessay, Een kamer in Cairo, schrijft ze veel persoonlijker. Ze kijkt terug op haar werk en bekent dat ze tijdens iedere reis inzinkingen heeft gehad, die ze niet durfde op te schrijven. Evenmin als de twijfels die ze voelde voorafgaand aan iedere nieuwe onderneming. Achteraf bleken die persoonlijke aspecten voor haarzelf het belangrijkst, maar ze piekerde er niet over haar debâcles openbaar te maken. Het essay deed vermoeden dat ze dat in de toekomst wel zou doen.

Inzinkingen

Het merendeel van de verhalen in Zangeres op Zanzibar is geschreven tussen 1987 en 1990. Ook hierin geen spoor van persoonlijke inzinkingen. Alleen in de twee verhalen die in 1991 werden geschreven, lijkt het erop dat de schrijfster iets meer van zichzelf laat zien. Zo beschrijft ze in het verhaal "Met V.S. Naipaul op Trinidad' een naderend conflict met Naipaul, voor wie ze een bijna onderdanige bewondering koestert. Tijdens een tocht over Trinidad kritiseert hij voortdurend de omgeving die aan zijn autoraam voorbijtrekt. Vanaf de achterbank probeert Lieve Joris duidelijk te maken dat er ook andere manieren zijn om naar het landschap te kijken. Maar Naipaul antwoordt bits: “Ik begrijp je niet goed, ik hou ook van dit landschap.” Als zij aarzelend opmerkt: “Maar de mensen die erin leven, die aanvaardt u niet...”, zet Naipaul zijn stekels op. Onmiddellijk haakt Lieve Joris af: “Ik probeer met uw ogen naar de dingen te kijken.”

Zo'n conversatie lijkt toch niet de persoonlijke inbreng waar de lezer op zit te wachten. Joris stamelt en beeft als ze Naipaul tegenspreekt. Nee, in die verhalen in Zangeres op Zanzibar waarin de directe inbreng van de schrijfster wat minder is, mis ik die niet. Integendeel, juist in de rol van waarneemster is zij het meest overtuigend. Dan schrijft zij meeslepend, zonder dat ze je een visie opdringt. Je mag zelf oordelen en fantaseren. Dat maakt de acht portretten zo bijzonder. Wat mij betreft had ieder verhaal een boek lang mogen duren.