Onsterfelijk

Als de Olympische Spelen een prijs voor de meest heroïsche sport zouden kennen, zou zwemmen daarvoor niet in aanmerking komen. De strak omlijnde banen, de beslotenheid van het bad, het over- en toezicht sluiten tragische incidenten bijkans uit. Uithoudingsvermogen en techniek ja, maar aan moed is geen behoefte. We moeten wel de Kanaalzwemmers er bij betrekken om in deze tak van sport een zweem van heroïek te kunnen onderkennen. Hoewel, het volgbootje met radioverbinding is nooit ver weg.

Hoe komt het dan dat mannen die zich leiders wanen een onbedwingbare behoefte ten toon spreiden om zich als macho in het water te bewijzen? Wat bewoog voorzitter Mao er toe om, 72 jaar oud, in de rivier de Jangtse te springen en vervolgens het bericht te laten verspreiden dat hij in 65 minuten 15 kilometer had afgelegd. Stroomafwaarts, dat wel.

Met zijn zwempartij in de Tigris sloot Saddam Hussein zich dus aan bij iets wat een traditie zou kunnen worden. Maar waar Mao een record vestigde, wilde Saddam slechts een feestje vieren. Het was gisteren 33 jaar geleden dat hij, gewond en wel, de Tigris overzwom, op de vlucht voor zijn achtervolgers nadat hij een mislukte moordaanslag op president Abdul-Karim Qassim had gepleegd. Zo heeft iedereen natuurlijk zijn eigen aanleiding.

De feiten vastleggen is één, de atavistische beweegredenen doorgronden is iets geheel anders. De heroïsche dood door verdrinking is een historisch gegeven. Om er een te noemen: keizer Frederik Barbarossa verdronk in de Salef na zijn overwinning bij Iconium tijdens de Derde Kruistocht. Richard Leeuwenhart vocht tijdens die veldtocht aan zijn zijde. Nu nog wordt de keizer in de Duitse legende onsterfelijkheid toegedicht. Eens zal hij zijn rijk in oude glorie komen herstellen. Zou het die gedachte zijn waarmee Mao en Saddam hebben gespeeld? Zo bezien is het weinig geruststellend dat ook Bush zich eens al zwemmend heeft laten fotograferen.