Dagelijks gevecht tegen de weegschaal

BARCELONA, 30 JULI. Anthonie Wurth heeft afgelopen nacht in het olympisch dorp zoals gebruikelijk vlak voor een wedstrijd met een nat washandje naast zijn bed geslapen. Als hij wakker werd streek de 25-jarige judoka er even mee langs zijn tong en lippen. Hij was bijna uitgedroogd en had een enorme dorst. Drinken in de nacht voor zijn optreden is echter strikt verboden voor Wurth, altijd. “Elke slok is een ons extra gewicht en kan betekenen dat ik volgende dag bij de weging te zwaar ben.”

Wurth noemt het vechten tegen de dorst “een regelrechte hel”. Maar hij is er inmiddels aan gewend geraakt. Hij weet precies dat hij in een nacht vijf ons verliest. Is dat nog niet genoeg, dan kan een heel heet bad wonderen doen, een bekende truc. Wurth: “In veertig minuten tijd word je een ons of zeven, acht lichter. Je kan natuurlijk ook gaan hardlopen, maar daar heb je vaak geen tijd voor. Als ik voor een wedstrijd in een hotel aankom kijk ik als eerst of de kamer een bad heeft.”

Anthonie Wurth weegt normaal zo'n 84 kilo. Hij komt bij het judo echter in de klasse tot 78 kilo uit, het middengewicht. Dat betekent voor de afgestudeerde HTS'er dus een eeuwig gevecht tegen het overgewicht. “Ik vecht niet alleen tegen mijn tegenstanders, maar ook tegen de weegschaal.” Om dat te vermijden kan hij toch, zou het logische advies zijn, in een gewichtsklasse hoger gaan judoën. Dat is uitgesloten, zegt Wurth echter. “Ik heb succes in de klasse tot 78 kilo. In een andere klasse kan ik weer helemaal opnieuw beginnen. Mezelf opnieuw bewijzen, nieuwe tegenstanders leren kennen. Dat duurt jaren.”

En Wurth is, verzekert hij, nu juist op zijn best. Hij sprak al ver voor het vertrek naar Barcelona over de mogelijkheden om olympisch kampioen te worden. “Het is een dooddoener om te zeggen dat je voor goud gaat. Iedereen gaat voor goud. Ik heb me afgevraagd of het voor mij reëel is om naar het hoogste te streven. En dat is het. Ik heb namelijk van alle favorieten die hier zijn al één of meerdere keren gewonnen. Dus heb ik, als alles op rolletjes loopt, een goede kans kampioen te worden.”

De omstandigheden in Barcelona zijn voor Wurth gunstig. Dat heeft weer alles met zijn gevecht tegen de kilo's te maken. Bij Europese- en wereldkampioenschappen wordt voor elke gewichtsklasse twee dagen uitgetrokken, doordeweeks de voorronden en de halve finale en finale in het weekeinde. Bij de Olympische Spelen wordt de strijd in één dag beslist. “Bij EK en WK moet je je dus twee keer laten wegen. Dat is vervelend. Verleden jaar bij het EK in Praag (gewonnen door Wurth, red.) woog ik voor de voorronde netjes 78 kilo, maar na een hele dag judoën met het nodige drinken en eten stond ik mooi weer op 82. Kon ik de volgende dag weer gaan hardlopen en de sauna in.”

Hij vindt het ook plezierig dat het judo in Barcelona in de eerste week wordt afgewerkt. Dan hoeft hij niet al te lang langs de ongezonde happen van de weelderige buffetten in de restaurant van het deelnemersdorp te lopen. Wurth houdt (“net zoals iedereen”) van lekker eten. Toen hij jaren geleden wegens een rugblessure niet kon judoën deed hij zich volop tegoed aan de koplopers van de calorieënlijsten en bereikte een gewicht van liefst 93 kilo. “Ik at alles wat los en vast zat.” De afgelopen dagen had hij echter geen enkele moeite om het lekkers te laten staan. “Ik laat een voorbereiding van jaren niet verpesten door een gratis hamburger.”

Anthonie Wurth blaakt van zelfvertrouwen. De bronzen medaille die zijn vriend en ploeggenoot Theo Meijer afgelopen dinsdag behaalde heeft hem gesterkt. Ze trekken al jaren voor wedstrijden met elkaar op en steunen en steunen elkaar door dik en dun. “Theo en ik lopen hier in Barcelona bijna hand-in-hand.” Ze delen, uiteraard, een kamer. Wurth vindt het een prettig gevoel een maatje in de buurt te hebben. Verleden jaar in Praag beleefden ze hun mooiste moment toen ze, een kwartier na elkaar, allebei Europees kampioen werden. “We zijn toen samen in zo'n klein bad gaan zitten, lekker biertje erbij.”

Meijer was niet tevreden met het brons. Wurth kan zich dat goed voorstellen. “Theo en ik verdienen allebei goud.” Hij noemt Meijers verlies tegen de Hongaar Kovacs “pech”. Wurth sprong dinsdagavond na die nederlaag in de halve finale over het hek van de tribune om zijn vriend op te peppen voor de strijd om de bronzen medaille. “Ik zag dat Theo teneergeslagen was. Ik zei tegen hem: je krijgt nu een finale en die finale gaat om brons. Het zou heel vervelend zijn geweest als hij met lege handen was blijven staan.”

Meijer heeft nog geen behoefte gehad het behalen van zijn prijs te vieren. Wurth: “Voor hem eindigen de Olympische Spelen pas als ik mijn laatste partij heb gehad.” Als het aan Wurth ligt is dat pas vanavond laat na de finale.

Anthonie Wurth staat bekend als een mentaal sterke sporter. Hij voert vooraf nooit een “koude oorlog” met zijn concurrentie. Dat heeft hij, oordeelt hij, niet nodig. Hij is op de wedstrijddag ook altijd aardig voor zijn tegenstanders, geeft ze een hand en wenst ze succes. “Ik ga van mezelf uit. Als ik me optimaal voel, moeten de anderen zich wel super-optimaal voelen om me te kunnen verslaan.” Hij heeft bovendien een blind vertrouwen in bondscoach Willem Visser en Koos Henneveld, de trainer van zijn club Mahorokan uit Maassluis en vader van zijn vriendin. Ze staan vanavond aan de kant bij hem. “Tijdens de wedstrijd hoor ik in de drukte alleen hun stemmen. Ik kijk ze tijdens de ontbrekingen altijd even aan. Soms reageer ik een reflex op hun aanwijzingen. Het komt voor dat ik na een wedstrijd niet eens weet hoe ik gewonnen heb.”

In tegenstelling tot vele bloednerveuze collega-sporters vindt Wurth het laatste uur voor de start van een wedstrijd “een heerlijke periode”. “Is dat zo vreemd? Het is voor mij te vergelijken met dat je een nieuwe auto hebt gekocht en het leuk is om er naar toe te rijden om 'm op te halen. Die spanning geeft je een fantastische kick.”