LLOYD'S RIEP ONHEIL OVER ZICHZELF AF; De Names zijn tot en met hun manchetknopen verantwoordelijk voor Lloyd's verliezen.

Nightmare on Lime Street: Whatever happened to Lloyd's of London? Auteur Cathy Gunn. Uitgeverij Smith Gryphon '92. ISBN 1-85685-027-X. Prijs 15,99 pond.

Hoe verlies je een klein fortuin bij Lloyd's of London, de beroemdste verzekeringsmarkt ter wereld? Door met een groot fortuin te beginnen! Toegegeven: een wrange grap, maar met een kern van waarheid. Lloyd's of London - geen vennootschap, maar een beurs voor assuradeuren die met behulp van vermogende individuen verzekeringsrisico's accepteren - verkeert in een ernstige crisis.

Afgelopen juni maakte Lloyd's het grootste verlies in zijn driehonderdjarig bestaan bekend: 2,06 miljard pond (6,75 miljard gulden). De 29.000 leden ("Names' genoemd, omdat zij ooit uit belangrijke, kapitaalkrachtige families stamden), die met hun vermogen garant staan voor de verzekeringsrisico's, incasseren dat verlies onder meer als gevolg van de ramp met het olieplatform Piper Alpha in de Noordzee (schadeclaims tot 1,4 miljard dollar), de orkaan Hugo (5,8 miljard) en de aardbeving in San Francisco (1,5 miljard).

In het verleden ving Lloyd's dergelijke klappen relatief goed op. Maar de opeenstapeling van immense schadeclaims in de laatste paar jaren raakt het instituut ditmaal harder. Aangezien de Names zich hebben verplicht de verliezen te dragen "tot en met hun laatste manchetknoop', dreigt voor velen een persoonlijk faillissement. Recentelijk zijn al huizen van Names executair verkocht.

In Nightmare On Lime Street schrijft Cathy Gunn, journaliste van het Britse dagblad Today, hoe het zover kon komen. Het boek vertoont sporen van haastwerk; omdat het allerlaatste nieuws moest worden meegenomen, laat de indeling van de hoofdstukken te wensen over. De epiloog is een postscriptum en bevat geen duidelijke conclusies. Toch weet Gunn de vinger op de zere plek te leggen. Als het boek iets duidelijk maakt, dan is het wel dat Lloyd's het onheil over zichzelf heeft afgeroepen.

Zonder de vele schadeclaims zouden de zwakke kanten van Lloyd's of London vermoedelijk niet aan het licht zijn gekomen. Lloyd's had in verzekeringskringen een uitstekende reputatie. Het ging er prat op dat het alles kon en wilde verzekeren, of het nu ging om oorlogsrisico's of de benen van Betty Grable.

In de jaren tachtig kwam er veel "nieuw geld' naar de beurs. Honderden young urban professionals wilden hun rijkdom op de verzekeringsmarkt rendabel maken. Met een vereiste kredietwaardigheid van 100.000 pond (thans: 250.000 pond) werd menige superverdiener als lid geaccepteerd. In 1988 had Lloyd's het recordaantal van 32.433 leden, die de beurs maar liefst 11 miljard pond ter beschikking stelden.

Model voor het gemiddelde lid van Lloyd's stond enkele jaren geleden nog de belegger met een inkomen van 60.000 tot 100.000 pond per jaar, een lastenvrij huis en tussen de 500.000 en 1 miljoen pond aan beleggingen. Hoewel de beurskrach van 1987 het vermogen van veel Names aanzienlijk reduceerde, bleven de meesten de verzekeringsbeurs trouw. Een van de redenen hiervan was het fiscale voordeel: de afwikkeling van herverzekeringscontracten maakt het pas na drie jaar mogelijk een winst- en verliesrekening op te maken. Over die periode profiteren de Names belastingvrij van hun rendement. Wie bevreesd was voor grote verliezen, kon zich hiertegen indekken door een stop loss-verzekering af te sluiten. Omdat dit echter niet goedkoop is, lieten de meesten het na, zeker als zij hun risico's over enkele tientallen syndicaten hadden gespreid.

