Een wraakzuchtige vleermuisman; De verwording van een vleermuisman

Wat is er gebeurd met Batman tussen de jaren zestig en nu? Binnenkort gaat Batman Returns in première, een vervolg op de door Tim Burton geregisseerde Batman uit 1989. In deze films is Batman alleen, net als in 1939, toen Robert Kane in een weekend Batman ontwierp, geïnspireerd door de vliegmachine van Leonardo da Vinci. Kane maakte van Batman, in tegenstelling tot Superman, een gewone sterveling met wraak als motief. Pas een jaar later introduceerde Kane het hulpje Robin, gemodelleerd naar Robin Hood, die ook in de beroemde tv-serie van vijfentwintig jaar geleden voorkomt. In latere strips verdween Robin weer. Paul Steenhuis ging de vele gedaanten van Batman na. “Batman is van een van de best geschreven Amerikaanse beeldverhalen in de jaren veertig en vijftig tot een volkomen uitwisselbare stripheld verworden, die zich niet echt onderscheidt van superhelden als Spiderman, Superman en X Men.”

Er is voor mij maar één echte Batman: Batman-met-de-korte-oren.

De als vleermuis verklede misdaadbestrijder die figureert in de film Batman Returns, die 7 augustus in ons land in première gaat, is een heel andere: dat is Batman-met-de-lange-oren.

Op de foto's uit de eerste Batman-film van Tim Burton uit 1989, waarop Batman Returns het vervolg is, zag ik het meteen. Dit was niet de Batman die ik kende. Hij had veel te lange vleermuisoren op zijn masker, dat kon nooit wat zijn. Ik besloot niet te gaan kijken. Nu ik die film onlangs wel gezien heb, blijkt dat er nog een element aan hem ontbreekt: zijn helper, zijn maatje Robin, The Boy Wonder.

Ik wilde de film in 1989 niet zien omdat Batman nostalgie was, een tv-held uit mijn jeugd. Een afgesloten hoofdstuk, net als Ja zuster, nee zuster, Pipo de clown en The Thunderbirds.

Toch knaagde het. Wat is er gebeurd met Robin en Batman tussen de jaren zestig, toen ik als tienjarige naar de Batman-serie op tv keek, en nu?

Mijn zoontje van tweeënhalf gaf de doorslag. Hij kwam van de crèche thuis met de mededeling dat hij Batman wilde spelen. We moesten met een theedoek omgeknoopt achter de bank boeven zoeken, en dan veel door de kamer rennen zodat onze capes flink fladderden. Hij riep tegen mij “Kom mee, Robin!”, en zong zelfs het herkenningsdeuntje van de tv-serie waar ik ruim 25 jaar geleden naar keek: Bedde-bedde-bedde-bedde Batman!

In één klap was Batman terug in mijn leven, zeker toen bleek dat de tv-serie uit de jaren zestig herhaald wordt, elke zaterdagochtend op RTL 4.

Het was onvermijdelijk: ik moest weten wat er met mijn Batman, de Batman-met-de-korte-oren die samen met Robin het Dynamic Duo vormde, was gebeurd.

Superman

Batman, The Caped Crusader is ontstaan in de begintijd van de Amerikaanse strip. Hij werd door tekenaar Robert "Bob' Kane (New York, 1916) ontworpen in 1939, op verzoek van de stripbladenuitgeverij waar hij voor werkte, Detective Comics (DC). Het jaar daarvoor was de eerste strip-superheld "gelanceerd', Superman, en zijn succes was fenomenaal. Hij luidde de Amerikaanse Golden Age of Comics in. DC wilde meer van zulke goedverkopende superhelden.

Superman was de eerste strip-superheld met bovennatuurlijke krachten. Hij kwam van een andere planeet, kon vliegen en was een onkwetsbare redder van mensen in nood. Hij werd in 1933 bedacht door twee 18-jarige schooljongens, Jerry Siegel en Joe Shuster, die er jaren mee leurden voor ze de strip gepubliceerd kregen.

