BP wil voedingssector beperken

AMSTERDAM, 31 JULI. De sector voedingsmiddelen van de oliemaatschappij British Petroleum zal op termijn worden ingekrompen door de verkoop van onderdelen die voor het concern niet voldoende interessant zijn.

Dit blijkt uit een gesprek met president-directeur ir. Christian de Villemandy van BP-Nederland en BP-Oil Benelux. Momenteel wordt een kritisch onderzoek gedaan naar de winstgevendheid van de 130 voedingsmiddelenbedrijven van BP, het enige grote olieconcern met belangen in de voedingssector.

In Nederland is een groot deel van deze activiteiten geconcentreerd, omdat BP hier zo'n twintig jaar geleden het eerst is begonnen met de opbouw en aquisitie van fabrieken voor de produktie van vleeswaren, huisdieren- en veevoeder en melk, vis en eieren. Dat gebeurde eigenlijk toevallig, nadat de Franse ingenieur Alfred Champagnat in 1959 had ontdekt dat de eiwitten op basis van ruwe olie als bestanddeel van voedingsprodukten kunnen dienen.

BP-Nederland heeft vijf "divisies' op voedingsgebied, met 2.700 werknemers die gezamenlijk een jaaromzet van 1,8 miljard gulden halen, met fabrieken als Stegeman en Boers (vleeswaren) en Hendrix (levensmiddelen, voeders). Tot deze divisies behoren ook andere activiteiten als belangen in verzekeringen en onroerend goed. Veruit de belangrijkste activiteit van BP in Nederland is de olieraffinage en -verkoop, maar de voedingsmiddelen vertegenwoordigen volgens de directie een "substantieel' deel van de business. De winst van deze sector liep terug van 67 miljoen gulden in 1990 tot 46 miljoen vorig jaar.

“Het is niet zo dat de sector nu in de verkoop gaat, maar we onderzoeken hoe deze zich verder moet ontwikkelen. Zou je iets gaan afstoten, dan moet er eerst een koper zijn die een goede prijs betaalt. We gaan geen fabrieken verkopen omdat we geld nodig hebben voor andere activiteiten”, aldus De Villemandy.

Hij voorziet echter wel dat er op termijn een beperking komt in deze activiteiten in Nederland. In het jaarverslag valt in het lijstje van maatregelen gericht op resultaatverbetering de term "sanering van onderdelen'. “Als je tot beperkingen besluit, ligt het voor de hand dat dat zeker gebeurt in een land waar je vrij veel zaken doet in voedingsmiddelen”, zegt De Villemandy.

Wereldwijd heeft BP vorig jaar slechte resultaten geboekt. De Villemandy wijt dat aan de economische recessie en de lage olieprijs. De winst van de groep liep op basis van de historische vervangingswaarde van de voorwaarden terug van 1.676 miljoen Britse ponden in 1990 naar 415 miljoen pond. Vooral het vierde kwartaal was “uiterst teleurstellend” en het eerste kwartaal van dit jaar bracht weinig verbetering. Dat leidde tot een conflict binnen de groepsdirectie in Londen, en uiteindelijk tot het aftreden, eind juni,van BP-topman Robert Horton.

Horton wilde het dividend voor de aandeelhouders over het eerste kwartaal niet verlagen en tegelijk het hoge investeringsniveau van de groep handhaven. Het dividend was net hoog genoeg om de inflatie te compenseren. Hortons collega's in de groepsdirectie vonden echter dat BP daardoor een onverantwoord hoge schuldenlast op zich nam en ze eisten aanpassing van het beleid waartoe Horton niet bereid was.

Binnenkort beslist de groepsdirectie over het dividend voor het tweede kwartaal. De oliewereld houdt er nu rekening mee dat het dividend van BP over het tweede kwartaal zal worden verlaagd. De resultaten van BP-Nederland waren vorig jaar, volgens het zojuist gepubliceerde jaarverslag, "bevredigend' als totaal, maar de voedingsmiddelenbedrijven lieten een variëteit zien van "onvoldoende' tot "zeer goede' winstgevendheid, “in totaal iets beneden plan”.

Voor de hele BP-groep wordt de strategische heroriëntatie die Horton in 1990 al in gang had gezet, nu in versneld tempo doorgevoerd. “Aangezien de groep niet nog meer wil lenen en toch een ambitieus financieel programma in stand wil houden, dient zij zich te concentreren op produktiviteitsverbeteringen en de desinvestering van niet-strategische bedrijfsmiddelen voort te zetten”, aldus een interne nieuwsbrief.

De strategie voor de drie belangrijkste bedrijfstakken: exploratie en produktie van olie- en gas, olieraffinage en -verkoop en chemie, blijft ongewijzigd. Maar de voedingsmiddelentak is uit de kernactiviteiten gehaald en “zal een aanzienlijk hoger contant dividend moeten opbrengen”, zo heeft de groep bepaald.

Volgens De Villemandy betekent die verandering dat de sector van nu af aan zelfstandig moet zorgen voor winst en elk jaar moet bijdragen aan de dividenduitkering van de BP-groep. “Dat heeft een enorme impact, want tot nu toe kon de voedingsmiddelenpoot al haar winst herinvesteren in uitbreidingen en verbetering. Dat was een bewust beleid om deze kleine sector te laten groeien en haar in een redelijke verhouding tot de drie grote sectoren van BP te brengen. Dat betekende wel dat ze twee of driemaal zo groot moest worden. Dat bleek onhaalbaar, daar zijn we nu van afgestapt.”

Het nieuwe beleid moet de sector nog wel in staat stellen om te blijven groeien, maar alleen in de attractieve onderdelen, meent De Villemandy. BP mikt op een gemiddeld rendement op de investeringen van 15 procent, zegt De Villemandy. Voor alle sectoren samen was dat vorig jaar al lager, maar de voedingsmiddelen droegen slechts met 10 procent of nog iets lager bij. “Dat noopt tot aanpassingen in alle sectoren, maar zeker in de portefeuille van de voedingspoot.”

De middelen zijn: kostenreductie, verbeteren van de winstgevendheid en de bijdrage aan het dividend, verlegging van investeringen en waar nodig desinvestering. BP heeft vorig jaar al haar concessies voor aardgaswinning in Nederland van de hand gedaan, de hele exploratie en produktie van olie en gas in Canada en concessies in Egypte verkocht, belangen in Zweden verkocht en tegelijkertijd een raffinaderij en verkoopnet in Spanje aangekocht. In de Verenigde Staten zijn delen van het bedrijf in de aanbieding gedaan. Een grote investering in de oliewinning in Vietnam is voorbereid en ook in andere delen van de wereld wil BP de exploratie en produktie uitbreiden. Robert Horton omschreef dit beleid vorig jaar nog als “de zoektocht naar new fronteers”.

De Villemandy verwacht niet dat de winst van BP als geheel op korte termijn flink zal aantrekken, ook al is de olieprijs de laatste maanden met 2 tot 3 dollar per vat gestegen. “Daar staat namelijk tegenover dat de dollarwaarde is gekelderd. Het grootste deel van onze business zit in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In beide landen zijn we ernstig getroffen door de recessie. Je betaalt minder voor de olie, maar de kosten worden in elk land in de lokale valuta afgerekend. Dat betekent hogere kosten en koersverliezen.”