Geworstel met een saxofoon; Josef Skvorecky's eerste roman vertaald

Josef Skvorecký: De lafaards. Vert. Edgar de Bruin. Uitg. Ambo, 399 blz. Prijs ƒ 39,90.

Na een ballingschap van tweeëntwintig jaar in Canada keerde de Tsjechische schrijver Josef Skvorecký (geb. 1924) in 1990 naar zijn geboorteland terug om uit handen van president Václav Havel de Orde van de Witte Leeuw in ontvangst te nemen, de hoogste onderscheiding uit het tijdperk van de eerste Republiek. Skvorecký kreeg deze onderscheiding wegens zijn verdienste als schrijver-uitgever in ballingschap. Na de abrupte beëindiging van de Praagse Lente op 21 augustus 1968 was Skvorecký naar Toronto geëmigreerd, waar hij samen met zijn echtgenote Zdena de dissidenten-uitgeverij "Publishers 68' oprichtte. Het uitgeven van in Tsjechoslowakije verboden boeken zagen zij als het middel bij uitstek om vanaf de andere kant van de oceaan het morele en culturele verval in hun geboorteland te bestrijden. Gedurende bijna een kwart eeuw lag het zwaartepunt van Tsjechoslowaakse literaire activiteiten noodgedwongen in anderstalige gebieden, zowel binnen als buiten Europa. De "Publishers 68' van de Skvorecký's bleek evenwel de belangrijkste stimulans te zijn. Als cadeau voor de nieuwe democratisch gekozen president Havel, bracht het echtpaar Skvorecký alle 225 Tsjechische boeken mee die ze gedurende die jaren hadden uitgegeven. Die boeken konden de lezers in Tsjechoslowakije tot kort geleden slechts clandestien in hun bezit krijgen. Milan Kundera, wiens boeken ook in Toronto zijn gepubliceerd, heeft er terecht op gewezen dat het echtpaar Skvorecký het leeuwedeel aan de instandhouding van de Tsjechische literatuur voor zijn rekening heeft genomen. Rechtgeaarde uitgevers beseffen dat de juiste boeken de echte winnaars op het menselijke strijdtoneel zijn.

Non-comformistisch

Josef Skvorecký had reeds vóór zijn emigratie in Praag gepubliceerd. In totaal staan vijftien romans en verhalenbundels op zijn naam. Nu is in Nederland, in een vertaling van Edgar de Bruin, zijn eerste roman verschenen, De Lafaards, geschreven in 1949 toen de schrijver vijfentwintig jaar oud was. In Tsjechoslowakije werd de roman in 1958 gepubliceerd. Op het eerste gezicht lijkt het gewaagd een boek, dat betrekkelijk lang geleden geschreven is, op dit ogenblik op de Nederlandse markt te brengen. Maar het boek heeft een eerbiedwaardige geschiedenis. In feite is het opmerkelijk, dat het Skvorecký lukte om het boek in 1958 in Praag gepubliceerd te krijgen, in de periode vlak na de Stalinistische monsterprocessen. Het duurde een aantal maanden voordat de autoriteiten er achter kwamen dat het boek volstrekt ongeschikt was om hun totalitaire systeem te dienen. De weinige exemplaren die van de eerste editie van De Lafaards over waren, werden dan ook spoedig uit de verkoop genomen. Door de uitgave verloren een paar mensen hun baan, onder wie Skvorecký zelf, die bij een uitgeverij ("Krásná Literatura') werkzaam was. Maar de door angst verlamde natie had inmiddels een duidelijk signaal ontvangen, dat zich een nieuwe generatie van non-conformistische schrijvers had aangemeld. In 1964, toen het regime tijdelijk wat soepeler was geworden, kon er een herdruk van De Lafaards verschijnen. Skvorecký had met zijn eersteling een duidelijke plaats verworven in het pantheon van de Tsjechische literatuur. Net als alle klassieke werken is dit boek, ook na de Fluwelen Revolutie, actueel gebleven door de onthullende wijze waarop de aard van de mens als politiek dier wordt blootgelegd.

Revolutie

Het verhaal speelt zich af in een Boheems stadje, Kostelec, in de periode van 4 tot en met 11 mei 1945, de week waarin de Tweede Wereldoorlog in Tsjechoslowakije ten einde liep. Die oorlog wordt vervangen door de bevrijding oftewel de revolutie. De Boheemse inwoners van Kostelec ondergaan een metamorfose van passieve collaborateurs tot tamelijk passieve revolutionairen. De hoofdpersoon Danny Smirický (duidelijk een alterego van Skvorecký) worstelt met adolescente gewetensvragen, zijn saxofoon en het ontwaken van zijn hormonen. Zowel oorlog als liefde blijken zware beproevingen te zijn en alleen een revolutie op beide fronten kan hem het nodige inzicht verschaffen. In het groepje jonge mensen rondom de hoofdpersoon heeft ook de jazz-muziek een revolutionaire functie, omdat de jazz al hun ongrijpbare verlangens kan bevredigen. Alle angst, fanfares en toespraken uit die verwarrende periode resulteren tenslotte in een typisch Tsjechische maaltijd van gans, knoedel en zuurkool. Men wilde de Duitsers (en later de Russen) niet te zeer in het nauw drijven, opdat de Tsjechische revolutie en de knoedels veilig werden gesteld. Zo was het, zo is het, en zo zal het waarschijnlijk nog lang blijven in dat land in het hart van Europa.

De roman is indrukwekkend door zijn eerlijkheid en eenvoud. De Lafaards is een helder en geestig document van een korte periode waarin een diepgaande politieke omwenteling plaatsvond. De soms lange dialogen en de soms terugkerende thematiek doen enigszins denken aan naoorlogse films, aan die geleidelijke betovering door het zwart-witte celluloid, iets waarvan in het huidige TV-tijdperk weinig sprake is. Vertaler Edgar de Bruin heeft de spiritualiteit van de Tsjechische taal voortreffelijk in het Nederlands overgebracht. Als een goede restaurateur heeft de vertaler een waardevol schilderij deskundig schoongemaakt en het opnieuw glans gegeven.