Kane herinnert zich in zijn autobiografie Batman & Me (1989) dat hij Batman in één weekeinde ontwierp. Het idee voor een vleermuisman had hij van een film uit 1930, The Bat Whispers, waarin een detective een als vleermuis verklede moordenaar zoekt, die hij uiteindelijk zelf blijkt te zijn. Een andere inspiratiebron was de film The Mark of Zorro (1920), met Douglas Fairbanks sr. in de rol van de rijke Spaanse graaf, die gemaskerd en met cape het onrecht bevocht. Fairbanks speelde ook in piratenfilms, waarin hij vaak aan draden door de lucht zwaaide, net zoals Batman zou doen.

En ten slotte was er ook nog Leonardo da Vinci's tekening van een vleermuisachtige vliegmachine die Kane inspireerde tot het ontwerpen van de vleermuisman, of The Bat-Man, zoals Batman aanvankelijk heette. (Kane noemt het hoofdstuk in zijn biografie over het ontstaan van Batman daarom plechtig: A Vision Inspired by Da Vinci)

Kane maakte van Batman, in tegenstelling tot Superman, een kwetsbare superheld. Hij is een gewone, maar rijke, sterveling: de miljonair Bruce Wayne die 's nachts gemaskerd de onderwereld bestrijdt. Wraak is zijn motief. Hij wil zich wreken op de misdadigers, die zijn ouders bij een overval hadden vermoord.

Hij kon zich niet zoals Superman uit iedere benarde situatie knokken, maar moest met list en lenige kunsten (acroBATics) zijn vijanden te slim af zijn. Deze menselijke kant van Batman maakte hem populair. Zijn onheilspellende vleermuis-kostuum dat hem een Mickey Mouse-achtige herkenbaarheid geeft, was een tweede belangrijke reden voor zijn succes. Batman is Superman inmiddels voorbij gestreefd in stripverkoop- en filmopbrengstcijfers.

Vampier

In mei 1939 verscheen in Detective Comics nummer 27 voor het eerst een avontuur van Batman. Hij stond op de voorplaat, met de wervende tekst: "Starting this issue: The Amazing and Unique Adventures of The Batman!'

Batman opereerde in het eerste jaar van zijn bestaan solo. Hij was een mysterieuze verschijning die de misdadigers angst wilde inboezemen. Hij had duivels lange oren op zijn vleermuismasker.

Die eerste Batman-strips hebben een horror-achtige, duistere (gothic) sfeer, zoals bijvoorbeeld blijkt uit Batman versus the Vampire (1939), waarin de vleermuisman een vampier moet doden. Kane, Bill Finger en andere co-auteurs waren niet alleen fans van gangsterfilms met James Cagney en Bogart en van populaire misdaadpulpromans, maar ook van horrorfilms als Dracula.

Batman leek aanvankelijk minstens zo sinister als de onderwereldfiguren die hij bestreed. Maar al na een jaar kwam daar verandering in. In april 1940 werd zijn jongere hulpje Robin geïntroduceerd, met wie de jongere lezers zich beter konden identificeren. Robin kreeg als contrast met Batmans grijs-zwarte kostuum een rood jasje, gele cape, groene handschoenen en laarsjes. Hij is, aldus Kane, vernoemd en gemodelleerd naar Robin Hood (ook gespeeld in films door Douglas Fairbanks sr.).

De komst van The Boy Wonder maakte de toon van de strip lichter. Van een verontwaardigde burger die het recht in eigen hand neemt, veranderde Batman in iemand die met de politie samenwerkte. Batmans succes groeide en kreeg een blad met een eigen titel: Batman, in 1940. Omdat de stripbladen vooral werden verkocht aan kinderen, waren de uitgeverijen gevoelig voor protesten tegen te veel geweld in strips. Om de critici voor te zijn deden ze aan zelfcensuur. Batman mocht vanaf 1940 geen pistool meer gebruiken. Het woord "FLICK' (een korte snelle beweging of klap) mocht ook niet gebruikt worden, omdat de in kapitalen geschreven letters "L' en "I' wel eens als een "U' gelezen konden worden. In plaats van wapengeweld, waren het vooral acrobatische toeren en de wonderlijke accessoires uit zijn riem (The Utility Belt), zoals capsules met verdovend gas, of de Baterang, een boemerang in vleermuisvorm, die uitkomst moesten brengen. Deze minder duistere Batman veranderde in 1940 ook van uiterlijk. De oren op zijn vleermuismasker werden korter.

