Heimwee naar een goed handschrift

Anders dan als een privé-steno wordt het handschrift eigenlijk niet meer gebruikt. Wie zich tot de buitenwereld wendt, schrijft met een typemachine of computer. Het toetsenschrijven lijkt het definitief gewonnen te hebben. Daarover handelt deze tiende aflevering van de serie over het handschrift.

Zo'n jaar of tien geleden ging schrijven nog met een klein, langwerpig instrumentje: een pen. Het was met inkt gevuld en als je het in je hand nam kon je er letters mee tekenen. Tegenwoordig gaat schrijven met toetsen. Er is een tussenfase geweest, een schrijfmachine met toetsen, maar dat apparaat is inmiddels een stille dood gestorven. De toetsen zitten nu op een computer. Ook een schrijfmachine, maar dan een waarmee het resultaat eerst op een scherm bekeken kan worden. Een kladversie met de pen is niet meer nodig en wie veel schrijft gebruikt zijn pen alleen nog maar om zijn declaratieformulier in te vullen.

Met die veranderingen in het schrijven corresponderen de veranderingen in het verwachtingspatroon van de lezers. Wie een handgeschreven brief van een vreemde ontvangt fronst de wenkbrauwen. Een ongewenste intimiteit is het nog net niet, maar het komt in de buurt. Werkgevers vragen geen handgeschreven sollicitatiebrieven meer, en als ze dat toch doen is dat een reden voor achterdocht. Ze zouden toch niet in grafologie geloven?

Wie zich onaangekondigd tot een ander wendt of een zakelijke correspondentie voert, dient zich van de letters uit een laserprinter bedienen. Zo is tegenwoordig de norm, en wie toch zo'n ding heeft staan gebruikt hem al gauw ook voor zijn privé-correspondentie.

Ook op de instellingen waar het met de hand schrijven wordt aangeleerd - scholen - verschijnen steeds meer computers. Dat leerlingen van het voortgezet onderwijs hun werkstukken met de computer maken is wijd en zijd geaccepteerd, hun leraren zijn allang blij dat ze de resulaten nu kunnen lezen.

De overgang van handgeschreven naar geprinte communicatie is maar een van de vele veranderingen waar de twintigste eeuwer getuige van is, maar het is wel een dramatische. Hoezeer de pen in onbruik is geraakt merkt de toetsendrukker als hij plotseling toch iets van langere adem met de hand moet schrijven. Een condoleancebrief of een liefdesbrief maak je niet op de tekstverwerker. Die brieven moeten recht uit het hart komen en dat laat je het beste zien met een handgeschreven brief zonder al te veel doorhalingen. Dat valt niet mee. Om te beginnen moet ruim van tevoren vaststaan hoe de zin waaraan je begint ongeveer gaat eindigen. Een kladversie, bij voorkeur gemaakt op de computer is onontkoombaar.

Verder blijkt al gauw dat handschrift heel wat meer motorische vaardigheden vereist dan het indrukken van toetsen. De vingers gaan pijn doen, de onderarm verkrampt en bij de elleboog openbaart zich weer die hardnekkige blessure die twee jaar geleden bij een wedstrijdje stenengooien aan het strand werd opgedaan. Dat gebeurt vooral als een balpen wordt gebruikt. Ze zijn voor het invullen van formulieren vereist - anders drukken de B-, C- en D-kopieën niet door - en voor het krabbelen op een geel plakbriefje zeer geschikt. Maar voor schriftuur van langere adem is de balpen een ramp. De kogel zwikt naar alle kanten, de druk die wordt uitgeoefend loopt tot astronomische hoogte op en na anderhalf kantje moet de briefschrijver ontspanningsoefeningen doen. De vulpen, vroeger altijd schrijfklaar, verkeert in permanente staat van uitdroging.

Ook ontstaan problemen met de vlakverdeling. Een blanco velletje A4 is voor de printer of de typemachine zeer geschikt, maar biedt voor een handgeschreven brief te weinig houvast. De aanhef en de datum zwabberen over het vel, de kantlijn verloopt en de ondertekening staat scheef.

De zwaarste opgave voor de schrijver van een handgeschreven brief is wel die van de leesbaarheid-voor-anderen. Plotseling wordt het hem duidelijk dat zijn handschrift de afgelopen tien jaar steeds idiosyncratischer is geworden. Omdat het alleen nog maar het eigen gebruik diende, heeft het zich ongemerkt ontwikkeld tot een privé steno dat alleen de schrijver zelf nog kan ontcijferen. Terugschakelen naar een algemeen begrijpelijke variant is lastig. In het gunstigste geval komt er een kleuterhandschrift voor de dag. Niet het soort typografie waarmee men een weduwnaar troost of een geliefde aan zich bindt.

Vol heimwee slaat de toetsendrukker een dictaat van vijftien jaar geleden op. Dat regelmatige, dat lopende, dat leesbare, het is weg en het komt nooit meer terug.