Elvira Becks in voetsporen Van Gerwen

BARCELONA, 31 JULI. Nederland zal bij het turnen wel nooit in de prijzen vallen. Maar trainer Gert-Jan Nieuwstad vergeleek de 22ste plaats die Elvira Becks gisteravond in de schaduw van de toppers haalde met een medaille. “Dit is een unieke prestatie”, vond hij. Nieuwstad sprak van een bijna perfecte wedstrijd van de 15-jarige Becks. “Alleen op de balk had ze misschien, twee à drie-tiende punt meer kunnen halen. Ze heeft even gewiebeld.”

Becks zelf wilde na afloop bijna niet geloven dat ze op een puntentotaal van 39.000 was geëindigd. “Dit is echt te gek.” Ze was doodmoe. Toch herinnerde ze Nieuwstad er nog even aan dat hij nu kaal moet worden geschoren. Dat hadden de twee afgesproken indien Becks de individuele finale zou halen. De moeder van Becks zal Nieuwstad hoogstpersoonlijk onder handen nemen. Zij heeft de tondeuse uit Nederland meegenomen.

Het was tijd om even gek te doen. Becks benaderde de prestatie van Ans van Gerwen bij de Olympische Spelen van '72. Die werd toen negentiende en aan het eind van het jaar meteen uitgeroepen tot sportvrouw van het jaar. Een plaats bij de eerste vijftien zit er voor een Nederlandse volgens hem de eerste tien jaar niet in. Ook al omdat er de onzekere toekomst is voor het Nederlandse turnen. Het internaat van Papendal wordt gesloten. Nieuwstad gaat er vanuit dat hij gewoon op de oude voet kan doortrainen met Becks. “Maar zeker weten doe ik niets.”

Nieuwstad constateerde tot zijn vreugde en verbazing dat Becks met haar 22ste plaats nu tot “de happy few” van het vrouwenturnen behoort. Zij ligt volgens hem goed bij de juryleden. “Ze vinden Elvira allemaal een leuk meisje. Ze willen haar ook altijd aanraken.” Nieuwstad doet voor en tijdens de wedstrijd niet mee aan de strijd om in de gunst van de jury te komen. Het is bekend dat er door de grote landen vaak cadeaus worden uitgedeeld. “Er doen zelfs verhalen de ronde over betalingen. Ik heb daar geen budget voor. Maar al zou ik de mogelijkheid hebben zou ik het nog niet doen. Dat past niet bij ons. Wij zijn dat leuke kleine landje. Dat moet zo blijven. Ik ben wel uiterst aardig tegen de juryleden, lach volop tegen ze en vraag altijd heel geïnteresseerd hoe het met ze gaat. Dat soort dingen hebben zeker invloed.”