Antillen woedend om curatele van Sint Maarten; Willemstad voelt zich gepasseerd door besluit van Den Haag

DEN HAAG, 31 JULI. Het Antilliaanse kabinet is razend op Nederland omdat de Koninkrijksregering het "onbestuurbare' eiland Sint Maarten onder curatele heeft gesteld, waarbij de regering in Willemstad volledig wordt gepasseerd.

Premier Maria Liberia-Peters komt binnenkort naar Den Haag om de maatregel in een ontmoeting met haar collega Lubbers “ter discussie te stellen”. Liberia vecht nu zelfs de juridische basis van het besluit aan, geadviseerd door “toonaangevende juristen” in Willemstad die net als de Nederlandse minister voor de Antillen en Aruba, Hirsch Ballin, goed thuis zijn in het Statuut voor het Koninkrijk. Een van die deskundigen is mr. Carlos Dip, lid van de Antilliaanse Raad van State.

Een bijna-crisis in de Koninkrijksregering. In elk geval een stevige deuk in de verhouding Den Haag-Willemstad. Het merkwaardige is dat de Antilliaanse regering zelf vertegenwoordigd is in de Koninkrijksregering en dus medeverantwoordelijk moet zijn voor de maatregel om orde op zaken te stellen in St. Maarten.

In Den Haag valt te beluisteren dat de maatregel die nu geldt, nog maar het begin is. De maatregel houdt in dat de gezaghebber (burgemeester) van St. Maarten, Russel Voges, alle bestuursbesluiten van enig belang ter goedkeuring moet voorleggen aan gouverneur mr. J. Saleh van de Nederlandse Antillen in Willemstad op Curaçao. Besluiten die op een andere manier tot stand komen, worden vernietigd. Het eilandbestuur van St. Maarten wordt dus stevig in de tang genomen. Maar als dit systeem niet werkt, als er niet binnen een redelijke termijn een “deugdelijk en rechtmatig bestuur” van de grond komt, zal het eilandbestuur volledig terzijde worden geschoven en moet de gezaghebber het in zijn eentje doen. Minister Hirsch Ballin (koninkrijkszaken) wil die tweede stap als stok achter de deur gereed hebben. Op donderdag 13 augustus legt hij een Algemene Maatregel van Rijksbestuur met deze strekking voor aan de Koninkrijksministerraad en de Antilliaanse premier komt dus net op tijd naar Den Haag om zich daar tegen te verweren.

De vertegenwoordiger van de Antilliaanse regering in Den Haag is gevolmachtigd minister E.A.V. (Papi) Jeserun. Hij vindt met de Nederlandse en Antilliaanse regeringen dat het hoog tijd is om in de chaos op St. Maarten in te grijpen. “Maar zeker niet op de manier die Nederland ons nu heeft opgelegd. Wanneer je in een kleine gemeenschap als St. Maarten de gezaghebber alle macht geeft, zal hij heel grote problemen krijgen en tegenwerking ondervinden, verzeker ik u. Je komt tien keer per dag mensen tegen die je gezag niet aanvaarden, je krijgt een heel eenzame positie, terwijl de gezaghebber het juist van steun uit de bevolking moet hebben, wil hij goed kunnen functioneren. Hoe moet je zo impopulaire maatregelen nemen, zoals het innen van achterstallige belasting? We hebben dat in de jaren zestig eenmaal meegemaakt op Curaçao, en het werkte absoluut niet.”

Jeserun ziet veel meer in het Antilliaanse beleid om het bestuursapparaat op St. Maarten met Nederlandse bijstand in goed overleg te versterken. Maar hij geeft toe dat dit veel te traag ging en dat het proces werd afgeremd door sterke politieke weerstanden op het eiland zelf. De machtigste politicus op St. Maarten, Claude Wathey, wist de regering in Willemstad op beslissende momenten steeds weer onder druk te zetten en veranderingen tegen te houden. “Maar niet alleen St. Maarten en de Antilliaanse regering hebben boter op hun hoofd. Ook Nederland had veel eerder en krachtiger kunnen helpen. Deze zaak speelt al 13 jaar, want in 1979 kwam het eerste kritische rapport van de commissie- Bakhuis over St. Maarten op tafel.”

Op 9 juli nam de Koninkrijksministerraad in de Haagse Trèveszaal onder voorzitterschap van vice-premier Kok het eerste besluit over St. Maarten, dat enkele uren later door minister Hirsch Ballin op een persconferentie werd uitgelegd als een “staatsrechtelijke houdgreep”. Ingewijden in Den Haag weten dat minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) direct pleitte voor een veel verdergaande ondercuratelestelling. Hij werd gesteund door al zijn collega's, met uitzondering van de eerstverantwoordelijke: minister Hirsch Ballin.

Gevolmachtigd minister Jeserun bevestigt dat niet; het beraad in de ministerraad is geheim, onderstreept hij. Maar hij licht wel zijn eigen rol toe: met succes heeft Jeserun zich, gesteund door Hirsch Ballin, verzet tegen de Algemene Maatregel van Rijksbestuur die nu op 13 augustus aan de orde zal komen. “Daartoe had ik instructies uit Willemstad, dat heb ik gedaan. De Algemene Maatregel van Rijksbestuur zou een zéér vergaande beslissing zijn, die de mensen het gevoel geeft dat meteen naar het laatste redmiddel wordt gegrepen, zonder dat nog overleg over een andere oplossing mogelijk zou zijn. Daarmee wordt de Antilliaanse regering wel hard gebruskeerd. Dat zou te vergaande gevolgen hebben gehad.”

Jeserun heeft op de Antillen forse kritiek gekregen omdat hij zich in de Koninkrijksministerraad niet feller heeft verzet. Hij verweert zich: “Nederland was er echt op uit nu spijkers met koppen te slaan, de sfeer was: we moeten ingrijpen op St. Maarten. Ik ben hier nu vier jaar en ken de Nederlandse mentaliteit een beetje, ik weet dat je het onder die omstandigheden als eenling niet redt. We hebben elkaar gevonden in deze voorlopige maatregel, waarbij ik heb gepleit voor ruimte voor nader overleg met premier Liberia, en dat werd aanvaard.”

Maar waarom heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om "intern appel' te eisen (nader overleg van enkele direct betrokken ministers, onder leiding van de Nederlandse premier) zoals in het Statuut is voorzien? “Ik had geen instructie om te pogen àlles tegen te houden. Ik heb de beslissing van 9 juli zo geïnterpreteerd dat de besluitvorming niet is afgerond, dat het overleg tussen Liberia en Lubbers kan leiden tot een compromis en dus zag ik naar eer en geweten geen reden voor een intern appel. Trouwens, dat zou maar leiden tot irritatie bij het Nederlandse kabinet, want het vertraagt de besluitvorming. En uiteindelijk word je ook in een intern appel hoogstwaarschijnlijk overstemd door een meerderheid van Nederlandse ministers.”