Tekortschietend

“GRUWELIJKE DILEMMA'S”. Dat was de term die de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties Sadako Ogata gebruikte op de conferentie over het Joegoslavische vluchtelingenprobleem die zij in Genève bijeen had geroepen. Het is helaas niet overdreven, en dat geldt in de eerste plaats voor de Servische chantagetactiek. In het geval van het Bosnische plaatsje Bosanski Novi heeft de vluchtelingenorganisatie van de VN daar zelf ook al mee te maken gekregen. Bemiddeling van de Hoge Commissaris om een uittocht te voorkomen draaide er door grove intimidatie van de Serviërs ten slotte op uit dat de VN-organisatie overhaast een evacuatie op touw moest zetten.

Dit voorval illustreert dat de ontheemden slechts evenzovele pionnen zijn in een meedogenloos machtsspel. De Britse minister Chalker herhaalde namens de EG in Genève nog eens het argument dat de vluchtelingenopvang de Serviërs niet te veel in de kaart mag spelen. Vluchtelingen als wal die het schip moet helpen keren; gruwelijk is het zeker, maar de Britse benadering had in Genève wel succes, al is de officiële terminologie iets minder cru: opvang in de regio heeft prioriteit, zo luidde de slotsom van de conferentie. En Duitsland ving andermaal bot met zijn pleidooi voor een Europese quotaregeling zodat het niet, zoals tot dusver, het merendeel van de Bosnische en andere ex-Joegoslavische ballingen in zijn eentje moet opvangen.

HET BELEID VAN opvang in de regio wordt kracht bijgezet door de leer van het land van eerste opvang, die een pijler vormt van het hedendaagse vluchtelingenbeleid. Doorreizen is in beginsel niet toegestaan; de eerste vluchtplaats is beslissend. In het voormalige Joegoslavië zijn nu net nieuwe staten als Kroatië en Slovenië gecreëerd die voor deze rol in aanmerking komen. Wat dit betreft was de Nederlandse regering met haar aarzeling ten aanzien van de busvluchtelingen uit Zagreb wellicht niet zo “ruimhartig” als onze benadering altijd heet te zijn, maar onbegrijpelijk is het niet. Geen precedenten.

De leer van het land van eerste opvang zorgt ontegenzeggelijk voor “een zekere internationale lastenverdeling”, noteerde de bekende vreemdelingenrechtdeskundige A.H.J. Swart meer dan tien jaar geleden in zijn proefschrift, “maar nationaal egoïsme vormt de verdeelsleutel”. De uitslag van de VN-conferentie in Genève past in dit beeld, ondanks het beroep op de op zichzelf niet te ontkennen omstandigheid dat men voor hetzelfde geld in de regio zelf veel méér verschoppelingen kan opvangen dan in verderverwijderde Westeuropese staten als Engeland en Frankrijk. Ten aanzien van Duitsland geldt als een bijzondere reden om droge ogen te houden dat dit land van oudsher bijzondere betrekkingen heeft met het desbetreffende stukje Balkan.

HOE LANG DE afwachtende houding valt vol te houden is niet duidelijk. De Bosnische gruwelen vertonen geen teken van kalmering en het Westen heeft al moeite een wapenembargo voor de regio te handhaven. Humanitaire interventie stuit op logistieke problemen in de VN. Het is wel zaak bij de beelden van die ontredderde mensen in bus, trein of sporthal in gedachten te houden dat vluchtelingenstromen het symptoom zijn van een tekortschietend vredesbeleid.