Oud-wethouder schrijft raad over Haagse burgemeester: Tekort was geen verrassing

DEN HAAG, 30 JULI. Burgemeester A. Havermans van Den Haag zegt ten onrechte dat het vorig jaar gebleken tekort van Den Haag voor hem een “complete verrassing” was. Dit zegt oud-wethouder van financiën G. van Otterloo in een toelichting op een brief die hij vanochtend naar de leden van de Haagse gemeenteraad stuurde. Aanleiding voor de brief is de discussie deze week over de kennis die Haagse bestuurders in de jaren tachtig hadden van de toentertijd groeiende financiële problemen.

Eerder deze week liet Havermans de raad weten dat de omvang van het tekort, dat vorig jaar werd vastgesteld op 260 miljoen, hem compleet had verrast. Tegelijk wees de burgemeester erop dat hij eind jaren tachtig wel bekend was geweest met financiële “risico's” die werden genomen. Daarmee reageerde hij op twee voormalige topambtenaren van de dienst financiën, die meldden dat ze eind jaren tachtig hadden gewaarschuwd voor onverantwoorde uitgaven. Van Otterloo stelt een ongerijmdheid vast in de reactie van de burgemeester. “Als je achteraf toegeeft dat je risico's hebt genomen, kan je natuurlijk nooit zeggen dat een tekort, welke omvang het ook heeft, vervolgens als een "complete verrassing' kwam”, zegt de voormalig wethouder. “Bovendien, als je wordt gewaarschuwd en je negeert dat, kom je er natuurlijk nooit achter hoe groot het probleem aan het worden is.”

Van Otterloo geeft in zijn brief toe dat ook hem de omvang van het tekort heeft verbaasd - “het was zo'n twee keer hoger dan ik vermoedde” -, maar dat alle leden van het college van B en W op de hoogte waren van “onaanvaardbare risico's” die werden genomen. Hij schrijft dat hij als wethouder het college “vele malen” wees op “het ontbreken van financiële discipline in de stadsvernieuwing” en “op het ontbreken van adequate dekkingen met betrekking tot de stadsvernieuwing”. “Alle leden van het toenmalige college waren op de hoogte van mijn aantekeningen en bezwaren”, aldus de brief.

Volgens de voormalig wethouder heeft hij er de PvdA-fractie in een interne notitie van mei 1989 al op gewezen dat het financiële “probleem” van de stad ten minste 120 miljoen gulden bedroeg. Het ging om “60 à 70 miljoen in de stadsvernieuwing en 60 miljoen in het aangekocht bezit” (woningen die voor de stadsvernieuwing werden aangekocht, red.). Die notitie is volgens Van Otterloo ook goeddeels genegeerd. Hij vindt dat de gemeente verkeerd met de tekorten is omgesprongen. “Een goed bestuur analyseert zijn fouten en leert ervan”, schrijft hij. “Een slecht bestuur ziet zijn fouten als pech en overmacht en gaat over tot de orde van de dag.”