Liegbeest

Het vrouwtje van de in Nederland zeldzame nachtzwaluw verlaat ongemerkt het nest als een roofdier nadert. Nadat ze zich een paar meter verwijderd heeft, simuleert ze opvallend een gebroken vleugel en probeert onhandig weg te vluchten, altijd uit de richting van het nest. Het roofdier meent een gemakkelijke prooi waar te nemen en zet de achtervolging in, met als gevolg dat de aandacht van het nest met eieren of jongen wordt afgeleid. Uiteraard blijken de vleugels van de nachtzwaluw goed te functioneren als het roofdier te dicht bij haar komt.

De natuur is vol misleidende informatie. Dieren zetten om anderen te imponeren vinnen, veren of haren overeind, zodat ze groter lijken dan ze werkelijk zijn. Er is een rupsensoort die met zijn lichaam sprekend vogeluitwerpselen nabootst, zodat vogels deze maaltijd begrijpelijkerwijs aan zich voorbij laten gaan. Takjes en bladeren blijken bij nadere inspectie soms insekten, en een doodgewone steen een roofvis, die loert naar zijn argeloos naderbij zwemmende prooi. Onschuldige slangen lijken sprekend op giftige, en de voorkant van een vis blijkt bij nader inzien de achterkant.

Maar het vermogen om bewust te liegen lijkt voorbehouden aan slechts enkele soorten. De rupsen, nachtzwaluwen, vissen etc. die onjuiste informatie uitzenden weten dat zelf niet, en zijn zich van geen kwaad bewust. Een verre voorouder van de vis die op een steen lijkt, had door een "mutatie' een uiterlijk dat vaag aan een steen deed denken, en bleek daarmee meer prooi te vangen en dus reproduktief succesvoller te zijn dan zijn soortgenoten. Vervolgens is als gevolg van een langdurige natuurlijke selectie de voorstelling geperfectioneerd. Door vorm, kleur en gedrag (doodstil blijven zitten) wordt een steen perfect nagebootst, maar de vis zelf mist de intelligentie om dit te begrijpen. Uiterlijk en gedrag zijn gebaseerd op het eenvoudige maar harde gegeven dat de vissen die een minder geloofwaardige voorstelling geven, ook minder prooi vingen. Minder perfecte steen-vissen hebben daarom een geringer reproduktief succes, waardoor ze telkens van het toneel verdwijnen.

Chimpansees daarentegen kunnen wel degelijk liegen. Een chimpansee die een wrok koestert tegen een andere chimp, kan deze met vriendelijke handgebaren dichterbij lokken, kennelijk uitsluitend met de bedoeling om dan een klap uit te delen. Het vermogen van chimpansees om te liegen, dat ook experimenteel is aangetoond, valt echter in het niet bij de fenomenale capaciteiten van mensen op dit gebied. De Amerikaanse sociobioloog Pierre van den Berghe heeft zelfs beweerd dat het meest kenmerkende verschil tussen mens en dier daaruit bestaat, dat mensen oneindig veel beter kunnen liegen.

Leugens vertellen getuigt van intelligentie. Het is eenvoudiger om de zaken voor te stellen zoals ze zijn, dan om de werkelijkheid te kennen, maar toch een andere versie te presenteren. Volgens onder andere de evolutie-bioloog Richard Alexander zijn mensen zo bekwaam in het misleiden van andere mensen, omdat ze ook zichzelf goed kunnen misleiden. Mensen kunnen blijkbaar twee tegenstrijdige versies van dezelfde gebeurtenis tegelijk in hun cognitieve systeem opslaan. Verder zijn mensen in staat om als het in hun belang is de ware versie te negeren en te "vergeten'. Als iemand dat doet, dan misleidt hij of zij zichzelf. Maar zo wordt het gemakkelijker om anderen te misleiden. De beste leugenaars zijn immers degenen die niet of nauwelijks weten dat ze liegen.

Alexander meent dat kinderen al tijdens hun opvoeding door de ouders getraind worden in het selectief vertellen van de waarheid, en het selectief misleiden van anderen. De officiële norm is dat ouders aan hun kinderen deugden als eerlijkheid en oprechtheid leren. Alexander, zelf grootvader, betwijfelt dat dit werkelijk gebeurt. Ouders die er in slagen om hun kinderen volstrekt eerlijk en oprecht te maken, verlagen in feite de fitness van hun kinderen en dus hun eigen fitness. Want deze kinderen zullen buiten de kleine familiekring naëve sukkels blijken te zijn, die door iedereen worden opgelicht en bedrogen. Volgens Alexander leren ouders aan hun kinderen om selectief te zijn met hun eerlijkheid en spontaniteit. Tegenover wildvreemden geldt een andere moraal dan tegen familie en vrienden. Ouders zouden hun kinderen leren om bepaalde anderen te misleiden, zonder daarbij tegen de lamp te lopen. Ouders zouden hun kinderen leren wat "goed' en "slecht' is in de ogen van anderen, zodat de kinderen deze opvattingen ten eigen voordele kunnen aanwenden. Aan kinderen wordt bijgebracht dat leugens soms voordelig zijn, en soms onvergeeflijk, en dat eerlijkheid in de ene situatie een deugd is, maar in een andere situatie een stommiteit.

De belangen van een roofdier en zijn prooi staan lijnrecht tegenover elkaar; de een zijn dood is de ander zijn brood. Daarom kan verwacht worden dat de onderlinge informatie-uitwisseling volstrekt onbetrouwbaar is. Voor twee werksters uit een kolonie van de honingbij geldt het omgekeerde: voor hun reproduktieve succes zijn beide volkomen aangewezen op het welzijn van de zelfde koningin, zodat de onderlinge informatie-uitwisseling totaal betrouwbaar is. Afhankelijk van de sociale omstandigheden bevindt de menselijke communicatie volgens Alexander zich tussen deze twee uitersten. Iemand die altijd de waarheid vertelt is haast even onaangepast als de dwangmatige leugenaar. In de visie van Alexander is het alleen voor heel kleine kinderen weggelegd om steeds de waarheid te vertellen. In het sprookje van Hans Christian Andersen was het dan ook een klein meisje dat luidkeels riep dat de keizer helemaal geen kleren aan had.