Bosniërs wachten wanhopig in kaal vakantiedorp

ROTTERDAM, 31 JULI. “Geld hoeft niet. Voedsel, ladingen voedsel zijn nodig. En vitaminen, maandverband en medicijnen.” De stem van Ans Skiljan vanuit het Kroatische Crikvenica klinkt door de telefoon wanhopig. In Crikvenica, aan de Adriatische kust tegenover het eiland Krk, verblijven achtduizend vluchtelingen, onder wie zesduizend kinderen. Mannen zie je er nauwelijks, wel moeders en bejaarden.

Crikvenica was voordat het geweld in het oude Joegoslavië losbarstte een geliefd vakantieoord waar de toeristen de plaatselijke bevolking in aantal flink overstegen. Nu zijn er vrijwel alleen vluchtelingen, ondergebracht in de hotels en de vakantiehuisjes. Ze wachten met angst op het invallen van de winter. Er zijn geen dekens en de hotels hebben geen verwarming.

Vorig jaar besloot Skiljan, een Nederlandse vrouw die is getrouwd met een Kroatische man, haar baan bij een autoschadebedrijf in Capelle aan den IJssel op te geven en zich in te zetten voor de vluchtelingen die sinds augustus vorig jaar richting Crikvenica kwamen. Nu zit het stadje boordevol vluchtelingen uit met name Bosnië-Herzegovina.

Er hangt een droevige stemming, zeker onder de volwassenen, zegt Skiljan. Moeders die huilen om het verlies van hun man of zoon en die bijna gedwongen moeten worden hun kinderen te blijven verzorgen. “We moeten ze aan de gang houden, anders worden ze helemaal lethargisch. Maar ze zien geen uitkomst en geen toekomst. Ik ben zelf soms ook de wanhoop nabij”.

Want er is gebrek aan vrijwel alles. Zo lang de voorraad strekt krijgen de kinderen per dag een glas melk. Ze eten al weken macaroni maar die voorraad is bijna op. Er is een groot tekort aan vitaminen en medicijnen. Het is, zegt Sklijan, een wonder dat er nog geen ziekten zijn uitgebroken. Er doen zich wel gevallen van hoofdluis voor, maar “we zijn er steeds op tijd bij om uitbreiding hoe dan ook te voorkomen”.

Om de kinderen bezig te houden zijn schoolklasjes ingericht. Alles moet uit het hoofd want er is nauwelijks potlood en papier. Boeken zijn er ook niet. Er zijn crèches maar geen spelletjes voor de kinderen om mee te spelen. De vraag hoe lang er nog voldoende eten is, houdt vrijwel iedere volwassene bezig. Vanuit Zagreb worden wel voedsel en medicijnen verdeeld maar, zegt Skiljan, “de nood is zo groot dat ik wel begrijp dat wij niet steeds in de prijzen vallen”.

En dus komt ze binnenkort even naar Nederland om een "bedeltocht' langs vrienden en kennissen in Capelle aan den IJssel te houden voor de vluchtelingen. Maar ze weet nu al dat wanneer ze na drie weken weer in Crikvenica terugkomt de situatie erger zal zijn dan toen ze vertrok.