Onrust bij Taalunie over reorganisatie

ROTTERDAM, 31 JULI. Bij het personeel van het algemeen secretariaat van de Nederlandse Taalunie is grote onrust ontstaan over een onderzoeksrapport over het slagvaardiger maken van de organisatie. Daarin wordt gepleit voor een secretariaat "nieuwe stijl' met minder beleidstaken en minder medewerkers; negen van de negentien arbeidsplaatsen zouden moeten verdwijnen.

De Nederlandse en Vlaamse ministers van cultuur en onderwijs hadden het onderzoeksbureau Andersen Consulting gevraagd de Nederlandse Taalunie door te lichten. De Taalunie bestaat bijna twaalf jaar en heeft als doel de integratie tussen Vlaanderen en Nederland op het gebied van taal en letteren te bevorderen. Het in Den Haag gevestigde secretariaat moet volgens Andersen meer taken aan de departementen van onderwijs en cultuur in Nederland en Vlaanderen overlaten, omdat het nu te vaak een bureaucratische hindernis voor de integratie vormt.

Het personeel vraagt het comité van ministers (het hoogste orgaan van de Taalunie, waarin voor Nederland de ministers Ritzen en d'Ancona zitting hebben en voor België Weckx en Van den Bossche) om niet op basis van het rapport in te grijpen. Het is volgens hen te onnauwkeurig om er besluiten op te baseren. Ook zouden de gegevens niet juist zijn verwerkt en is het "werkveld' van de Taalunie niet bij het onderzoek betrokken.

De zaak komt aan de orde in het eerstvolgende overleg van het Comité van Ministers, begin september. De voorzitter daarvan, minister Weckx, zei bij de presentatie van het rapport begin deze maand dat de Taalunie een meer efficiënte en hedendaagse structuur nodig heeft. Hij verwees daarbij met name naar de gevolgen van de Europese eenwording voor de positie van het Nederlands. Op dit moment wil WVC niet op de oproep van het personeel reageren.