Een verrassing voor moeder: Alles van Elvis uit de jaren vijftig op cd

De exploitatie van Elvis Presley's erfgoed kende geen grenzen. Elvisfans kopen toch alles wat je uitbrengt, zo redeneerden de platenbazen. Maar onlangs verscheen "Elvis: The King of Rock 'n' Roll - The Complete 50s Masters', een cd-box met al het materiaal van Elvis Presley uit de jaren vijftig, die alle andere compilaties overbodig maakt. “Een dynamische Elvis-herschepping als "Hound Dog' maakt korte metten met de veelgehoorde stelling dat blanke covers altijd minder zijn dan de "puurdere' zwarte originelen.”

Elvis: The King of Rock 'n' Roll - The Complete 50s Masters. RCA PD 90689. Prijs ƒ 180,-

Vijftien jaar na zijn dood wordt Elvis Presley in Amerika geëerd met een postzegel. Voor een rock 'n' roll-ster die een miljard platen verkocht, is de frankeerwaarde bescheiden, 29 dollarcent, maar de manier waarop de zegel gestalte heeft gekregen, is koninklijk.

Onder het klassieke motto "50,000,000 Elvis Fans Can't Be Wrong' organiseerden de Amerikaanse posterijen een referendum over de vraag hoe The King moest worden afgebeeld: als de rebelse rockabilly-Adonis uit de jaren vijftig, of als de mythische Las Vegas-entertainer op leeftijd. Hoewel de doorleefde Elvis favoriet leek - waarom zouden de duizenden Presley-imitatoren zich anders tooien met glitterpak en reuzebakkebaarden? - koos het publiek voor een portret van de artiest als beginnende rocker. De postzegel zal binnenkort op brieven te zien zijn - in de Verenigde Staten, want het porto is niet toereikend voor het buitenland.

Hoe juist de keuze van het Amerikaanse publiek voor de jonge Elvis is, wordt nog eens onderstreept door de definitieve compilatie van vroege Presley-opnamen die onlangs verscheen: Elvis - The Complete 50's Masters. Vijf cd's met 140 opnamen (waaronder veertien outtakes en andere zeldzaamheden die nooit eerder werden uitgebracht) geven een overzicht van Elvis Presley's gouden jaren vijftig, vanaf de dag dat hij de Sun-studio in Memphis, Tennessee, binnenstapte om zijn eerste wasplaatje op te nemen tot aan het moment dat hij voor anderhalf jaar het leger in ging.

Met archeologische precisie hebben de samenstellers van de cd-box de vijfentwintig opname-sessies uit de periode 1953-1958 gedocumenteerd; bij het vergeten materiaal dat zij in de archieven aantroffen, is een gedreven live-concert uit 1956, een swingende alternatieve versie van "Shake, Rattle And Roll', en een opname van de persconferentie die "recruut nummer 53310761' gaf op 22 september 1958 - de ochtend van zijn afvaart naar West-Duitsland. In een begeleidend boekwerkje, geïllustreerd met zeldzame foto's, beschrijft de popcriticus Peter Guralnick het eerste lustrum van Elvis' carrière. Hij schetst het beeld van een experimenterende zanger die op zijn platen verbazingwekkend losjes en vanzelfsprekend klonk, maar in de studio 28 takes nodig had voor "Don't Be Cruel', en wel 31 voor "Hound Dog'; een "idiot savant' die zijn begeleiders soms gek maakte met zijn perfectionisme.

Vuilnisbak

Het verhaal van de ontdekking van Elvis Presley is bekend, maar te mooi om niet nog eens te vertellen. In de zomer 1953 klopt een achttienjarige vrachtwagenchauffeur aan bij de Memphis Recording Service, een filiaal van de bluesplatenmaatschappij Sun waar iedereen voor vier dollar zijn stem kan laten vastleggen. Hij wil zijn moeder met een ballade verrassen, zegt hij, en op de vraag of hij in een bepaalde stijl zingt, antwoordt hij: "I don't sound like nobody. I sing all kinds'.

Presley's gepolijste, maar bluesy zang maakt indruk op Sam Phillips, de baas van Sun Records die naar eigen zeggen juist op zoek is naar een blanke jongen die kan zingen als een neger. Hij nodigt Presley samen met gitarist Scotty Moore en bassist Bill Black in de Sun-studio uit. Daar ontstaat een nieuwe muzieksoort, tijdens een pauze in de opnamen, wanneer Elvis voor de grap op zijn gitaar begint te hameren ("als op de deksel van een vuilnisbak', verklaart hij later) en hikkend het bluesnummer "That's All Right Mama' zingt. Het is 5 juli 1954, twee maanden nadat het Hooggerechtshof de segregatie in de VS ongrondwettig heeft verklaard, en Elvis Presley schrijft geschiedenis met een mengvorm van zwarte rhythm 'n' blues en blanke countrymuziek: rockabilly.

