Kerkbezoek katholieken sterk gedaald

ROTTERDAM, 31 JULI. Het aantal katholieken in Nederland is in de laatste tien jaar met 2,5 procent gedaald. Van de Nederlandse bevolking noemt 37 procent (5,5 miljoen mensen) zich katholiek. De groei van de katholieke kerk is sterk verminderd. Bedroeg het aantal nieuwe katholieken in 1960 nog ruim vierduizend per jaar, in 1990 waren er circa 750 van wie negentig procent eerder buitenkerkelijk was.

Van alle katholieken gaat veertien procent wekelijks naar de kerk. In 1965 lag dit percentage op 64, in 1975 op 31 en in 1985 op 17,5. Ongeveer 25 procent van de katholieke ouders laat hun kinderen dopen; in 1965 was dat nog meer dan veertig procent. Van 1965 tot 1990 is het aantal kerkelijke huwelijken meer dan gehalveerd. Van alle huwelijken in Nederland werd twintig procent in een katholieke kerk bezegeld. Oecumenische huwelijken vormden daar elf procent van.

Dit blijkt uit cijfers over de jaren 1985-1990 van dr. M.M.J. van Hemert van het katholiek onderzoekbureau Kaski in Den Haag. De gegevens zijn vandaag gepubliceerd in het mededelingenblad van het secretariaat van de katholieke kerkprovincie in Utrecht.

Ondanks het verminderde kerkbezoek is het aantal parochies vrijwel even groot gebleven. De katholieke gelovigen waren in 1990 verdeeld over 1.754 parochies - 63 minder dan in 1965. Alleen in het bisdom Den Bosch nam het aantal parochies duidelijk af: van 428 in 1965 tot 370 in 1990.

Het totaal aantal priesters waarover katholiek Nederland beschikt is sinds 1965 met de helft teruggelopen. Er zijn nu nog 2.075 priesters, van wie ruim veertig procent met pensioen (emeritaat) is. Het geringe aantal actieve priesters is niet alleen het gevolg van het grote aantal uittredingen in de jaren '60 en '70, maar komt ook door het feit dat nog maar weinig mannen zich tot het priesterschap geroepen voelen. Veel werk van priesters (uitgezonderd dat deel dat volgens de kerk aan ongehuwde, gewijde mannen is voorbehouden) is tegenwoordig in handen van pastorale medewerkers. Hun aantal verdrievoudigde sinds 1975 tot 543. Dertig procent van deze pastorale werkers bestaat uit vrouwen. In het bisdom Roermond, dat onder beheer van bisschop Gijssen staat, zijn in het geheel geen pastorale werkers te vinden.