In het kuuroord van Odessa is de kapotte trap al een groot probleem; De gemeente zag hier liever een gokhol

In "Het Zonnige' te Odessa aan de Zwarte Zee kuren patiënten met een ziekte waarop in de voormalige Sovjet-Unie een ernstig taboe rust: tuberculose. Heel zonnig is het in het kuuroord niet, niet alleen wegens het taboe, maar ook wegens de deplorabele staat van de ziekenzorg in de Oekraïne. Deel vier in de serie over kuuroorden in de wereld.

ODESSA, 31 JULI. Alleen 's morgens vroeg durft een enkele dappere gast van Het Zonnige zich op het strand te begeven. Dan zijn er nog geen mooie mensen langs de Zwarte Zee aan het zonnen. Maar wordt het tegen het middaguur drukker, dan blijven ze liever achter de hekken van hun eigen kuuroord. Om een sigaretje te roken, met zware ballen of gewichten wat aan gymnastiek te doen, een wandelingetje te maken boven op de duinen langs de mooie kustlijn dan wel op een bankje een beetje te staren naar de zwarte rook die permanent uit de schoorsteen komt en het sanatorium ongewild op een crematorium doet lijken.

De patiënten van Solnetsjni (Het Zonnige) hebben tuberculose en dat is nu eenmaal een ziekte waarvoor je je moet schamen. Bovendien is de trap naar het strand voor de meesten onbegaanbaar. Her en der zijn de treden weggerot. Als je met een stok moet lopen, is dat geen aanlokkelijk perspectief. Zeker niet als je ook nog eens kunt vermoeden dat er beneden allerhande hoogstgezonde types met een misprijzend en angstig oog naar je kijken omdat ze bang zijn geïnfecteerd te worden.

Snel zal hierin geen verandering komen. “Wij verzorgen immers slechts onaantrekkelijke tbc-patiënten. Zelfs binnen de hiërachie van de gezondheidszorg staan we op de allerlaatste plaats”, aldus geneesheer-directeur Vitali Vivalitsj. Voor een beetje deugdelijke reparatie van de trap naar het strand heeft het gemeentebestuur van Odessa derhalve geen belangstelling. Nu de haven- en kuurstad in de vaart der volkeren moet worden opgedreven, is het immers zinloos om tijd en aandacht aan hopeloze tbc-gevallen te spenderen. Om nog maar helemaal te zwijgen over een afgescheiden stukje strand, waar de patiënten van het kuuroord onder elkaar zouden kunnen zonnen. De directie van het sanatorium heeft daar een paar maal beleefd om gevraagd. Ze kreeg nul op het rekest. Integendeel, juist nu zou het stadsbestuur het sanatorium het liefst zo snel mogelijk uit zijn zo fraai gelegen behuizing in de veertiende Fontein knikkeren. Die villawijk van Odessa is te lucratief om braak te laten liggen.

Nee, als het aan de gemeentebestuurders van Odessa ligt, komen er nog meer casino's als Richelieu, een gokhol dat half juli door Libanezen en Cyprioten in een oud paleis is geopend en waar de lokale elite haar valuta (minimum-inzet vijf dollar) of roebels (minimum: vijfhonderd) kan laten rollen. Dat het vanaf de eerste dagen nogal leeg is in Richelieu - vijftig merendeels in dollars betaalde croupiers en andere medewerkers vermaken er gemiddeld tien gokkers - interesseert hun niet. Waar het geld van de Libanezen vandaan komt, is niet relevant. Ze schuiven. En dat is voor de stad, die ooit in het zomerseizoen een ritme van 24 uur had maar er nu desolaat bij ligt en ook 's nachts geen toeristische bekoring meer heeft omdat de mensen na middernacht hun veilige bed opzoeken, thans een topprioriteit.

Toen Nikita Chroesjtsjov in 1959 op het 21e partijcongres van de CPSU verklaarde dat de Sovjet Unie in twintig jaar de fase van het communisme zou hebben bereikt, nam hij in één moeite door ook de tuberculose in zijn beschouwingen mee. Die zou in 1980 eveneens door de oprukkende Sovjet-macht zijn overwonnen. Maar twaalf jaar na Chroesjtsjovs deadline is ook deze overmoedige voorspelling in haar tegendeel verkeerd, want de tbc is weer aan het toenemen. Ongeveer 0,2 procent van de bevolking lijdt aan tuberculose. Het aantal patiënten groeit de laatste tijd jaarlijks met tien procent. Ruim drie procent van de zieken sterft er elk jaar aan. Met name onder jongeren tussen 16 en 20 jaar is de groei opmerkelijk.

De oorzaken van deze voor een ontwikkeld land vernederende ziekte liggen voor de hand. Het sociaal-ecologische klimaat in de voormalige Sovjet-Unie is de afgelopen jaren danig verslechterd. De huisvesting van de burgers neemt in kwaliteit af. Er is steeds minder controle op de hygiëne in de ooit collectieve woonkazernes. Door de inflatie, die nu holt maar in feite al jaren aan de gang is, wordt er door de armsten met de maand ongezonder gegeten. De preventieve gezondheidszorg, die grotendeels op bedrijfsniveau georganiseerd was, in ingezakt. Werklozen vallen daar al helemaal buiten. En als het dan eenmaal te laat is, dan blijkt dat de farmaceutische industrie geen of onvoldoende medicijnen kan leveren. Kortom, tuberculose is allereerst een sociale ziekte die alleen bestreden kan worden via een breed en enigszins paternalistisch georganiseerde gezondheidszorg. Voor een brede gezondheidszorg is nu echter geen geld meer en voor paternalisme geen moraal.

