Het vergeten argument; De schoonheid van het Hollandse rivierenlandschap

De Monumentenzorg heeft zich in Nederland over bijzondere gebouwen ontfermd, de Natuurbescherming over natuurmonumenten, maar het landschap, het mooiste dat Nederland te bieden heeft, is zonder bescherming. Bij beslissingen over ingrepen in het landschap speelt de esthetische waarde, de schoonheid van dat landschap, nauwelijks een rol. Juist bij de protesten tegen de dijkverhogingen langs de grote rivieren, zou de "schoonheid van het bewoonde waterland' een belangrijk argument moeten zijn.

De bescherming van het landschap staat in geen verhouding tot wat gedaan wordt voor het behoud van historische bouwwerken. Als bouwkundige monumenten op dezelfde schaal waren vernietigd als het landschap, had Nederland een reputatie van cultureel barbarisme opgebouwd. Verwoesting van landschappen gebeurt zonder dat het aantal protesten daartegen vergelijkbaar is met wat bij sloop van herenhuizen aan de Amsterdamse grachten zou opklinken.

De geringe zorg voor het landschap is niet onbegrijpelijk. Dikwijls weten degenen die dagelijks beslissingen nemen over een landschap niet wat dat landschap is. Natuurbeschermers zien een landschap vooral als een verzameling bomen, planten en dieren. Zij zijn soms dan ook bereid de vernietiging van een landschap te aanvaarden als ze er een nieuw aangelegd landschap, met nieuwe bomen, planten en dieren, voor terug krijgen.

Bij Rijkswaterstaat, een organisatie die voortdurend met grootschalige projecten landschappen verminkt, heerst de opvatting dat Nederland geen natuurlijk landschap meer kent. Alles wat we zien zou het resultaat zijn van menselijk ingrijpen. Hieruit vloeit logisch de mening voort dat we door kunnen gaan met menselijk ingrijpen. De vernietiging van het cultuurlandschap bij de grote rivieren als gevolg van dijkverzwaringen behoort volgens deze redenering tot het natuurlijk verloop van de geschiedenis.

Het landschap is een uitgestrektheid lands voor zover men die met één blik overziet, meldt Van Dale terecht. Daaraan wordt nog toegevoegd dat deze uitgestrektheid lands "zich in haar samenstel vertoont'. Het landschap is dus meer dan waar veel natuurbeschermers zich druk over maken. Tot het samenstel dat men met één blik overziet behoort ook alles waarvoor de mensen bomen en planten hebben opgeruimd en dieren hun broedplaatsen hebben ontnomen. Schilderijen van landschappen tonen dan ook meestal niet slechts natuur, maar ook een huis, een brug, een hek, een ruïne of de mens zelf.

Toch is het onzin te beweren dat landschappen geheel het resultaat van menselijk ingrijpen kunnen zijn. De lucht behoort namelijk ook tot het landschap. Het kleine stukje lucht tussen de bergtoppen en de grote luchten boven het vlakke Hollandse land bepalen mede hoe die landschappen eruit zien. De lucht is zelfs het essentiële van het landschap, "the keynote' zoals de Britse landschapsschilder Constable in 1821 aan een vriend schreef. Hij stelde vast: “De lucht is de bron van licht in de natuur en beheerst alles...” De Haagse schilder J.H. Weissenbruch zei in de vorige eeuw: “De lucht bepaalt de schilderij. Schilders kunnen nooit genoeg naar de lucht kijken. Wij moeten het van boven hebben. Wij leven van regen en zonneschijn en gaan met ons palet door de droge buien.”

Saharahemel

Lucht en licht verschillen, afhankelijk van het weertype, van de temperatuur, de vochtigheid en de wind. Daarom onderscheiden de luchten van de landschappen van Ruisdael zich van die van Lorrain, daarom is het licht van de Venetiaanse schilderijen van Turner anders dan van zijn gezichten op de Thames. Daarom zijn trouwens ook de Parijse stadsgezichten van Jongkind zo merkwaardig: het lijkt alsof de schilder de luchten van de Hollandse landschappen boven de straten van Parijs heeft geschilderd.

Het licht van de lucht verschaft een landschap een specifiek karakter. De vochtige Hollandse wolkenlucht bereikt een maximaal effect bij het rivierenlandschap. Daar spiegelen de voortdurend veranderende lichteffecten aan de hemel zich aan het aardoppervlak, waar bomen, huizen, plassen, rivieren, kronkelende dijkjes, vee en mensen zichzelf in alle lichtschakeringen tonen. Een Hollandse lucht past niet boven een woestijn en een Sahara-hemel zou vloeken boven de Alblasserwaard.

Een landschap is iets dat we zien. De waardering voor het landschap dat we bekijken kan uiteenlopen. We kunnen een landschap zien als onze omgeving. Dat landschap is vertrouwd als de stoel van een grootvader. Lawrence Durrell schreef in 1960 zelfs dat menselijke karakters beïnvloed worden door het landschap. De aard van een landschap zou bepalend zijn voor het ontstaan van typisch plaatselijk gedrag. Het zien van een landschap kan in ieder geval onze stemming beïnvloeden. Dat is niet beter te beschrijven dan Stendhal deed in de eerste zinnen van zijn Vie de Henry Brulard: “Ik bevond me die morgen van de 16e oktober 1832 bij San Pietro in Montorio, op de Janicolo heuvel in Rome en de zon scheen schitterend. Een lichte scirocco wind, die nauwelijks voelbaar was, deed enkele witte wolkjes boven de heuvel van Albano drijven en er heerste een heerlijke warmte. Ik was gelukkig dat ik leefde.”

