De wereld van de stuiverroman; Wie rood haar heeft, is zondig

Nina Nicolai, Mario Alexi, Carry de Graaf, Henriette Larssen en Karin Lens wonen allemaal in dezelfde kleine bungalow in een groene buitenwijk van Hamburg. Marion Alexi schrijft Kroonromans en de serie Moederliefde, terwijl Karin Lens Kasteelromans produceert. Henriette Larssen is de auteur van een serie Silvia-romans en Nina Nicolai schrijft de serie Avond-lectuur. Dokterromans ten slotte worden geschreven door Carry de Graaf. Ze zijn allemaal met dezelfde man getrouwd. Wie deze vijf vrouwen een Anton Heyboer-achtig huwelijk toedicht, vergist zich, want het gaat hier slechts om pseudoniemen.

De echte auteur van al deze triviaal-literatuur heet Renate Tintelnot. Ze schrijft per maand vier Groschenhefte. Zowel in Duitsland als in Nederland zijn haar stuiverromans onder brede lagen van de bevolking zeer populair. Ze is pas op latere leeftijd gaan schrijven, maar de basis daarvoor is al in haar jeugd gelegd.

Renate Tintelnot: “Als kind was ik liever bij het personeel in de keuken, dan bij mijn eigen familie. Ik mocht er van mijn ouders niet komen, maar daar trok ik me niets van aan. Het personeel was ook veel aardiger. De keukenmeisjes droomden er allemaal van later met een architect of een arts te trouwen en dus lazen ze boekjes waarin dat soort dromen ook waar werden. Zo heb ik ook zelf mijn eerste Groschenhefte gelezen.”

Renate werd vrij streng opgevoed en verzette zich daartegen: “Mijn oma heeft mij toen ik nog een kind was bijvoorbeeld geleerd om aan oude dames een handkus te geven. Zoiets belachelijks! Voor ik kon tellen wist ik al alle vorsten in Europa op te noemen, dat werd me door mijn oma met de paplepel ingegoten. De hele Europese adel kende ik van buiten, ook in al hun vertakkingen, omdat mijn oma er zo trots op was dat alle Europese vorsten Duits bloed hadden.”

Toen ze, na eerst een tijd triviaal-literatuur vertaald te hebben, zelf Groschenhefte ging schrijven, bleek de opvoeding door haar oma goed van pas te komen. Tintelnot: “Dat is voor mij een goudmijn. Maar ook de nieuwe verhalen die ik in de yellow press lees. Jullie troonopvolger heet Willem, nietwaar, zoals onze laatste keizer? De capriolen die hij uithaalt met zijn auto en met zijn vriendinnetjes komen ook allemaal in de Hefte.”

Renate Tintelnots oma was zelf niet van adel, maar doordat haar man een positie aan het hof had als militair, werd ze toch aan het hof toegelaten.

Tintelnot: “Heel negatief werden mensen als mijn oma in onze familie ook wel ”hermelijn-vlooien' genoemd, mensen die door de adel geaccepteerd werden omdat ze rijk waren. Het absurde ervan is, dat mensen die niet meer bestaande wereld steeds weer proberen te imiteren. Vooral politici zijn daar sterk in. Die mensen zijn ook allemaal onder elkaar en schermen zich van het volk af. Net als vroeger.”

Het beroep van mevrouw Tintelnot brengt sommigen tot merkwaardige confessies: “Wanneer mensen horen dat ik stuiverromans schrijf, loodsen ze me naar een hoek van de kamer en vertellen me hun levensgeschiedenis. Dan krijg ik de triviaalste verhalen te horen. De meeste mensen trekken in het leven aan het kortste eind. Bijna altijd is dat hun eigen schuld, omdat ze niet doorzetten, maar toch hebben ze het gevoel door het noodlot onrechtvaardig behandeld te zijn. Wanneer ze dan in de boekjes lezen dat de slechten hun straf krijgen, doet dat goed. Daarom zijn de slechte mensen in de Hefte die mensen die ook in het werkelijke leven slecht zijn.”

De wereld van de stuiverroman is opgebouwd volgens eenvoudige regels. Tintelnot: “Een stuiverroman moet voorspelbaar zijn. De lezer identificeert zich in een boekje met iemand, maar tegelijkertijd heeft hij het gevoel dat hij kan voorspellen hoe het verhaal verder gaat. Dat gevoel boven het verhaal te staan, geeft de lezer een meerderwaardigheidsgevoel dat zijn dagelijks wederkerende minderwaardigheidsgevoelens moet compenseren. Die voorspelbaarheid beantwoordt aan eenvoudige regels. Wie rood haar heeft, is zondig, bijvoorbeeld. De helden hebben zwart haar. Die symboliek is wetenschappelijk onderzocht. Donkerharige mensen worden in het algemeen voor zeer intelligent aangezien. Blond staat voor een zekere zinnelijkheid, ook in de zin van beschikbaarheid.

“Voor namen geldt precies hetzelfde, er zijn positieve en negatieve namen. De positieve namen zijn altijd zacht, zoals Christine. Maar een heldin die Petra heet, kan ook niet. Petra is de vriendin van de heldin, ze is sportief en vrolijk, een goede kameraad. Ik ben ervan overtuigd dat dat ook in werkelijkheid voor een groot deel opgaat.”

Het verhaal zelf is eveneens aan beperkingen onderworpen, vertelt Tintelnot. “De mensen die naar me toe komen en denken dat ze iets heel sensationeels hebben meegemaakt, realiseren zich niet dat er maar een beperkt aantal onderwerpen bestaat. Op Romeo en Julia of Cosi fan tutte heb ik al duizend keer gevarieerd. Er is maar een handvol verhalen en zelfs dat aantal is nog te verkleinen door het te reduceren tot basisthema's. Zo is er het thema niemand houdt van me, ontbrekende erkenning. Andere belangrijke thema's zijn wraak en schijnheiligheid.”

Wanneer mensen horen welk beroep Renate Tintelnot uitoefent, zijn de reacties niet altijd even prettig. “Op cocktailparties komen mensen ongevraagd naar me toe en zeggen: hoe kunt u! Triviaal-literatuur is voor veel mensen iets heel slechts. Maar Jane Austen is ook triviaal! Ik vind het prachtig, ik zou willen dat ik zo kon schrijven. Bovendien vind je kitsch niet alleen in de triviaal-literatuur, maar ook in tv-series of in de politiek. De houding van de Arbeitsminister, Blüm, in het debat over abortus in de Bundestag bijvoorbeeld, was echte kitsch.”

Hoe groot de invloed van stuiverromans en tv-series is, hoorde mevrouw Tintelnot onlangs van een hoogleraar in de communicatiewetenschap. “De directie van een ziekenhuis had zijn hulp ingeroepen omdat de verpleegsters zozeer leden onder hun werk. Na een tijd ontdekte de hoogleraar dat ze dokterromans lazen en naar de ziekenhuis-serie Schwarzwaldklinik keken. De ontevredenheid vond haar oorsprong in het feit dat de doktoren en de patiënten in werkelijkheid niet vriendelijk en galant, maar knorrig en seksistisch waren. De oplossing werd gevonden in de persoon van een actrice die in een ziekenhuisserie de rol van verpleegster speelde. Zij leerde de verpleegsters hoe ze hun beroep moesten uitoefenen. De verpleegsters vonden dat helemaal niet vreemd, want nu konden ze eindelijk net zo worden als zuster Christa uit de Schwarzwaldklinik.”