Beste D.,

Bedankt voor je brief, die ik, omdat je er geen postzegel opgeplakt had, vanochtend pas in de bus vond. Twee weken later dan in je bedoeling lag en dat is jammer, jammer, jammer. Dolgraag had ik bij jou in de tuin, aan het water, de aankomst van de Tour willen zien. Ik schrijf ik en niet wij. B. heeft werk en onderdak gevonden in Parijs. (Ik hoor je brommen: dat had je met je klompen kunnen aanvoelen, Amsterdam is niks voor een Française). Ik hoop dat het tijdelijk is, het werk is verdubbeld, straks moet ik nog op zoek naar een organisatie-deskundige.

Wat een leuk tijdschrift sloot je bij, De Durgerdammer. Ga daar mee door, 't heeft een toekomst. Je essay "Van Saenredam tot Dibbets' sloeg de spijker op z'n kop.

Er schiet mij te binnen, dat jij een hondenliefhebber bent. Ik zorg twee maanden voor een lief, trouw hondje, dat, zodra ik een vingerbreedte van hem wijk, begint te janken. Ook 's nachts, nu heb ik dus ruzie met alle buren. Wil jij puppy niet een poosje, daar buiten? Jij bent er altijd, jij hebt een vrijstaand huis. (Ik sluit een postzegel bij voor antwoord).

Waar zag ik nu zo'n prachtig zwart-wit portret van je? Met een blauw oog. IJzersterk. Je had nog een praktisch vraagje. Zijden spullen moet je wassen met een dopje baby-shampoo. Naspoelen met een scheutje azijn. Voor het kleurbehoud!

PS Hopelijk komt deze tip niet te laat. Ik heb ontzettend veel moeite moeten doen om hierachter te komen. Kan B. niet bereiken.