Noren jagen op nog vijftig walvissen voor onderzoek

ROTTERDAM, 31 JULI. Noorse walvisvaarders hebben deze maand 63 dwergvinvissen gevangen, alle in het kader van een wetenschappelijk programma. De jacht zal nog een week worden voortgezet om te proberen in totaal 110 dieren te vangen, aldus Lars Walloi, hoogleraar aan de universiteit van Oslo en leider van het zeezoogdierenonderzoek. Het vangstprogramma is niet goedgekeurd door het wetenschappelijk comité van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC). Mede daarom is er internationaal nogal wat verzet tegen. Greenpeace heeft de afgelopen dagen met succes de walvisvaarder Nybraena weten af te houden van het vangen van dwergvinvissen in de Barentsz Zee. Formeel heeft Noorwegen overigens geen goedkeuring van het wetenschappelijk comité nodig om het programma te mogen uitvoeren.

Sinds 1988 vangen Noorse vissers alleen nog dwergvinvissen in het kader van wetenschappelijke vangstprogramma's. De eerste drie jaar werden in totaal 51 exemplaren gevangen, vorig jaar geen enkele. Dwergvinvissen meten zes tot tien meter en wegen maximaal tien ton. Men wil door het bestuderen van de maaginhoud van de gevangen dieren meer inzicht krijgen in hun voedingsgewoonten en daardoor in het hele ecosysteem van het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. Daartoe bevinden zich aan boord van elk schip drie onderzoekers. Los hiervan heeft de Noorse regering dit voorjaar aangekondigd volgend jaar de commerciële walvisvangst te hervatten. Over aantallen te vangen dieren is nog geen beslissing genomen.

Voor de Noorse economie is de walvisvaart van geen belang, maar voor enkele dorpen in het noorden leveren de gevangen zeezoogdieren een welkome aanvulling op de inkomsten uit de visserij. Verkoop van het vlees van een dwergvinvis levert enkele tienduizenden guldens op. De jacht heeft over het algemeen plaats met houten kotters van een meter of twintig.

De eigenaren van de zes schepen die deelnemen aan het wetenschappelijke vangstprogramma krijgen echter een vaste vergoeding van de Onderzoeksraad, aldus Walloi. Het vlees wordt verkocht op de Noorse markt. De opbrengst gaat naar de Onderzoeksraad. In de supermarkten van Oslo betaalt de consument zo'n veertig gulden per kilo voor walvisvlees. Voor het spek is in Noorwegen geen markt, wel in Japan, maar de Noorse regering heeft nog geen toestemming gegeven voor export.

Het actieschip Solo van Greenpeace volgt sinds vorige week de walvisvaarder Nybraena in de Barentsz Zee. Er waren nauwelijks dwergvinvissen te zien, aldus kapiteit Albert Kuiken. Slechts één keer kwam een dier binnen schootsafstand, waarop mensen van Greenpeace met een rubberboot voor de harpoen gingen varen. Uiteindelijk voer de Nybraena eergisteren terug naar de Noorse territoriale wateren in de buurt van Vardö. De Solo werd voortdurend gevolgd door een Noors en soms ook nog door een Russisch marineschip. De Solo wil deze week de Barentsz Zee uitkammen tot Nova Zembla om te zien of daar soms nog een walvisvaarder actief is.