Israel blij met toenadering van Vaticaan

TEL AVIV, 30 JULI. “Israel onderhandelt met de Palestijnen en Arabieren. Waarom zou het Vaticaan dan achterblijven”, vroeg gisteravond de Palestijnse pastoor Rafik Khouri van de rooms-katholieke kerk in Jeruzalem. “ Wij hopen dat de toenadering tussen Israel en het Vaticaan zal bijdragen tot het slagen van het vredesproces.”

In Israel is gisteren enthousiast op de als “historisch” omschreven doorbraak in de betrekkingen met de Heilige Stoel gereageerd. Israels ambassadeur in Rome Avi Pazner sprak vanmorgen in een radiovraaggesprek van een “keerpunt in de betrekkingen tussen Israel en het Vaticaan”.

Het in het leven roepen van een bilaterale werkgroep “ter normalisering van de betrekkingen” betekent volgens dr Yitzhak Minervi, een op de het Vaticaan gespecialiseerde ex-diplomaat, echter niet dat diplomatieke betrekkingen voor de deur staan. Volgens hem en andere specialisten staan de kwestie van de status van Jeruzalem, de toekomst van de bezette gebieden en de rechten van de rooms-katholieke kerk in Israel een volledige ontdooiing van de relaties tussen Jeruzalem en het Vaticaan nog in de weg. Het Vaticaan heeft volgens goed ingevoerde politieke kringen in Jeruzalem “de nieuwe realiteiten in het Midden-Oosten erkend en maakt zich op aansluiting te vinden bij het vredesproces om zijn belangen veilig te stellen”.

De Jerusalem Post maakt vanmorgen aan de hand van bronnen op het Vaticaan melding van meningsverschillen over het moment waarop diplomatieke betrekkingen met Israel zullen worden aangeknoopt. Sommige kerkelijke autoriteiten zouden ervoor pleiten deze stap te zetten na het opzetten van Palestijnse bestuursautonomie. Anderen daarentegen geloven dat het Vaticaan er verstandig aan zou doen te wachten totdat het hele Israelisch-Arabische conflict een vreedzame oplossing heeft gevonden. Volgens de Jerusalem Post zal het Vaticaan ook spoedig een dialoog beginnen met de Palestijnen en Jordanië. Het Vaticaan zou ernaar streven gelijktijdig betrekkingen met Israel, Jordanië en de Palestijnen aan te knopen.

Josef Hadash, de directeur-generaal van het ministerie van buitenlandse zaken, zei gisteren vanuit Rome dat de minister van buitenlandse zaken van het Vaticaan, Mgr Tauran, een uitnodiging voor een bezoek aan Israel heeft aanvaard. Een datum voor dit als “belangrijk” omschreven bezoek is echter nog niet vastgesteld. In november zullen volgens Hadash de besprekingen tussen beide partijen in het kader van de gisteren opgezette werkgroep in Jeruzalem worden voortgezet. Bestrijding van anti-semitisme, racisme en geweld staan thans op de agenda van de dialoog tussen het Vaticaan en Jeruzalem.

Sedert het begin van het zionistische onderneming in Palestina, begin deze eeuw, hebben de joodse wereld en Israel (na 1948) op gespannen voet met het Vaticaan gestaan. De constante weigering van de Heilige Stoel de staat Israel in het licht van de holocaust om theologische en politieke redenen te erkennen heeft onder het wereldjodendom en in Israel veel kwaad bloed gezet.

Veelvuldig hebben joodse leiders de rooms-katholieke kerk van anti-semitisme beschuldigd en zelfs van collaboratie met nazi-Duitsland. Die scherpe gevoelens komen vandaag tot uitdrukking in een hoofdartikel in de Jerusalem Post. Deze krant waarschuwt Jeruzalem tegen overhaaste diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan. “Eerst moet Rome zich verplichten tot volledige samenwerking in het onderzoek naar de collaboratie van de kerk en sommige van zijn afgevaardigden met het nazi-regime, tijdens de oorlog, en zijn rol na de oorlog in het helpen van nazi's aan gerechtigheid te ontsnappen”.

De eerste officiële ontmoeting tussen de kerk en het zionisme had in 1904 plaats toen Theodor Herzl, de grondlegger van de joodse bevrijdingsbeweging, door Paus Pius X in audiëntie werd ontvangen. In zijn dagboek maakt Herzl gewag van de mislukking van dit onderhoud. “Wij kunnen niet gunstig staan tegenover deze beweging (zionisme)”, zei de paus. “Wij kunnen de joden niet verhinderen naar Jeruzalem te gaan, maar begunstigen kunnen we dit niet. De joden hebben onze Heer niet erkend, daarom kunnen wij het joodse volk niet erkennen.”

Hoewel Paus Benedictus XV in 1917 (het jaar van de Balfour-verklaring over een joods thuisland in Palestina) wel de wil van de Voorzienigheid zag in de terugkeer van het joodse volk naar zijn land, viel er tussen 1923 en 1945 een stilte tussen de zionistische beweging en het Vaticaan. De draad werd eind 1945 weer opgevat. Israelische ministers, onderwie premier Golda Meir in 1973, werden op het Vaticaan door pausen ontvangen. In 1964 bracht Paus Paulus VI een belangrijk bezoek aan “het heilige land” zonder dat het woord Israel over zijn lippen kwam. Het pauselijke danktelegram werd toen aan Israels president in Tel Aviv geadresseerd, niet aan zijn werkelijke residentie in Jeruzalem.

Een kentering in de betrekkingen tussen Israel en het Vaticaan heeft zich ingezet onder de Poolse paus Johannes Paulus II, die veel begrip opbrengt voor het lijden van het joodse volk in de Tweede wereldoorlog en een bezoek heeft gebracht aan het getto-monument in Warschau. Hij was de eerste paus die sprak “van het verlangen van het joodse volk om in veiligheid in zijn eigen staat te leven na de tragische ervaring van de holocaust”. Daarbij verloor hij als een man van het midden “het trieste lot” van de Palestijnen niet uit het oog.