Volgens de schrijver van de The History of Comics, James Steranko, heeft de introductie van Robin in hoge mate bijgedragen tot het grote en langdurige succes van Batman. Wat mij betreft heeft hij gelijk. Het is de combinatie van de grappige Robin en de stoere Batman in de mysterieuze, onheilspellende grote stad die de magie van de strip veroorzaken. De geestige bende vaste tegenstanders van Batman, zoals de Joker, die veel met lachgas werkt, of de Penguin, die er in de strip uitzag als een soort W.C. Fields, of Catwoman, voor wie Batman een zwak heeft (allemaal na de komst van Robin bedacht) dragen natuurlijk ook bij aan dat succes. Maar zonder Robin werkt de magie van Batman niet.

Klassiek duo

Ze vormen een klassiek duo, een wijze, wat oudere vaderfiguur die een onwetende jongen inwijdt in de gevaren van de boze wereld.

Kane had gevoel voor zowel het duistere als het lichte. Hij tekent sfeervol donkere straten tussen wolkenkrabbers, nevels om onheilspellende oude landhuizen waar schurken met brede onderkaken zich ophouden. Maar hij had, bekent hij in zijn autobiografie, het liefst een tekenaar van grappige strips, cartoons, willen worden. Daarop had hij zich ook toegelegd voor hij Batman bedacht. In de Batman-strips die hij met verschillende auteurs en tekenaars maakte in de jaren veertig en vijftig is dat evenwicht tussen het duistere aspect en het lichte perfect. Dat zijn voor mij de klassieke Batman-strips, waarin The Dynamic Duo optimaal functioneert.

Na het midden van de jaren vijftig werden de verhalen minder, er kwamen steeds meer monsters van andere planeten in, en science fiction, want dat verkocht goed. Tot Kane in 1965 te horen kreeg dat als de verkopen niet aantrokken, het afgelopen was met Batman en Robin.

Hij wist niet dat in die tijd de baas van Playboy, Hugh Hefner in zijn Chicago Playboy Club de Batman bioscoopfilm-series uit de jaren veertig door Columbia liet vertonen. Die vervolgfilms ("To be continued next week') waren zo slecht en goedkoop gemaakt - derderangs acteurs in slobberige, knullige pakken - dat ze daardoor juist grappig waren om naar te kijken. Deze B-film Batman had geen vleermuisoren op zijn masker, maar knullige duivelshorentjes.

Hefner, zijn gasten en zijn Bunnies vermaakten zich er enorm mee. Het was "camp': leuk omdat het zo slecht was. Iemand van de tv-maatschappij ABC was ook te gast, en het leek hem een geweldig idee voor een nieuwe tv-serie. Zo stond Hefner aan de wieg van de Batman-tv-serie die ik als tienjarige zag.

Mijn vader wilde niet dat ik naar Batman keek, hij vond het verwerpelijke Amerikaanse misdaadrommel. Dat ik toch talloze afleveringen zag, en zelfs een door mijn moeder vervaardigd Batman-pak kreeg, met masker en cape, behoort tot een van de raadsels van mijn opvoeding. Met dat pak legde ik veel eer in bij vriendjes, die zoiets niet mochten hebben, want de stemming onder volwassenen was erg anti-Batman. Dat kwam onder meer door kranteberichten over Amerikaanse kinderen die getooid met een Batman-cape van bruggen sprongen, omdat ze dachten dat ze vliegen konden. (Dat Batman in tegenstelling tot Superman niet kan vliegen, ontging ze.)

Ook was er, vooral in Amerika, een discussie over de vraag of het in strakke maillots gehulde tweetal wellicht homoseksueel was. Maar of dat argument in de verlichte jaren zestig in ons land meespeelde in het negatieve oordeel over The Dynamic Duo, durf ik niet te zeggen.

Nu ik de tv-serie, gemaakt door Bill Dozier met Adam West als Batman en Burt Ward als Robin, opnieuw bekijk met mijn zoontje vind ik al die kritiek onvoorstelbaar. Het is zonneklaar dat het om een perfecte Pop Art-parodie van het genre detective-en-schurkenstrip gaat. Het enige verwijt dat je de makers van de serie kunt maken, is dat ze af en toe te grappig willen zijn. Maar verder is de tv-Batman volkomen onschuldig. Als tienjarige zag ik de campy humor natuurlijk niet. Er werd gerend en geknokt, door een merkwaardige, mysterieuze vleermuisman en zijn knecht. Ze reden in een prachtige Chevrolet-achtige Batmobiel, die uit de intrigerende geheime schuilplaats, de Batcave kwam. En de gekke boeven kregen flink van katoen.

