GESPREK MET CHARLOTTE KÖHLERPRIJSWINNAAR NORBERT TER HALL; Acteurs kunnen niets van mij leren

Norbert ter Hall ontwerpt toneeldecors en regisseert jeugdseries voor de televisie. Voor zijn theaterwerk kreeg hij onlangs de Charlotte Köhler prijs, een aanmoedigingsprijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan vier jonge Nederlandse kunstenaars voor hun tot dan toe gemaakte oeuvre. “Ik wil dat acteurs zich thuis voelen in mijn decors,” zegt Ter Hall.

Kort nadat Norbert ter Hall (1966) heeft gehoord dat aan hem de Charlotte Köhler prijs 1992 is toegekend, ontmoet ik hem in zijn woning in Amsterdam. Niet eerder heeft hij voor zijn werk een dergelijke blijk van erkenning gekregen - hij is er nog beduusd van. “Die prijs komt uit de lucht vallen”, zegt hij lachend. “Ik heb me nooit gerealiseerd dat wat ik maak opvalt en zeker niet dat er mensen zijn die volgen wat ik doe. Dat komt misschien doordat ik pas een paar jaar bezig ben. Nog altijd vind ik het heel leuk dat ik decors mag ontwerpen.”

Norbert ter Hall heeft het vak in de praktijk geleerd. Hoewel hij altijd al decorontwerper wilde worden, volgde hij aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem de opleiding tot grafisch vormgever. Toch bleek al tijdens zijn studie dat hij zich meer aangetrokken voelde tot theatervormgeving.

In 1989, zijn eindexamenjaar, maakte hij zijn eerste decorontwerp in opdracht van Lidwien Roothaan, die op de toneelschool in Arnhem de eindexamenvoorstelling Moderato Cantabile regisseerde. In dezelfde periode ontwierp Ter Hall ook decors voor een televisieserie bij de NOB, waar hij toen stage liep. Een jaar later werkte hij nogmaals samen met Lidwien Roothaan (voor Club Coco van theatergroep Carrousel) en hij ontwierp decors voor regisseur Peter Sonneveld, zoals de studeerkamer in de RO Theatervoorstelling Het monster van liefde.

Intussen begon zijn werk bij de televisie steeds meer tijd in beslag te nemen. Hij hield zich daar niet alleen met de vormgeving bezig, hij schreef en regisseerde ook jeugdseries voor de VPRO, zoals Leporello en Meneer Rommel, een verhaal dat zich voor een belangrijk deel in het lichaam van de hoofdpersoon afspeelt. Inmiddels werkt hij ook mee aan programma's voor volwassenen, zoals het toeristisch-literair magazine Hollands Decor. Daarnaast begint hij binnenkort, in opdracht van de KLM, aan een serie filmpjes over Nederland die vertoond zullen worden aan reizigers die op intercontinentale vluchten ons land aandoen. Opvallend genoeg heeft hij voor het komend theaterseizoen geen verzoek gekregen om decors te ontwerpen.

Norbert ter Hall: “Het probleem is dat je gevraagd moet worden om theaterdecors te kunnen maken. Je kunt niet met een map schetsen langs toneelregisseurs gaan in de veronderstelling dat er wel wat van hun gading bij is. Het draait in deze wereld om vriendjespolitiek: je moet zorgen dat je mensen kent. Een garantie voor werk is dat natuurlijk niet want geen regisseur werkt altijd met dezelfde vormgever. Het komt er dus op neer dat je moet wachten tot je weer aan de beurt bent. Al moet ik erbij zeggen dat ik misschien wat afwachtender ben dan sommige anderen, ik zal niet gauw op iemand afstappen die ik niet ken.”

De decors van Ter Hall ontstaan altijd in overleg met de regisseur en zijn uitgangspunt daarbij is dat decor en voorstelling een eenheid moeten zijn. “Ik zoek weliswaar naar een vorm die iets toevoegt aan het verhaal waardoor je iets kunt vertellen dat niet in de tekst is te vinden, maar zo'n beeld moet niet te nadrukkelijk zijn. De acteurs hebben er dan vaak alleen maar hinder van. Ik vind het een groot compliment als ze zich thuis voelen in mijn decors.”

Norbert ter Hall noemt theatervormgever Jan Versweyveld als iemand wiens ontwerpen hij mooi vindt maar tegelijkertijd vaak ook te bedacht. “Hij heeft bij wijze van spreken alles in het zwart uitgevoerd terwijl het naar je gevoel net zo goed rood had kunnen zijn. Zo'n decor leidt de aandacht af van de acteurs. Een decor moet mijns inziens niet de hoofdrol spelen.”

Volgens Norbert ter Hall is zijn televisiewerk beïnvloed door het theater; het theater beschouwt hij als een soort oerdiscipline. Toch durft hij bij de televisie meer initiatieven te nemen dan in het theater: hij bekent dat hij voor toneel nooit een script zou schrijven en zelf regisseren zoals hij bij de VPRO al meermalen heeft gedaan. “Theater heeft naar mijn idee meer pretentie en ik ben bang dat ik de mist in ga als ik me daar aan waag. Schrijven en regisseren voor televisie is heel anders. Om de een of andere reden ligt me dat beter en soms denk ik weleens: wie zouden ze anders moeten vragen?

“Het leukste vind ik een concept verzinnen. Het is een uitdaging voor een bestaand verhaal een vorm te bedenken die nieuw is en afwijkt van het doorsnee realisme op tv. Het regisseren van mij moet je in dat licht zien: ik houd me vooral bezig met het beeld, met de vraag hoe ik het verhaal in visueel opzicht het best tot zijn recht kan laten komen. Ik ben geen acteursregisseur. Acteurs kunnen niets van mij leren, vrees ik.”

Dat Norbert ter Hall zoveel verschillende dingen tegelijk doet komt naar zijn zeggen doordat hij niet precies weet wat hij wil. “Op dit moment leg ik mezelf geen beperkingen op omdat ik nog niet kan bepalen wat mijn plek is. Ik lees nu de biografie van Pasolini en ik ben er jaloers op dat hij op zijn twintigste al zo zeker wist waar hij voor stond. Hij maakte al vroeg in zijn leven keuzes, iets waar ik niet goed in ben. Ik vind eigenlijk alles leuk en ik reageer daardoor nog te veel als Alice in Wonderland. Het gaat erom een inzicht te krijgen in wat ik nu werkelijk wil. Als de beslissingen die ik neem scherp zijn en niet beïnvloed door allerlei mogelijkheden wordt mijn werk persoonlijker. Het lijkt me mooi als ik op een dag kan zeggen: zo ziet de wereld eruit volgens Norbert ter Hall.”