Op reis is een landschap het eerste kenmerk dat van een vreemd land wordt waargenomen. Het is ook het kenmerk dat de meeste indruk maakt. Als toeristen naar Toscane terugkeren, gaan ze naar de heuvels met cypressen die zij zich van vorige bezoeken herinneren. Bij terugkeer van een verre reis geeft het zicht op het eigen vertrouwde landschap het gevoel thuis te komen. Zoals vroeger schepelingen uitkeken naar de Hollandse duinenrij - een aanblik uit zee waarvan geen landrot zich de emotionele waarde kon voorstellen - zo kijken hedendaagse vliegtuigpassagiers bij de nadering van Schiphol uit naar de nauwkeurig in vakken verdeelde aardbodem, doorsneden met in de zon glinsterende sloten, die het teken zijn van de thuiskomst. Dat beeld uit de lucht kent de wandelaar in het landschap niet, hoewel Aldous Huxley in 1925 vanaf de grond wel vaststelde dat het Hollandse landschap “alle kwaliteiten bezit die de wiskunde zo leuk maken”.

Gevoelens

Het landschap heeft ook een esthetische waarde. Er zijn mooie landschappen, mooiere landschappen, ideale landschappen. Over lelijke landschappen wordt minder gesproken. Eerder heeft men het over verwoeste landschappen, in de veronderstelling dat het uitzicht er eens mooi geweest moet zijn.

Kunstenaars zijn de nauwkeurigste waarnemers van het landschap. Schilders scheppen ideale landschappen of geven de landschappen weer waarvan zij onder de indruk zijn. Dat de landschapskunst zich sinds de zestiende eeuw in Nederland in het bijzonder heeft ontwikkeld, is niet alleen historisch te verklaren, maar heeft ook alles te maken met de uitzonderlijke schoonheid van de lucht en het bewoonde waterland hier. De schilders gaven op hun schilderijen de gevoelens weer die de landschappen bij hen opwekten. Claes Jansz Visscher maakte in het begin van de zeventiende eeuw zijn prentenserie Plaisante Plaetsen om anderen te laten meegenieten van de landschappen, voor “Liefhebbers die geen tyt en hebt om veer te reijsen”.

Behalve door kunstenaars wordt er slechts weinig gesproken over de esthetische waarde van het landschap. In de nota Visie Landschap die het ministerie van Landbouw, natuurbeheer en visserij vorig jaar publiceerde komt het esthetische belang van landschappen slechts even aan de orde en vervolgens gaat alle aandacht naar technische, natuurwetenschappelijke en economische overwegingen die een rol moeten spelen bij de omgang met het landschap. Actievoerders tegen een nieuwe spoorlijn voor goederenvervoer door de Betuwe voeren - naast veel andere argumenten - wel esthetische overwegingen voor hun standpunt aan. De spoorlijn zou aantasting betekenen van een uniek cultuurlandschap.

Dat toont hoe weinig er over het landschap bekend is. Want het argument van de actievoerders is net zoiets als ervoor pleiten dat de gebouwen in het centrum van Rotterdam voortaan onder toezicht van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg komen. Het traject langs de snelweg Rotterdam-Nijmegen dat is uitgekozen voor de spoorlijn loopt door een landschap dat al decennia geleden volledig is verwoest. Dat gebeurde bij de herverkaveling van de landbouwgronden, een actie waarbij alles wat krom was recht werd getrokken en oude bomen werden verruild voor jonge boompjes langs kaarsrechte wegen. Een landschap dat met een grote variatie van begroeiing, van wegen en huizen, sporen toonde van eeuwenlange menselijke activiteiten, werd veranderd in een kale vlakte. Van protesten was indertijd vrijwel geen sprake. Op de lagere school leerden kinderen dat herverkaveling heel Nederland vooruit hielp. Nu leren die schoolkinderen dat de boeren voor wie het landschap werd verwoest grond moeten braakleggen en dat het ministerie van Landbouw tegenwoordig tevens verantwoordelijk is voor het landschapsbeheer.

Victor de Stuers

Het is dringend tijd dat het Nederlandse landschap een serieuze bescherming krijgt. Ingrepen in een cultuurlandschap moeten zorgvuldig gebeuren, zodat het welkome toevoegingen worden. Kaalslagen zoals die nu bij de grote rivieren gebeuren moeten onmogelijk worden. De monumentenzorg heeft zich altijd beperkt tot gebouwen, ook de beschermde stads- en dorpsgezichten zijn gebouwen. De natuurbescherming heeft zich over natuurmonumenten ontfermd. Maar het landschap, het mooiste dat Nederland te bieden heeft, is zonder bescherming. Wie tegen de grootscheepse vernietiging van het rivierenlandschap protesteert kan allerlei argumenten gebruiken. Hij kan de berekeningen van de noodzakelijke dijkhoogten bekritiseren. Hij kan - tot nu toe tevergeefs - eisen dat de milieuwetgeving ook bij dijkverzwaringen wordt toegepast. Hij kan ervan verzekerd zijn van de dijkenbouwers, polderbestuurders en politici - dikwijls merkwaardige - tegenargumenten te krijgen.

Maar op het eenvoudige argument dat een prachtig landschap beschermd moet worden gaat nog altijd vrijwel niemand in. De toestand is vergelijkbaar met die met de historische bouwwerken voordat in de vorige eeuw Victor de Stuers met zijn artikel Holland op zijn smalst de monumentenzorg op gang wist te brengen. “Zoo men een betere toekomst wilde verzekeren, zou men misschien wèl doen te trachten aan ons volk met a + b te bewijzen, dat de kunst zijn aandacht waardig is”, schreef De Stuers. Het lijkt alsof tegenwoordig een pleidooi voor bescherming van het landschap slechts mogelijk is als daarbij een computerberekening wordt overlegd.