Hopi- en Navajo-Indianen weefden zandschilderingen;

Tentoonstellingen "De Hopi's en Navajo's. Foto's uit het archief van het Museum of Northern Arizona in Flagstaff'. T/m 27 sept. 'Eeuwen van weven bij de Hopi- en Navajo-Indianen'. T/m 27 sept. Nederlands textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg. Di t/m vr 10-17u, za-zo 12-17u. Catalogus fl 49,75.

In de jaren dertig van de negentiende eeuw maakte de Franse politicoloog en jurist A.C.H.M.C. graaf De Tocqueville (1805-1859) een aantal reizen door de Verenigde Staten. Het was de legendarische tijd van de trek naar het Westen: de 'cultivering' van het eindeloze land ten westen van de Mississippi en de onderwerping van de inheemse bevolking. In zijn beroemdste boek De la Démocratie en Amérique (1835-1840) dat De Tocqueville na terugkomst in Frankrijk schreef, wijdde hij enkele passages aan de Indianen die zo duur voor de Westerse beschaving moesten betalen. “Van welke kant men ook het lot van de Indianen van Noord-Amerika beschouwt, men ziet slechts uitzichtsloze ellende.” De Tocqueville schetste het dilemma waarin de Indianen zich bevonden en voorspelde hun onafwendbare ondergang. “Als de Indianen wilden blijven, drijft men hen al voortschrijdend voor zich uit: als zij zich willen beschaven, brengt contact met mensen die beschaafder zijn dan zij, hen onderdrukking en ellende. Wanneer ze doorgaan met zwerven van wildernis naar wildernis, gaan ze te gronde: als zij ertoe overgaan zich te vestigen, gaan ze eveneens te gronde. Ze kunnen slechts ontwikkeld worden door hulp van de Europeanen, en de nadering van de Europeanen brengt hen slechts verderf en stort hen in barbaarsheid.” De Tocqueville was ervan overtuigd - en met hem het grootste deel van de westerse wereld - dat de prijs voor 'beschaving' de vernietiging van de Indiaanse cultuur was.

De Tocqueville kreeg gelijk. In de eerste helft van de negentiende eeuw werden de stammen aan de oostkust verdreven en in aantal gedecimeerd; in de tweede helft van de eeuw was het de beurt aan de prairie-indianen. De mythische doortocht naar het Westen was bereikt. Sioux, Apaches, Choctaws, Zuni's, Navajo's, Irokezen en Hopi's stonden voor de keuze zich aan te passen of te verrekken. Kozen zij voor het eerste, dan wachtte hen een leven als tweederangs burger in de stad of in een strikt afgebakend, van regeringswege toegewezen reservaat.

Paradoxaal genoeg is sinds de laatste Indianenoorlog in 1876 (de slag van de Sioux tegen Custer bij Little Big Horn) en de definitieve overgave van de laatste militante stammen, de aandacht voor Indiaanse cultuur onder Amerikanen en Europeanen alleen maar gegroeid. Aan de rand van de (steeds verder afkalvende) reservaten ontstonden Trading Posts, waar sieraden, manden, kleding en tapijten werden verhandeld. Etnografen trokken erop uit om de 'laatste' Indiaanse gebruiken en rituelen te bestuderen, op te tekenen en te fotograferen. De voltooiing van de Santa Fe spoorlijn in 1880 bracht de eerste toeristen en er kwamen musea voor Indiaanse kunst.

Op twee tentoonstellingen in het Nederlands Textielmuseum in Tilburg wordt de cultuur van twee Indianenstammen - de Hopi's en hun buren de Navajo's - belicht. In de entresol van het museum is werk te zien van beroemde fotografen als Edward S. Curtis, Karl Moon en Emry Kopta. Zij trokken aan het eind van de vorige en het begin van deze eeuw naar de Indianenreservaten en maakten daar portretten van medicijnmannen, stamhoofden, vrouwen en mannen aan de dagelijkse arbeid of tijdens ceremonies. Het zijn prachtige foto's die rouwig maken om de verdwenen cultuur.

De tweede tentoonstelling besteedt aandacht aan de weefkunst bij de Hopi's en de Navajo's, en de veranderingen die daarin zijn opgetreden in de loop der tijd. De tentoonstelling is het resultaat van een samenwerkingsproject tussen het Tilburgs museum, het Maxwell Museum of Anthropology in Albuquerque, het Museum of Indian Arts and Culture in Santa Fe en het Museum of Northern Arizona in Flagstaff. Het feit dat Columbus vijfhonderd jaar geleden de 'Nieuwe Wereld' ontdekte, vormt de aanleiding van de expositie.

Verdeeld over twee afdelingen hangen ruim vijftig felgekleurde en in ingenieuze patronen geweven dekens, tapijten, manta's (omslagdoeken), kilts, jurken en danssjerpen. De begeleidende teksten (ook in de catalogus) loven de weeftechnische details, maar over de manier waarop textiel in de Indiaanse cultuur is ingebed wordt de bezoeker nauwelijks iets wijzer. En dat is jammer, want bij de Hopi's en de Navajo's kun je de traditionele kunst(productie) nu juist niet los zien van de culturele context.

Kenmerkend aan het Hopi- en Navajo-textiel is de afwezigheid van symboliek. Geen van beide stammen was gewend religieuze afbeeldingen - abstrakt dan wel figuratief - op het weefgetouw te ontwerpen. Dat er wel symbolische voorstellingen in Tilburg te zien zijn, heeft te maken met het dilemma waar De Tocqueville al over sprak. De tentoongestelde decoratieve Sandpainting-, Yei- en Yeibichai-tapijten bij voorbeeld, weven de Navajo's speciaal voor de blanke markt. "Sandpaintings' zijn zandschilderingen die van oorsprong gebruikt werden bij genezingsceremoniën. Een medicijnman bracht bij het krieken van de dag met een mengsel van houtskool, verpulverde mineralen en zand een schildering op de vloer van een hogan (een Navajo-hut) aan. De voorstelling omvatte meestal de beschermende Regenbooggodin, Moeder Aarde of Vader Lucht met Yei (Heilige Mensen) of Yeibichai (dansers die de Heilige Mensen uitbeelden). Als de schildering klaar was, moest de zieke er midden op gaan staan zodat de afgebeelde bovennatuurlijke krachten het kwaad konden verjagen. Bij zonsondergang werd de sandpainting van de vloer gewist, want het was absoluut verboden om de voorstelling buiten de context van de genezingsceremonie te gebruiken of te zien.

Binnen de Indiaanse gemeenschap is het een punt van discussie dat sommige Navajo's dergelijke tapijten weven en de geheime riten van hun voorvaderen 'verkwanselen' aan de blanken. De makers verdedigen zich door te stellen dat ze geen authentieke sandpaintings weven, maar iets dat daarop lijkt. Wat ze aan westerlingen verkopen, is een geconstrueerde rite die de schijn van werkelijkheid heeft. Op deze manier proberen de Navajo-wevers hun erfgoed te bewaren. En dat doen ze natuurlijk ook in zekere zin. Want waar vind je tegenwoordig nog medicijnmannen die weten met welke gezangen, dansen en zandtekeningen je de goden goedgunstig kan stemmen?