Wij zien geen kleur, wij zien mensen

In Zuid-Afrika worden reservisten opgeroepen om volgende week, als de grote protestacties van het ANC beginnen, op alle eventualiteiten voorbereid te zijn. De oproep betekent voor sommigen een moeilijk dilemma.

JOHANNESBURG, 30 JULI. Ze komen uit doorsnee Afrikaner gezinnen. Ze voldeden aan alle plichten: de blanke school, rugby op zaterdag, de Nederduits Gereformeerde Kerk op zondag en de strijd tegen swart gevaar en communisme in het leger. In het Zuid-Afrika van vandaag botsen ze met het oude patroon, omdat ze kleurenblind willen leven.

Half juni kregen Deon (30) en Ben (32) een oproep van het leger in de bus. Ze moeten zich als oud-dienstplichtige reservisten paraat houden om binnen 72 uur op hun basis te kunnen verschijnen. Het houdt verband met de massa-acties van het ANC en andere zwarte groeperingen tegen de regering, die maandag uitmonden in een algemene staking van twee dagen. Als er chaos ontstaat, wil de regering het leger kunnen inzetten.

De meesten zullen probleemloos gevolg geven aan de oproep, omdat ze zich nog steeds in de eerste plaats lidmaat voelen van de blanke stam. Maar onder een progressieve blanke generatie die de stamgrens vaak al voorbij is, broeit het dilemma op feestjes en in de kroeg. Waar wil je als jonge blanke Zuidafrikaan in de overgangsperiode naar een zwart meerderheidsbewind bij horen? Kun je een Afrikaner regering op zijn laatste benen nog dienen tegen mede-Zuidafrikanen, met wie je straks verder moet?

Deon en Ben vinden van niet. Ze hebben besloten geen gehoor te geven aan een oproep. De kans lijkt klein dat de staat ze zal vervolgen - een zaak tegen burgers die niet meer willen meedoen in een blank leger na de afschaffing van de apartheid is geen positieve publiciteit. In het uiterste geval gaat Ben de grens over en kiest Deon, vader van twee zoontjes van vier en twee die hij bewust in het Afrikaans opvoedt, voor de gevangenis. “Natuurlijk ben ik bang”, zegt hij. “Wij hebben nooit hoeven vechten voor de dingen waar we in geloven. Dat was iets voor het ANC of Inkatha. Wij Afrikaners hebben het altijd over gelaten aan Breyten Breytenbach of André Brink. Maar nu is het moment om te kiezen, of ik voel me de rest van mijn leven schuldig”.

Niet bekend

Ook de omvang van het Zuidafrikaanse leger is een geheim. De Zuidafrikaanse correspondent van het militaire weekblad Jane's Defence Weekly, Helmoed Römer Heitman, schat het aantal full-time soldaten in de landmacht op 19.000, tegen 30.000 dienstplichtigen en 350.000 reservisten. Van de laatste groep zijn ongeveer 130.000 leden van verschillende legeronderdelen, en 140.000 zogeheten commando's, die in tijden van nood hun eigen omgeving moeten verdedigen. Heitman denkt dat op dit moment zo'n 70.000 reservisten in stedelijke gebieden binnen 72 uur oproepbaar moeten zijn.

Ben, een accountant die zich religieus calvinist noemt, heeft geen moeite met het werk dat hij als dienstplichtige heeft verricht. Het was de tijd van de WHAM (Winning Hearts and Minds)-Campagne in de jaren tachtig. De militaire strategen onder P.W. Botha hoopten door ontwikkelingsprogramma's zwarte gemeenschappen niet-ontvankelijk te maken voor de revolutionaire geest van de bevrijdingsbewegingen. Ben zette in het thuisland Gazankulu zijn peloton in bij medische klinieken en op scholen. Hij moest “de mensen wat meer in contact te brengen met de Westerse beschaving.” “Nu denk ik: laat ze hun eigen weg gaan”.