Als er in de tv-serie geknokt wordt verschijnen er in Pop Art-letters, als in een echte strip, woorden op het scherm als BIFF!, KLUNK!, KAPOW!. Batman is bijkans alwetend, en voedt de onwetende Robin min of meer op. Die reageert op alles met de uitroep "Holy ....', waarbij op de puntjes steeds een toepasselijk grappige kreet wordt ingevuld. Wanneer Batman door een haai gebeten wordt in de film, die in 1966 naar de tv-serie werd gemaakt, roept Robin: "Holy Sardines!'

Vrouwen

Eigenlijk betekende de ongekend populaire tv-serie de redding voor Batman, die in 1965 bijna het loodje had gelegd. Maar tegelijk was de serie het einde van Batman en Robin als Dynamic Duo. Want na het vrolijke Batman-succes, dat in 1968 voorbij was, wilde uitgeverij DC van Batman weer een serieuze misdaadstrip maken. Batmans oren schoten omhoog. (Het is haast een graadmeter: korte oren, leuke Batman-verhalen; lange oren, slechte Batman-verhalen.) De grappige Robin moest verdwijnen. Hij ging naar een eigen blad, ging dood (na een referendum onder de lezers), er kwam een andere Robin terug, die het ook niet bij Batman uithield. En zo kwakkelde Batman-met-de-lange-oren maar door.

In een van de invloedrijkste nieuwe Batman-strips, die heel populair werd en de aanzet gaf tot de huidige films, het boek The Dark Knight Returns (1986) van tekenaar Frank Miller, verschijnt Robin als meisje. Behalve met Robin wordt in dit boek ook met de strip-verhaalvorm geëxperimenteerd: close up na close up na close up, zodat er geen touw meer aan het beeldverhaal is vast te knopen.

Bob Kane, die in 1966 stopte met het tekenen van de Batman-strips, reageerde als volgt op de The Dark Knight Returns: “Ik probeer er objectief naar te kijken, het als heel progressief te beschouwen, maar eerlijk gezegd begrijp ik er niets van. Het verhaal kan ik niet volgen, waarom er vrouwen met hakenkruizen op hun borsten en billen getatoeëerd in voorkomen, ik snap het niet. Het lijkt op geen enkele manier op de Batman die ik maakte. En de tekenaars na mij hebben er nog meer aan veranderd. Ik vind dat striptekenaars die een strip overnemen trouw aan de oorspronkelijke stijl moeten blijven.” Hij had er geen moeite mee dat Batman wat serieuzer en mysterieuzer werd, maar met het verdwijnen van Robin was hij het niet eens. Die twee horen volgens hem bij elkaar als Laurel en Hardy.

Kane heeft gelijk. Zowel Miller als filmmaker Burton zeggen zich te baseren op de oer-Batman uit 1939. Maar met de toegankelijke teken- en schrijfstijl (“What's this?? Batman a criminal?? Leave it to the Joker, that cunning trickster of crime, to pull the impossible out of his hat! Yes...The Joker is back. Back with all his wicked wiles to throw Gotham City into a turmoil”) die Kane toen hanteerde heeft de langorige vleermuisman van nu weinig meer te maken. Batman is van een van de best geschreven Amerikaanse beeldverhalen in de jaren veertig en vijftig tot een volkomen uitwisselbare stripheld verworden, die zich niet echt onderscheidt van superhelden als Spiderman, Superman, X Men, etc.

Eigenlijk kan het verhaal hier beter stoppen. Want ik sta op het punt om te beweren dat de huidige Batman-strip verwerpelijke Amerikaanse misdaadrotzooi is. Maar ik besef me dat er over vijfentwintig jaar mensen zijn die vol nostalgie terugdenken aan de Batman-strips van vandaag, vol overspannen actie, geknevelde naakte vrouwen en psychopaten met supersonische geweren.

Nee, dan moet ik toch maar naar de nieuwe film, Batman Returns. Daarin wordt de duistere, broeierige grote-stadssfeer uit de oude strip nog het dichtst benaderd, vermoed ik. Hoop ik.