"That's All Right Mama', Elvis' eerste single, is een blues met een country-ritme en een hillbilly-accent. Dat ook het omgekeerde een specialiteit van Elvis was, blijkt uit The Complete 50's Masters. Op de vijfde cd is een vroege opname van het klassieke country-nummer "Blue Moon Of Kentucky' te horen. Wie dit brave, slepende deuntje vergelijkt met de opzwepende rockversie die Elvis uiteindelijk op de plaat zette, ziet de ware grootheid van The King of Rock 'n' Roll: hij transformeert zijn materiaal op zo'n manier dat de oorspronkelijke versies - toch meestal niet onverdienstelijk - uit de herinnering worden gewist. Een dynamische Elvis-herschepping als "Hound Dog' (ooit een blueshit voor Willie Mae Thornton) maakt dan ook korte metten met de veelgehoorde stelling dat blanke covers altijd minder zijn dan de "puurdere' zwarte originelen.

Elvis was geen componist, al staan onder andere het feestelijke "All Shook Up' en de aanstekelijke semi-gospel "We're Gonna Move' mede op zijn naam. Elvis bewerkte oude nummers of liet anderen (zoals het Newyorkse duo Jerry Leiber en Mike Stoller) liedjes voor hem schrijven. Dat, plus zijn voorliefde voor sentimentele ballades, heeft zijn reputatie geen goed gedaan. In het midden van de jaren zeventig, toen het auteurschap in de rock hoog aangeschreven stond en Elvis zich in dure hotels door zijn sufste nummers heen schmierde, werd zijn belang voor de popmuziek door onwetende ketters gebagatelliseerd: Chuck Berry en Lou Reed zouden meer aan de rock 'n' roll hebben bijgedragen. Op de middelbare school keken mijn vriendjes en ik zelfs op "die mislukte filmster' neer. Elvis? Dat was voor patsers en proleten, en daar konden historische singles als "Jailhouse Rock' en "Heartbreak Hotel' niets aan veranderen.

Genesis

De ommekeer kwam voor mij in 1987, tien jaar na Elvis' dood. Platenmaatschappij RCA (die Elvis in 1955 voor 35 duizend dollar van Sam Phillips had "gekocht') bracht The Sun Sessions uit, een dubbelelpee met daarop de 37 meesterwerken die Elvis met Moore en Black op de plaat had gezet. Dit was een Elvis Presley die ik niet kende, en rock 'n' roll waar ik van hield: agressief, zonder poespas, dwingend tot dansen, en met hoorbaar plezier gezongen. Coveren bleek ook een vorm van schrijven te zijn. Voor het eerst hoorde ik het beroemde begin van "Milkcow Blues Boogie', waarin Elvis na enkele langzame bluesmaten stopt met zingen. "Hold it fellas', hoor je hem zeggen, "That don't move me; let's get real real gone for a change!'; waarna de zanger en zijn begeleiders in een wild ritme uitbarsten. Ingestudeerd of niet, dit was de Genesis van de rock 'n' roll.

The Complete 50's Masters is een sublieme uitbreiding van de Suncollectie, een historisch overzicht van Elvis' Sturm und Drang periode. De cd-box maakt alle andere compilaties overbodig, en dat zijn er heel wat, want de exploitatie van het Presley-erfgoed kende jarenlang geen grenzen. Elvisfans kopen toch alles wat je uitbrengt, zo redeneerden de platenbazen, en wie interesseert zich in een minutieuze reconstructie van Elvis' studiocarriere?

Iedereen, denk ik, al moet je daarbij af en toe een al te stroperig nummer voor lief nemen. Elvis hield van kitsch, ook in zijn rebelse jaren - de 50's Masters bewijzen het. Maar tegenover het tranentuitende hondeleed in "Old Shep' ("If dogs go to heaven...') staat de spookachtige emotie in "Mystery Train', tegenover brave gospels als "Peace in the Valley' staat de lust-met-een-knipoog van "Baby Let's Play House', en tegenover enkele wezenloze kerstliedjes staan bijna honderd popklassieken. Na één keer luisteren dacht ik alleen nog in superlatieven.

Elvis? Dat is de puurste rock 'n' roll die ooit in een cd-box werd vastgelegd.