Wilde planten en dieren baden 's nachts in kunstlicht

De nacht raakt steeds meer versnipperd. Inmiddels wordt al 8,5 procent van Nederland 's nachts kunstmatig belicht en dat aandeel neemt snel toe. Dat blijkt uit de doctoraalscriptie "Licht-in-Duisternis' van biologiestudent Joerie Bertels, uitgevoerd bij het Centrum voor Milieukunde van de Rijksuniversiteit Leiden.

Naast gesoleerde lichtbronnen als vuurtorens, lichten op zendmasten en buitenverlichting van boerderijen is steeds meer nachtelijk licht afkomstig van grote complexen als kassen, snelwegen en luchthavens. Volgens Bertels is over de effecten op flora en fauna maar weinig bekend. Vast staat, dat zowel de kwaliteit van het licht als de intensiteit en de duur van de lichtprikkels meespelen. Tot nog toe zijn er geen aanwijzingen dat wilde planten die bijvoorbeeld onder een lantaarnpaal groeien en de hele nacht aan kunstlicht worden blootgesteld het op de een of andere manier minder goed zouden doen. Het tegendeel is zelfs niet uit te sluiten. Zo laten boomtakken in de onmiddellijke omgeving van lantaarnpalen pas later in de herfst hun blad vallen.

Bij dieren zijn volgens Bertels meer aanwijzingen dat kunstlicht invloed heeft, niet alleen op hun gezichtsvermogen, maar ook op hun dagritme en een aantal hormonale processen. Vogels in de stad vertonen vervroegd nestel- en territoriumgedrag, al speelt daarbij vermoedelijk ook de hogere temperatuur in het stadsmilieu mee. Roodborst, merel, zanglijster en heggemus zitten 's nachts onder invloed van een sterke kunstlichtbron te zingen.

Verder oefenen nachtelijke lichtbronnen zoals bekend een enorme aantrekkingskracht uit op vogels en vooral ook op insekten. Als insekten massaal door een sterke lichtbron worden "aangezogen' kan hun trekgedrag daardoor ernstig verstoord raken. Bovendien komen meer natuurlijke vijanden in de buurt van de lichtbron fourageren, waaronder spinnen, padden, nachtzwaluwen en vleermuizen. Op hun beurt trekken zij weer uilen aan.

Geconcludeerd wordt dat er vooralsnog geen aanwijzingen zijn voor ernstige hinder die flora of fauna van het kunstlicht zouden ondervinden. Hoewel er soms veel individuele slachtoffers vallen, lijkt het voortbestaan van soorten nergens in het geding. Waarschijnlijk, zegt Bertels, ervaart de mens zelf het meest uitgesproken effect van het verdwijnen van de nacht. (Van Nature, nieuwsblad van Natuurmonumenten)