De meisjes nemen definitief de macht over; Geen plaats meer voor turnsters als Boginskaja

BARCELONA, 31 JULI. Svetlana Leonidovna Boginskaja is net zo mooi als haar naam. Zij is de prinses van turnland, gracieus, trots en mysterieus. Het was een lust voor het oog om haar ondanks een paar wankele momenten in het Palau Saint Jordi van Barcelona bezig te zien. Boginskaja wilde bij wijze van afscheid van een schitterende carrière olympisch kampioene worden, maar werd slechts vijfde.

Daarmee leed het vrouwenturnen een gevoelige nederlaag. De meisjes hebben, zo lijkt het, definitief de macht gegrepen. Er stonden gisteravond drie vijftienjarigen op het erepodium met de lengte van lagere-schoolkinderen, winnares Tatjana Goetsoe (1.46 meter), de Amerikaanse Shannon Miller (1.35) en de Roemeense Lavinia Milosovici (1.48). Zet daar nu Svetlana Boginskaja eens naast, 1.62 meter, geen kind, maar een dame, gisteren in fraai groen gekleed. Alleen door naar het lopen van de 36 deelneemsters naar de toestellen te kijken was het levensgrote verschil tussen haar en de rest al zichtbaar. Boginskaja schreed vooruit, de benen ver uitstrekkend. De anderen, op een enkele uitzondering na, zetten daarmee vergeleken lompe, stevige passen.

Het is onwaarschijnlijk dat er in de toekomst nog iemand met de maten en leeftijd van Bogingskaja de absolute top van het turnen zal bereiken. Alleen in de groep daaronder zullen misschien nog turnsters met het lichaam en gezicht van een vrouw kunnen meekomen. De tendens is dat alleen kleine en jonge meisjes de oefeningen met een hoge moeilijkheidsgraad kunnen uitvoeren. De Amerikaanse bondscoach Bela Karolyi, de man achter de successen van de grote kampioenen Nadia Comaneci en Mary Lou Retton, denkt bij het vrouwenturnen vooral aan acrobatiek. “De mensen willen”, constateert de gevluchte Roemeen, “steeds meer spektakel zien. Waarom gaan ze naar het circus? Ze willen dingen zien die anderen niet kunnen.”

Wat betreft het mannenturnen geldt dat zeker. Maar bij de vrouwen is dat nog maar de vraag. Types als Boginskaja hebben andere wapens om in de strijd te gooien. Die kunnen als het ware over de vloer zweven en met één sierlijke beweging soms meer indruk maken dan met de moelijkste sprong. En dat is de kijker ook veel waard. Karolyi had een dag voor de opening van de Olympische Spelen voorspeld dat Boginskaja niet ver zou komen in Barcelona. De liefhebber van kindsterretjes op balk en brug vond dat ze te lang was doorgegaan met topturnen. “Ze moet plaatsmaken voor anderen.” "Big Mouth' Karolyi kreeg een beetje gelijk door die vijfde plaats van Boginskaja. Maar hij keek wel uit om dat luid uit te spreken. Karolyi zei gisteravond laat helemaal niets meer. Zijn grote troef, wereldkampioene Kim Zmeskal (15 jaar, 1.38 meter), had gefaald en eindigde vijf plaatsen achter Boginskaja. Bovendien won een andere Amerikaanse, Miller, de zilveren medaille en zij is de pupil van Steve Nunno. Die werkte vroeger onder Karolyi, maar tegenwoordig roept Nunno de meest verschrikkelijke dingen over de ex-Roemeen. Hij vindt hem een racist en een bedrieger.

