Er schijnen mensen te zijn die naar ...

Er schijnen mensen te zijn die naar sportwedstrijden kijken zonder zich met de deelnemers te identificeren. Misschien zien ze de atleten als stukjes van een bewegende puzzel en vinden ze het spannend om te raden welk patroon het laatste zal zijn bij de finish of het eindsignaal. Zelf trap ik iedere bergetappe mee omhoog en win ik met enige regelmaat de marathon en de tienduizend meter. Vooral bij individuele sporten zoals fietsen, lopen en zwemmen waarvan je de basisbeweging kent, is het niet zo moeilijk om je in te leven.

Voor mensen als ik is er nu goed nieuws: de uitvinding van de virtuele Olympische Spelen. Het woord virtueel betekent zowel "mogelijk' als "werkelijk' en is dus op de meest uiteenlopende manieren te gebruiken. Het Wetenschapsmuseum van Barcelona heeft het meegegeven aan een opstelling die je met behulp van computersimulatietechnieken laat meebeleven wat een sporter, een scheidsrechter of desnoods een doelpaal ervaart. Zo komt het dat ik gistermiddag aan mijn talloze bolletjestruien binnen vijf minuten het wereldrecord polsstokhoogspringen en een ski-medaille heb toegevoegd.

Om dat te bereiken werd me een helm opgezet waarin vlak voor de ogen twee beeldschermpjes waren gemonteerd en luidsprekers bij de oren. Die laatste deden het even niet, want de opstelling bevindt zich nog in een experimentele fase. Alle mogelijke varianten op de situatie waarin de te volgen atleet zich bevindt, zijn opgeslagen in een bovenmaatse computer. In totaal zijn het 2,2 miljoen "driehoekjes' die zorgen voor stereoscopisch beeld en geluid. De computer reageert zo snel op de bewegingen van het hoofd dat je voor je ogen ziet wat Sergei Bubka zou zien wanneer hij tijdens zijn recordsprong naar boven, naar beneden of opzij had gekeken. Blauwe lucht, juichend publiek, de vallende stok, de snel naderende mat.

Bij het skiën gaat de nabootsing nog iets verder, want dan wordt de virtualist geacht een paar skischoenen aan te trekken, op de latten te gaan staan en mee te bewegen. De spierbewegingen worden doorgegeven aan de computer, die ze laat meewegen bij het uitzetten van de koers. Twee skiërs die samen afdalen kunnen ook op elkaar reageren, elkaar zelfs een hand geven terwijl ze naar beneden razen. Je ziet veel meer van de Alpen of de Pyreneëen dan de deelnemers aan de Winterspelen en je wordt niet moe. Wel een beetje duizelig, na verloop van tijd. Het is of je in een computerspelletje opgesloten bent.

De jongens die het zaakje bedienden verontschuldigden zich voortdurend voor kleine misgrepen en haperingen. Ze zeiden dat er al lang veel betere versies bestaan van de virtuele realiteit, maar die worden gebruikt voor de opleiding van jachtvliegers en huns gelijken en zijn dus militair geheim. Het lijkt me vrij makkelijk om de beeld- en geluidskwaliteit te verbeteren en nog wat andere zintuigen te prikkelen, zoals de reuk- en de tastzin, met behulp van koude of warme luchtstromen en met dennespray, gras, krijt en zweet. Belangrijkste nadeel van het systeem is echter de virtuele onmogelijkheid om met échte beelden te werken. De computer moet ze eerst natekenen om er mee te kunnen manipuleren. En al benaderen die tekeningen de werkelijkheid heel nauwkeurig, er blijft altijd een klein verschil bestaan.

Als het militair-industrieel complex inmiddels een oplossing hiervoor heeft gevonden, zou er een brede protestbeweging op gang moeten komen om deze vondst aan zijn klauwen te ontfutselen. Want perfectionering zou op een unieke manier inhoud kunnen geven aan de olympische gedachte, dat deelnemen belangrijker dan winnen is. Alle kijkers zouden in de toekomst meelopen in het defilé. Daarna kunnen ze meedoen aan een ongelimiteerd aantal takken van sport in de huid van ieder gewenst personage. Blank, zwart, licht, zwaar, uitdager of kampioen. Zelfs het eindresultaat valt te beïnvloeden, maar daarvoor zou op den duur misschien toch een reglement moeten ontstaan.

De proefopstelling is maar een klein onderdeel van de expositie in het Wetenschapsmuseum en het aantal bezoekers dat actief deel kan nemen is zeer beperkt. In andere ruimtes worden onder meer de capaciteiten van topsporters met de kampioenen van het dierenrijk vergeleken. Aanschouwelijk wordt gemaakt dat een klein chimpanseetje ongeveer drie keer zoveel kracht in zijn armen heeft als Arnold Schwarzenegger en dat is op zichzelf ook iets dat je aan het denken zet. Ook is er een demonstratie van High Definition TV, het produkt dat Philips en Thomson in een wanhoopsoffensief via deze Spelen proberen te lanceren. Het beeld op deze schermen is al evenmin een openbaring als het CD-geluid dat was in vergelijking met de grammofoonplaat. Deze stap in de ontwikkeling van ons kijkgedrag kan zo te zien rustig worden overgeslagen. De toekomst van de televisie ligt in de totale fysieke ervaring. Virtueel, althans.