Echte schrijvers vallen niet stil; Verbazende biografie van Michail Boelgakov

J.A.E. Curtis: Manuscripten verbranden niet. Michail Boelgakov: een leven in brieven en dagboeken. Vertaald uit het Engels en Russisch door Svetlana Tsjerneva en Dick Poons. Uitg. Amber, 298 blz. Prijs ƒ 45,-.

In de zomer van 1934 vond in Moskou het eerste Congres van Sovjetschrijvers plaats. Op dit door politieke machinaties beheerste congres werd het principe van het socialistisch realisme vastgelegd en dwingend voorgeschreven. Onmiddellijk daarna begon de officiële Russische literatuur aan een vrije val, die pas lang na de dood van Stalin werd gestuit. Het aantal auteurs dat niet toetrad tot de Bond van Sovjetschrijvers en dat weigerde de eed van trouw aan de Communistische Partij af te leggen, is op de vingers van één hand te tellen. Dat het er zo weinig waren ligt voor de hand, want een dergelijk vertoon van ongehoorzaamheid betekende het einde van een normale literaire loopbaan.

Tot het groepje ontembare geesten behoorde behalve Platonov, Mandelstam en Achmatova ook Michail Boelgakov, de in 1891 te Kiev geboren schrijver van toneelstukken, korte verhalen en cursiefjes. Faam verwierf Boelgakov met satirische novellen als Hondehart (1925) en De noodlottige eieren (1925) en met De meester en Margarita (1928-1940), een onbetwist hoogtepunt in de Russische romankunst en een voorloper van de internationale traditie van "magisch realisme' waaraan ook Márquez, Kundera en Rushdie hebben bijgedragen. Over Boelgakov publiceerde de Britse slaviste Julie Curtis een voortreffelijke biografie of "documentaire kroniek', zoals de schrijfster zelf het boek aanduidt.

Manuscripten verbranden niet heeft een opzet die de leesbaarheid en overzichtelijkheid ten goede komt. Curtis heeft voor haar boek jaren onderzoek gedaan in de voormalige Sovjet-Unie en beschikt inmiddels over een privé-verzameling authentieke documenten, die naar eigen zeggen ruim 1600 pagina's telt. Dit omvangrijke dossier bestaat uit de uitgebreide correspondentie van Boelgakov, zijn dagboeknotities en een dagboek dat van september 1933 tot aan Boelgakovs dood in 1940 op verzoek van de schrijver werd bijgehouden door zijn derde vrouw.

Curtis heeft uit deze enorme hoeveelheid materiaal een aantrekkelijke selectie gemaakt, ingedeeld in periodes en voorafgegaan door een bondige inleiding. Het resultaat is een aangrijpend portret van een turbulent schrijversleven, dat bijna van meet af aan in zijn ontwikkeling werd gedwarsboomd en daardoor voortdurend in het teken stond van geldzorgen en heroïsche gevechten met de censuur.

Kwaadaardig

De compilatie begint bij de Oktoberrevolutie, toen Boelgakov als jong praktizerend arts werkzaam was in afgelegen gebieden, zijn beroep verfoeiend en bezeten van literaire ambities. Een van de vele hoogtepunten van het boek is het artikel "Toekomstverwachtingen' uit 1919, Boelgakovs allereerste publikatie, die pas in 1988 boven water is gehaald. Direkt na verschijning in een lokale Kaukasische krant verborg Boelgakov alle sporen van het stuk. Begrijpelijk, want hij schetst een sombere toekomst van Rusland onder het communisme. Hij vergelijkt het met een "kwaadaardige ziekte' die er de oorzaak van is dat het "ongelukkige moederland zich bevindt op de bodem van de put van schande en ellende'.

Een paar jaar nadat Boelgakov in 1921 zijn beroep als plattelandsdokter had opgegeven en vastbesloten was als schrijver carrière te maken, doemden er al problemen voor hem op. Dat zijn weg niet over rozen zou gaan, besefte hij zelf terdege, zoals blijkt uit een brief van februari 1921. “Ik ben een roman aan het schrijven”, schrijft hij een neef, “maar als zo vaak is het mijn pech dat ik uit ben op individuele creativiteit, uitgerekend nu het erop lijkt dat vandaag de dag van literatuur iets heel anders verwacht wordt.” Het is het dilemma waarmee hij de rest van zijn niet al te lange leven geconfronteerd zou worden.

Stalin

Aan de reeks successen die Boelgakov sinds 1925 met diverse toneelstukken had geboekt kwam door toenemende politieke druk aan het begin van 1929 een einde. Al zijn werk werd van het repertoire geschrapt, behoudens De dagen van de Toerbins, een stuk dat Stalins persoonlijke goedkeuring kon wegdragen en tot 1941 volle zalen trok. (Dat Boelgakov altijd gespaard is gebleven voor arrestatie, verbanning of executie, kan te maken hebben gehad met Stalins plezier in dit toneelstuk.)

Uit de jaren 1929 en 1930 stamt een aantal fascinerende documenten dat ik met stijgende verbazing heb gelezen. Het zijn openhartige brieven aan Maksim Gorki, aan leden van de Sovjetregering en aan Stalin zelf. Boelgakov - gebroodroofd, gemuilkorfd en "uitgevlakt' - schetst zijn ellendige situatie en constateert dat er voor hem werkelijk geen plaats is in de Sovjetcultuur. Hij verzoekt om uitwijzing, volgens hem de beste oplossing voor zijn geval. Als dat niet mogelijk is, wil hij hulp bij het vinden van werk.

De brieven sorteerden enig effect. Boelgakov mocht weliswaar niet naar het buitenland, maar er volgde een telefoontje van Stalin: Boelgakov kreeg een baan als assistent-regisseur bij het Moskouse Kunsttheater en mocht voortaan proberen rond te komen van allerhande klussen, zoals het maken van toneelbewerkingen en, vanaf 1936 voor het Bolsjoi Theater, van operalibretto's.

Toen Boelgakov op 10 maart 1940 aan een slopende nierziekte overleed, had hij precies één werk in boekvorm gepubliceerd gezien. Zijn toneelstukken waren sinds 1925 alleen nog maar na grote moeilijkheden en verminkt door de censuur opgevoerd. Zijn briljante satires en zijn hoofdwerk waaraan hij gedurende de jaren dertig in het volstrekte geheim had gewerkt, werden pas tientallen jaren na zijn dood voor het eerst in Rusland uitgegeven.

Dat de aaneenschakeling van tegenslagen en frustraties Boelgakovs produktie nauwelijks heeft geschaad, mag een wonder heten. “Er bestaat niet zoiets als een schrijver die stilvalt”, zo verklaart Boelgakov in een brief aan Stalin zijn opmerkelijke veerkracht. “Als hij stilvalt, betekent het dat hij nooit een echte schrijver was. Want zou een echte schrijver stilvallen, dan zou hij vergaan.”

De tijd staat gelukkig onverschillig tegenover het verleden en heeft inmiddels voor Boelgakov een plaats ingeruimd temidden van reuzen uit de Sovjetperiode als Achmatova, Tsvetajeva, Mandelstam, Pasternak, Solzjenitsyn en Brodski. Wie is geïnteresseerd in Boelgakov en wil weten wat het betekende om in de Sovjet-Unie van de jaren twintig en dertig een vervolgd schrijver te zijn, kan deze biografie niet ongelezen laten.