Werksituatie soldaten Joegoslavië onderzocht

DEN HAAG, 30 JULI. Minister Ter Beek (defensie) is niets bekend van "onvoldoende zorg voor een werkbare omgeving' voor Nederlandse militairen in het voormalige Joegoslavië. Er zijn steeds voldoende drinkwater en voedselvoorraden aanwezig. Ook de geneeskundige voorzieningen laten niet te wensen over. Wel zal Ter Beek de omstandigheden waaronder de militairen werken opnieuw laten onderzoeken.

Dat schrijft Ter Beek in antwoord op vragen van het Tweede-Kamerlid S. van Heemskerck Pillis-Duvekot. Zij had de minister gevraagd of hij op de hoogte was van een rapport van de Nederlandse kapitein-arts Van der Krans aan de commandant van de VN-troepen in het voormalige Joegoslavië, generaal Nambiar. Van der Krans is aan de staf van het VN-hoofdkwartier in Belgrado verbonden. In dat vertrouwelijke rapport zegt Van der Krans dat de hygiënische omstandigheden waaronder de 14.000 mannen en vrouwen van de VN-macht hun werk moeten doen, te wensen over laten. Ter Beek schrijft dat bij de beoordeling van het voorzieningenniveau van de VN-troepen wel rekening gehouden moet worden met het feit dat in het land een burgeroorlog heerst.

Defensie laat geregeld onderzoek uitvoeren bij de Nederlandse eenheden. Ter Beek wil opnieuw laten nagaan of de geconstateerde slechte werkomstandigheden ook voor Nederlandse militairen gelden. Afhankelijk van de resulaten van dat onderzoek zal hij contact opnemen met minister Van den Broek (buitenlandse zaken) over eventuele stappen. De Kamer zal daarvan op de hoogte worden gesteld. Vooralsnog ziet hij geen aanleiding om in VN-verband nu al actie te ondernemen.