Nieuw-Zeelandse koersen over top heen

Mede als gevolg van de scherp dalende rente hebben de aandelenkoersen op de effectenbeurs van Nieuw-Zeeland na een periode van bijna twee jaar deze maand opnieuw een hoogtepunt bereikt. Sinds 9 april van dit jaar klom de New Zealand Stock Exchange-40 index vanuit een dal van 1.370,40 op en steeg in ruim drie maanden tot naar de magische grens van 1.600 op 17 juli, gedurende welke dag de index zelfs even daarboven uitkwam. Na deze top was het evenwel afgelopen met de euforie en ontwikkelde zich een minder gunstig scenario met vrijwel dagelijks afbrokkelende koersen. Gisteren wees aan het einde van de beursdag de index 1.528,48 aan. De vorige keer dat de koersindex de grens van 1.600 doorbrak was op 4 september 1990, nu al weer bijna 22 maanden geleden.

“De sterke opleving van het koerspeil zoals dat zich tot 17 juli voltrok is vooral een gevolg van de teruglopende rente en een sterk verbeterde obligatiemarkt, merkte een effectenmakelkaar op. “De aandelenkoersen hadden een achterstand in te halen, maar zijn nu weer kwetsbaar voor winstnemingen”. Nieuw-Zeeland biedt via de New Zealand Stock Exchange beleggers dagelijks op vier lokaties de mogelijkheid om effecten te verhandelen. Dat gebeurt in de steden Wellington, Auckland, Christchurch en Dunedin.

Vrijwel synchroon met de aandelenkoersen hebben ook de obligatiekoersen zich sinds begin juli hersteld. Omstreeks dat tijdstip presenteerde de regering haar budget en verlaagde de Amerikaanse Fed het disconto in de VS opnieuw. Het gevolg hiervan was dat de kooplust van beleggers zich in snel tempo ontlaadde en de koersen in korte tijd snel stegen. Voor het eerst na ruim twintig jaar kwam s in Nieuw-Zeeland het rendement op driemaands papier de afgelopen weken onder de 6 procent terecht. De rentedaling in Nieuw-Zeeland, waar in een nog niet zo ver verwijderd verleden de gangbare rente het drievoudige hiervan overtrof, moet worden gemeten aan een gedurende de afgelopen jaren tot nauwelijk 1 procent teruggedrongen inflatietempo, momenteel het laagste van alle Westerse landen.

De beurs-aandelenindex steeg deze maand vier procent en is sinds het begin van dit jaar vijf procent omhoog gegaan. Dit lijkt niet veel, maar nadere beschouwing leert dat dit werd bereikt ondanks de uiterst matige koersontwikkeling van de hoofdfondsen, zoals Telecom, Fletcher Challenge, Brierley Investments, Goodman Fielder Wattie, die in de afgelopen maanden tot 17 juli weinig of geen vooruitgang boekten. Genoemde vier fondsen maken samen meer dan zestig procent uit van de fondsen waaruit de NZSE-40 index is samengesteld. Het overwicht is zodanig dat indien de index zonder deze "grote vier' zou worden vastgesteld, de index-stijging over het afgelopen jaar ongeveer 70 procent bedraagt.

Sommige beursanalisten menen dat vooral de op export van Nieuw-Zeelandse produkten drijvende ondernemingen, een sector die het de afgelopen maanden zo goed deed, nog verdere neerwaartse koerscorrectie te wachten staat. Deze voorspelling klinkt - gezien de terughoudende stemming die elders in de wereld op de aandelenbeurzen de afgelopen weken de overhand heeft gekregen - niet ongeloofwaardig. Gezien de neerwaartse richting van de Nieuw-Zeelandse aandelenkoersen in de afgelopen dagen, lijkt die prognose nog uit te komen ook.