Het turntoernooi is maandenlang toegespitst op de tweekamp tussen Boginskaja en Zmeskal. Het had veel weg van de vijandelijke strijd die woedde in de tijd van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. En dat uitgerekend in het vrouwenturnen dat er zo lief uitziet. Maar Boginskaja en Zmeskal zijn de afgelopen anderhalf jaar helemaal niet lief voor elkaar geweest. Boginskaja noemde de wereldtitel van Zmeskal verleden jaar in Indianapolis onverdiend en op het erepodium weigerde zij de kampioene een hand te geven. Volgens de Russin zou zij zelf winnares zijn geworden als de wedstrijd in Europa zou zijn gehouden en niet in de Verenigde Staten. “Ik haat haar”, liet Zmeskal zich daarna in een interview over Boginskaja ontvallen. Het bleef vervolgens onrustig tot aan Barcelona.

Het is de tegenstelling tussen twee culturen en vooral tussen twee stijlen van turnen. Toch hadden ook Boginskaja en Zmeskal vriendinnen kunnen zijn. Ze hebben allebei heel gewone interesses. Boginskaja spaart bijvoorbeeld knuffeldieren en Zmeskal flessen. Wat scheelt het? Misschien vinden ze elkaar ook best wel aardig. Maar dat mogen ze dan in ieder geval niet hardop zeggen. Hun omgeving houdt daar streng toezicht op. Met name Bela Karolyi, de trainer van Zmeskal. Hij is altijd een vijand van de Russen geweest en sleepte zijn pupil in die eeuwige strijd mee.

Gisteravond waren Boginskaja en Zmeskal in dezelfde groep ingedeeld. Soms stonden ze bijna met de billen tegen elkaar, maar van enige reactie was geen sprake. Zmeskal, tijdens de landenwedstrijd al uit haar doen met onder meer een val van de bal, was na het eerste onderdeel, de vrije oefening (9.775), al vrijwel kansloos voor een hoge klassering. Boginskaja hield de hele avond uitzicht op het goud. Ze had op de balk, haar laatste toestel, een waardering van 9.976 nodig gehad om de eerste plaats te grijpen. Het werd door een duidelijke wankeling slechts 9.912. Boginskaja stond nauwelijks met beide voeten op de grond of Zmeskal stond voor haar neus. Die gaf haar opponente een hand en aarzelend besloten de twee verrassende verliezers elkaar ook nog te zoenen. In een paar seconden was de vrede gesloten. Maar het kwaad was inmiddels geschied.

Boginskaja antwoordde na afloop gedecideerd ontkennend op de vraag of dat privé-oorlogje met Kim Zmeskal invloed had gehad op haar prestaties. En nee, ze was ook niet tevreden met het feit dat ze in ieder geval haar grote rivale ver achter zich had gelaten. “Ik ben niet blij, want ik heb niet gewonnen.” Veel meer had ze niet te zeggen. Dat is gebruikelijk bij Boginskaja. Zelfs haar eigen trainer, Aleksandr Aleksandrov, noemt haar onbereikbaar en onvoorspelbaar.

Svetlana Boginskaja - tweemaal goud en eenmaal zilver en brons in Seoul - is hoe dan ook een dapper meisje. Ze ging door diepe dalen, maar gaf niet op. Haar trainster en grote steun en toeverlaat, Liobov Miromanova pleegde vlak na de Olympische Spelen van 1988 zelfmoord. Officieel heet het nog steeds dat ze door een hartaanval is getroffen. Niemand weet waarom Miromanova zich van het leven heeft beroofd. Van Boginskaja zal het antwoord niet komen. Zij sprak nooit over het voorval, zelfs niet met teamgenoten of begeleiders.

Sinds de dood van de trainster lacht ze in ieder geval nog minder dan vroeger. “Ze heeft”, aldus de trainer van de Nederlandse turnster Elvira Becks, Gert-Jan Nieuwstad, “iets heel droevigs over zich. Het lijkt wel of ze denkt dat de hele wereld tegen haar is.” Ook Nieuwstad vond het spijtig dat Boginskaja gisteren niet in de prijzen viel. “Ze heeft een geweldige uitstraling. Er staat iemand.”

Zo iemand verdient goud. Het kan gelukkig nog bij de toestelfinales van morgen.