Artsen zonder Grenzen beginnen zusterorganisatie

DEN HAAG, 31 JULI. De noodhulp-organisatie Artsen zonder Grenzen zal in september een zusterorganisatie oprichten die zich volledig gaat bezighouden met structurele medische hulp. Bestaande medische hulporganisaties zoals het Rode Kruis en Memisa vrezen een hardere concurrentie op de liefdadigheidsmarkt. Volgens J. de Milliano, een van de oprichters van Artsen zonder Grenzen, is de zusterorganisatie nodig omdat er na de noodhulpfase meestal “geen effectieve medische hulp” meer voorhanden is. De Milliano: “Er zit een gat tussen de acute noodhulp en de ontwikkelingshulp die pas veel later op gang komt”. Hij stelt dat er op dit moment geen Nederlandse hulporganisatie is die dat gat zou kunnen dichten. “Artsen zonder Grenzen heeft een buurman nodig die op onze medische noodhulp kan voortbouwen.”

Verwacht wordt dat de landelijke ledenvergadering van Artsen zonder Grenzen eind augustus haar goedkeuring zal geven aan de oprichting. De nieuwe organisatie krijgt een eigen naam, een eigen kantoor en moet ook zelfstandig fondsen gaan werven. De nieuwe organisatie zal klein beginnen en medische projecten opzetten in "instabiele regio's' zoals Mozambique en Ethiopië. Artsen zonder Grenzen wil dit werk aan de zusterorganisatie overlaten zodat het zich helemaal kan blijven richten op acute noodhulp.

Het plan van de Artsen om een poot voor structurele hulp op te zetten is al op kritiek gestuit. I. Wolffers, hoogleraar gezondheidszorg in ontwikkelingslanden aan de Vrije Universiteit: “Ze hebben bij Artsen zonder Grenzen geen verstand van een structurele aanpak. Het zijn aardige doeners, maar als je structureel wilt gaan werken, zorg dan dat je weet waar je het over hebt”. Andere medische hulporganisaties maken zich zorgen omdat de nieuwe organisatie in hun vaarwater komt. “Voor het opzetten van een structurele poot heb je partners in de Derde wereld nodig”, aldus J. Puls van Memisa. “Dan vissen we in dezelfde vijver.”