Limburg: geen sprake van geknoei bij aanbestedingen

MAASTRICHT, 30 JULI. Het aanbestedingenbeleid van de provincie Limburg is tot 1988 niet altijd duidelijk geweest, omdat daarover tot dat jaar alleen mondelinge afspraken golden. Waarom bepaalde aannemers wél en andere geen opdrachten kregen, was niet helder. In het algemeen kan echter gesteld worden dat het beleid van 1979 - 1991 naar behoren is uitgevoerd. Dat concludeert het bureau VB Accountants in een rapport aan en in opdracht van het provinciebestuur.

Aanleiding voor het rapport was de veroordeling van een voormalige ambtenaar van de provincie die voor het aannemen van steekpenningen van de wegenbouwer Baars in het begin van de jaren tachtig, negen maanden gevangenisstraf kreeg. De wegenbouwer heeft steeds volgehouden dat het om een lening ging en dat hij nooit mensen heeft omgekocht. In een verklaring tegenover de Fiod zou hij dat wel hebben toegegeven.

De commissaris van de koningin in Limburg, E. Mastenbroek, concludeert op grond van het accountantsrapport dat het zaak is waakzaam te blijven. Volgens Mastenbroek is echter niet bewezen dat er bij aanbestedingen sprake was van willekeur. Het accountantsbureau beveelt aan om aandacht te geven aan de objectiviteit bij het selecteren van aannemers die voor de provincie werken. Ook acht het bureau het raadzaam ook niet-Limburgse aannemers bij de aanbestedingen te betrekken. Tot nu toe gebeurde dat uit het oogpunt van regionale werkgelegenheid niet. De provincie onderzoekt nu of er richtlijnen mogelijk zijn voor het aannemen van relatiegeschenken van aannemers.