Zij die in de Oekraïne aan bot-tbc lijden liggen hier in sanatorium Solnetsjni. Honderdvijftig patiënten kunnen er herstellen of enigszins bijkomen van de slopende ziekte. Sommigen hebben al tbc sinds eind jaren dertig of de daarop volgende Grote Vaderlandse Oorlog.

De patiënten komen uit de hele republiek. Want sinds kort is het 't enige overgebleven sanatorium voor bot-tuberculose in de hele Oekraïne. Het tweede is onlangs van overheidswege gesloten. Wegens geldgebrek. Er bestaat in de één-na-grootste republiek van het Gemenebest alleen nog een tb-kliniek voor de zogenaamde "vierde bestuursafdeling', het verzamelwoord voor de nomenklatoera, zo wil het gerucht. Ook al weet niemand hier in Solnetsjni waar die zich bevindt.

“Nee, wij hebben niets positiefs te zeggen over de onafhankelijkheid van de Oekraïne. Het is er bij ons helaas niet beter op geworden, eerder slechter”, aldus Vitali Vivalitsj.

In het sanatorium in Odessa ziet men de financiële toekomst dan ook met angst en beven tegemoet. Nu kunnen tbc-lijders er nog gratis terecht. Het ministerie van volksgezondheid in Kiev betaalt Solnetsjni per patiënt negenduizend roebel. Maar hoe lang nog? Want dit lijkt, afgezet tegen de tweeduizend roebel die de verpleegsters verdienen en vierduizend roebel salaris van de artsen (exclusief vijftien procent gevarentoeslag), een fors bedrag. In feite is het echter een fooi.

Ten eerste wordt die negenduizend roebel niet in echt geld uitgekeerd. Het is zogenaamd beznalitsjni geld, het zijn geen contanten maar “niet aanwezige roebels” die alleen in de fictieve papieren wereld der overheidsfinanciën bestaan. Extra fondsen zijn niet voorhanden.

Dat betekent dat de directie van het sanatorium met handen en voeten is gebonden aan het staatsapparaat. Zelf bijvoorbeeld groente en fruit kopen op de markt kan de chefkok niet omdat hij geen contant geld heeft. Wat er uit de staatswinkels komt, komt hier op tafel. En dat is dus niet best, hoewel goed eten toch een van de allerbelangrijkste middelen is om tbc te bestrijden. Met de aanvoer van medicijnen is het niet anders gesteld. Als er via Kiev niets aangeleverd wordt, is er gewoon niets. Geld voor verbetering van de negentiende eeuwse gebouwen, die helemaal niet zijn ingericht op tuberculose, is er evenmin. De staat wil nog wel eens een schilder langs sturen. Maar daar blijft het bij. De slaapzalen zijn nog altijd onverantwoord groot. Het biljart dat in de tuin staat, is al jaren niet meer gebruikt. De sport-attributen in de gymzaal, waar de fanatieke fysiotherapeute Tamara Toezjilova elke morgen om kwart over tien op muziek uit een krakende radio haar oefeningen begeleidt, stammen allemaal uit die o zo optimistische tijd van Nikita Chroesjtsjov.

Ten tweede voelt iedereen in de medische wereld dat werken in een sanatorium als Solnetsjeni een weinig eervolle bezigheid is. Aanwas van jonge artsen en verpleegkundigen is er daarom amper. De meesten van de zeven artsen en 23 verpleegsters werken hier al tientallen jaren. Alleen Tamara Borisnova en geneesheer-directeur Vitali Vivalitsj zijn later gekomen, vier jaar geleden. Voor het overige moet de leiding zich tevreden stellen met gepensioneerde arbeiders die als schoonmakers of klussers hier komen bijverdienen om hun schamele pensioen wat aan te vullen.

De enige oplossing ligt volgens de leiding van het ziekenhuis dan ook in sponsors. We zijn nog geen twee minuten binnen of de term "Nederlandse sponsor' rolt al door de gangen van het hoofdgebouw. Maar waar kunnen die vandaan worden gehaald? Ook als het om commerciële naastenliefde gaat, moet Solnetsjeni achteraan in de rij staan. “Als het hier nu ging om een modieuze ziekte als Aids, ja dan misschien wel”, weet directeur Vitali Vivalitsj zelf heel goed.

Bovendien heeft de opmars van het kapitalisme in Odessa binnen de staf tot een soort culturele scheiding der geesten geleid. Sommige medici, onder leiding van fysiotherapeute Tamara Toezjilov, menen dat Solnetsjni brutaal in de aanval moet. Alleen via de publiciteit kunnen er volgens haar kapitaalkrachtige ondernemingen of stichtingen worden aangewakkerd om hulp te komen bieden. De meerderheid der collega's is echter bang zo alleen maar slapende honden wakker te maken. “We houden ons rustig. We kunnen nu even geen lawaai gebruiken. Want het gemeentebestuur heeft natuurlijk zijn oog op deze mooie plek laten vallen. Het is dure grond. Een contract met een buitenlandse bouwondernemer is daarom lucratiever”, aldus Vitali Vivalitsj.

Die angst zindert door het hele sanatorium. De sfeer in Solnetsjni is om te snijden. Veel patiënten voelen zich alleen al door de aanwezigheid van een buitenstaander bedreigd. De meest opgeruimde van de 150 zieken vraagt slechts of we “Marco van Basten hebben meegenomen”. Een kritikaster wil nog net kwijt dat het “eten beroerd” is. Maar dat zijn eenlingen.

Volodja, een veertig-jarige metaalarbeider uit Loegansk die hier een maand geleden met een lichte vorm van tbc is opgenomen, vertolkt de gevoelens van de rest zo: “Jullie zijn hier nu al voor de derde dag. Jullie traumatiseren ons. En waarom? Louter omdat jullie willen dat ze in Nederland om ons kunnen lachen”.