De verarming van veel leden door de beurskrach was niet het enige probleem voor Lloyd's. Door de enorme concurrentie in de verzekeringsmarkt gingen de premies steeds verder omlaag. In de sector luchtvaart daalden ze bij voorbeeld in 1988 met vijfentwintig procent. Doordat consortia van verzekeraars (syndicaten) hun risico's bovendien vaker herverzekerden bij andere Lloyd's-syndicaten, nam het risico van Lloyd's enorm toe. Bij eventuele grote schadeclaims zou het de volle mep moeten betalen. En precies dat gebeurde.

In 1990 berekende het marktanalysebureau Chatset het verlies per honderdduizend pond ingebracht vermogen reeds op 8400 pond. Voor sommige Names, met grotere participaties, overschreed het "papieren verlies' de 500.000 pond al. Een aantal leden zag de bui hangen en beperkte het verlies door af te haken. In 1991 waren al meer dan vierduizend Names bij Lloyd's vertrokken. Maar niet iedereen kan zijn lidmaatschap zomaar opzeggen. Velen moeten wachten totdat alle claims zijn afgewikkeld, wat soms lang kan duren.

Vorig jaar onstond muiterij bij Lloyd's, en niet alleen wegens de grote claims. Nieuwkomers moesten, om onduidelijke redenen, relatief meer betalen dan oudgedienden. Bovendien bleken Names die zelf als verzekeraar werkzaam waren hun risico's beter te hebben gespreid - en dus minder verlies te lijden - dan degenen die alleen als geldschieter fungeerden. De protesten kwamen aanvankelijk vooral van Amerikaanse en Canadese Names. Zij beschuldigden Lloyd's van fraude en incompetentie en wilden geen cent betalen.

Lloyd's-voorzitter David Coleridge, een verre achterneef van de dichter Samuel Taylor Coleridge, begreep dat er iets moest gebeuren: als alle leden dwars gingen liggen, kon Lloyd's de deuren wel sluiten. In het uiterste geval kon de beurs een beroep doen op het noodfonds, maar hieruit konden niet alle claims worden betaald.

Een Task Force werd ingesteld om een nieuwe koers uit te zetten. Begin dit jaar werden de nieuwe maatregelen bekendgemaakt. Hoewel Names er ook in de toekomst niet aan ontkomen alle verliezen te dragen, zullen zij voortaan niet langer dan vier jaar aansprakelijk blijven voor het bedrag dat zij accepteren. Het noodfonds compenseert verliezen die daarboven uitstijgen. Enkele weken geleden vroeg Lloyd's haar leden een speciale heffing van 1,66 procent af te dragen over hun premie-inkomsten. Daarmee hoopt de firma de omvang van het noodfonds te verdubbelen tot 1 miljard pond (3,3 miljard gulden).

Eind juni vroeg Lloyd's aan vier- tot vijfduizend leden, verzameld in zeven syndicaten die de voorbije jaren bijna een half miljard pond verspeelden, andermaal een kapitaalinjectie van 307 miljoen pond. Ze hebben tot eind deze maand om het geld op tafel te leggen.

Een andere maatregel is dat kleinere leden hun vermogen voortaan kunnen onderbrengen in een nieuw, trustachtig fonds. Hun persoonlijke aansprakelijkheid blijft beperkt tot het in dat fonds ondergebrachte vermogen, hun winstmogelijkheden zijn echter ook beperkt. Verder wil Lloyd's de beurs openstellen voor institutionele beleggers, wier aansprakelijkheid beperkt kan blijven. Een en ander dient de capaciteit van de beurs te vergroten van 10 miljard pond in 1991 naar 13 miljard à 17 miljard pond in 1997.

De syndicaten stellen zelf ook orde op zaken. Begin dit jaar zijn de premies al met vijfentwintig procent gestegen, in de sector luchtvaart zelfs met 100 tot 400 procent. Een computersysteem moet ervoor zorgen dat er efficiënter wordt gewerkt.

Hiermee is de onrust over Lloyd's echter nog lang niet weggenomen, zo schrijft Cathy Gunn. Nog in april gingen er geruchten over gesprekken die Lloyd's met de Bank of England zou willen voeren over leningen in het geval van nieuwe catastrofes. Het Lloyd's-bestuur ontkent dat in alle toonaarden, maar er zijn aanwijzingen dat de beurs binnenkort opnieuw met zeer hoge claims zal worden geconfronteerd, onder andere als gevolg van de gedwongen liquidatie van honderden spaarbanken in de Verenigde Staten.