Ben zegt geen problemen te hebben met het leger, “maar dan moet het wel een leger zijn”. Hij heeft er lange gesprekken over gevoerd met zijn vrouw, een arts-in-opleiding die in een zwart ziekenhuis werkt. “Wij zien geen kleur meer, wij zien mensen. Daarom ben ik tegen dienst in de townships. Ik heb geen zin om op andere Zuidafrikanen te schieten. Het geweld in de townships is zeer gecompliceerd. Het is geen oorlog, maar het leger zet daar wel oorlogsmethoden tegenover”. Ben gelooft in de integriteit van president De Klerk, maar niet in de veranderingsgezindheid van “het systeem”, zoals het leger. “Ik wil geen deel uitmaken van een systeem dat toch verdwijnt”.

Deon zag in zijn diensttijd meer dan hem lief was. Hij werd als fotograaf ingezet aan de grens met Angola, waar het Zuidafrikaanse leger een oorlog uitvocht met de Namibische bevrijdingsbeweging SWAPO. Deon knapte af op de wreedheden - zoals de officier die een ketting van mannelijk scrotum om de hals droeg of soldaten die linkerhanden of oren verzamelden - en de ongelijke behandeling van zwarte (beroeps)soldaten in het Zuidafrikaanse leger.

Zijn loyaliteit aan het leger verdween definitief, toen soldaten een oude man die informatie zou hebben over SWAPO omgekeerd aan een boom hingen. Onder de boom werd een vuur gestookt. Het touw werd in de rondte gedraaid en losgelaten, zodat de man steeds dichter naar het vuur draaide. “Ik zag die oude man, ongeveer even oud als mijn grootvader, rondzwaaien boven het vuur. Ik maakte bezwaren, maar ik werd bedreigd en kaffirboetie (kaffervriend) genoemd. Toen wist ik: dit leger is van het blanke Zuid-Afrika”.

Na ervaringen als deze wil Deon principieel niet meer onder de wapenen. Zijn praktische bezwaar bewijst wat er in Zuid-Afrika, buiten de politieke invloedssfeer, op de werkvloer al is veranderd. Deon, die werkt voor een platenmaatschappij: “Behalve dat ik niet wil schieten op mensen die een steen gooien, zou het voor mij ook carrière-zelfmoord zijn. Ik werk met zwarte mensen van de televisie, de radio en de pers. Als ik in een uniform in een township op een menigte schiet, kan ik een televisie-producer raken, die ik over twee weken ervan moet overtuigen dat hij een video van mijn artiest moet uitzenden. Waarschijnlijk heb ik meer gemeen met de mensen die stenen gooien”.

De scheidslijn loopt dwars door blanke gezinnen. Deons jongere broer Gerrit (28) gaat wel, als het leger hem nodig heeft. Hij ziet het niet als “iets raciaals”, maar als manier om alle partijen in deze onstabiele periode te helpen. Hij hoopt op civiel werk, bij voorbeeld in een ziekenhuis dat door de stakingen is getroffen, maar ook als militair zou hij meedoen. “Je kunt twee rivaliserende groepen zwarten al helpen door ze in de townships uit elkaar te houden. We moeten geen olie op het vuur gooien, maar zand.” Gerrit heeft begrip voor het probleem van zijn broer. “Al zijn collega's zijn zwart. Bij mij op kantoor zijn twee kleurlingen, maar verder is iedereen blank. Daarom is de afweging voor mij niet zo moeilijk”.

Soms zijn Ben en Deon pessimistisch over hun land, zoals na het bloedbad in Boipatong en het voorlopig einde van de onderhandelingen over een democratische grondwet. Maar ze willen allebei blijven. Ze horen hier thuis en hebben geen ander paspoort dan het Zuidafrikaanse. Ben wil op een partij stemmen die een federale staat en een kapitalistisch economisch systeem voorstaat. Deon weet het niet. “Ik wil een gewoon leven in een gewone samenleving waar ook mijn kinderen kunnen opgroeien. Een samenleving met minder geweld, waar het buitenland geld in investeert. En ik wil dat U2 op een dag komt optreden in Johannesburg”.