Somber perspectief na onverwacht verlies; Aspiraties volleybalsters al vroeg wreed verstoord

BARCELONA, 30 JULI. Cintha Boersma schoot na de 3-1 nederlaag van het Nederlands volleybalteam tegen Brazilië ineens vol. De aanvoerdster van Oranje kreeg het toen de meute journalisten om haar heen verdwenen was even te kwaad. “Het leek wel of ik voor een vuurpeloton stond”, snikte ze. “Ik had geen tijd om mijn emoties te verwerken.”

De klap van het verlies in Palau d'Esports de Barcelona kwam hard aan. Op papier was Brazilië, zesde op de laatste Olympische Spelen, al weliswaar sterker dan Nederland. Maar door de progressie die het team van Peter Murphy ogenschijnlijk de laatste maanden had gemaakt hoopte men bij Oranje op een verrassing. In de voorbereiding waren er namelijk indrukwekkende zeges op A-landen als Japan (in Japan) en het GOS (vier keer zelfs) geboekt. “Ik had echt het gevoel gekregen dat we de top naderden”, bekende captain Boersma na afloop.

“Misschien”, stelde chef de equipe Ingrid Piersma, “was het al te veel om alleen al het gevoel te hebben dat er meer inzat.” De 367-voudig international hielp een jaar geleden tijdens het Europees kampioenschap in Italië nog zelf op het veld mee om de kwalificatie voor Barcelona te bewerkenstelligen. Daarna stopte ze met volleyballen en werd teammanager. Ze had het gisteren niet makkelijk op een stoel vlak achter de bank. “Ik had ze graag willen helpen. Ik zag die koppen, de spanning. Ik heb geschreeuwd, maar ik zat te ver weg.” Boersma: “Het kwam hard aan om te constateren dat we zo diep konden vallen.”

Bondscoach Peter Murphy vond dat vooral de service van zijn ploeg ver beneden de maat was geweest. “Op de trainingen serveren wij granaten.” Hij had er wel een verklaring voor. Hij constateerde dat de Olympische Spelen absoluut niet te vergelijken zijn met oefenwedstrijdjes tegen Japan en het GOS of zelfs met een EK of WK. “Dit is één keer in de vier jaar, hè.” Piersma: “Het is natuurlijk heel wat anders dan het ontspannen spelen tegen een sterke ploeg in een oefenzaaltje.”

De nederlaag tegen het superfitte Brazilië betekende meteen de genadeklap voor Nederland. Een herkansing is er nauwelijks meer. Een klassering hoger dan de zevende of laatste en achtste plaats zit er voor Oranje niet in bij deze Olympische Spelen. Brazilië was de enige tegenstander in de groep waar de vrouwen van Murphy een serieuze kans tegen hadden. China (vrijdag) en Cuba (2 augustus) zullen de komende dagen veel te sterk blijken. “Als we één setje tegen ze pakken zou dat al heel goed zijn”, aldus Piersma. De eerste drie van de poule gaan over naar de volgende ronde. De nummer vier valt af.

Uiteraard vonden de Nederlanders het jammer dat uitgerekend Brazilië de eerste tegenstander was. Later in het toernooi hadden ze, zo werd gesteld, meer kans gehad. Dan waren de eerste indrukken van het spelen op olympisch niveau waarschijnlijk verwerkt geweest. Nu speelde Oranje op de openingsdag van het vrouwentoernooi ver onder de maat. Alleen in derde set ging het beter en werd 15-11 gewonnen. De opleving duurde echter maar voor korte duur. De vierde set was weer duidelijk voor de lenige Braziliaanse vrouwen, 15-7. Voor het toernooi had Murphy nog geroepen dat Nederland geen topteam zou zijn als het niet met de druk zou kunnen omgaan. “Brazilië moet een verrekte hoog niveau halen om van ons te kunnen winnen”, zei hij toen. Dat bleek dus niet waar. De kampioen van Zuid-Amerika speelde middelmatig, maar dat was genoeg voor een zege op Nederland.

De verdrietige Cintha Boersma vond dat ze zelf niet eens zo slecht had gespeeld. “Maar dat heeft geen effect als de rest het niet oppikt.” Piersma: “Laten ze nu maar eens zien wat ze echt kunnen.”