Buitenlanders oplichten is een miljardenindustrie in Nigeria; "Het aantal keren dat ik mensen via de achtertrap uit hotels heb gesmokkeld, is niet te tellen'

LAGOS, 30 JULI. Door de luchthaven schallen boodschappen die buitenlandse zakenlui aansporen uitsluitend met regeringsvertegenwoordigers zaken te doen, maar het kan erg moeilijk zijn de bedoelingen van de wellevende man met het militaire escorte die je op het vliegveld staat op te wachten in twijfel te trekken. “Laat u niet in met malafide handelaren,” klinkt het uit de luidsprekers. “Geef uw ticket, paspoort of geld niet af aan malafide handelaren.”

In Nigeria heeft het oplichten van buitenlanders zich ontwikkeld tot een miljardenindustrie die in alle werelddelen slachtoffers heeft gemaakt. De industrie wordt geleid door vijftig tot zeventig misdadige organisaties, die volgens een diplomaat belast met economische kwesties “door de hoogste lagen van de maatschappij worden beschermd.” Volgens de Amerikaanse ambassade zijn de slachtoffers, die naar Nigeria worden gelokt met beloftes van forse gemakkelijke winsten, in het afgelopen jaar tientallen miljoenen dollars afhandig gemaakt. Twee Britten en een Fransman zijn vermoord.

De diplomaat, die anoniem wenste te blijven, vertelde dat er een zakenman uit Houston is overgekomen, die in april ongevraagd vier miljoen vaten ruwe olie aangeboden heeft gekregen voor tweeënhalve dollar per vat onder de marktprijs. Als hij het gevraagde voorschot van vijftien miljoen dollar betaalt, zei de diplomaat, zou hij er later wel eens achter kunnen komen dat de olie al aan iemand anders is verkocht. Hij zei dat de zakenman ervan is overtuigd dat het om een eerlijke zaak gaat, omdat hij vergaderingen heeft bijgewoond van de staatsoliemaatschappij, papieren heeft gezien bij de centrale bank, aan militaire functionarissen in regeringskantoren is voorgesteld en de tanker waarin de olie zou zijn geladen, heeft gezien. “Deze mensen kunnen overal bij in dit land: bij elke handtekening, bij elk kantoor, van het ministerie van defensie en het ministerie van financiën tot de centrale bank,” zei de diplomaat.

Nuhu Aliyu, directeur van het bureau Onderzoek en Inlichtingen van de politie, heeft in juli 1991 tegen verslaggevers gezegd dat functionarissen van de centrale bank voor de documenten zorgen die de zwendelarijen mogelijk maken. De bank heeft daarop in een verklaring ontkend dat haar werknemers bij de fraudes waren betrokken. Volgens de bank ging het in bijna alle gevallen om “hebzuchtige en goedgelovige buitenlanders”. Er zijn geen arrestaties verricht.

“Aan ieder verhaal zitten twee kanten,” zei Patrick Dele Cole, gegadigde voor het presidentschap, zakenman en geleerde, die aan de Cambridge University in Engeland en aan de Universiteit van Pennsylvania heeft gedoceerd. Buitenlanders, zei hij, “sturen ons minderwaardige goederen en onvolledige of niet bestaande ladingen. De houding is: het zijn maar Nigerianen, dus pak wat je krijgen kan.”

In Nigeria wordt gezegd dat in een aantal gevallen de klachten afkomstig waren van buitenlanders die geld hadden ingezet met het doel de regering op te lichten. In deze gevallen van bedrog, zegt een rapport van de Amerikaanse ambassade, worden buitenlanders naar Lagos gelokt en overgehaald duizenden dollars vooruit te betalen doordat hen wordt voorgespiegeld dat ze miljoenen zullen verdienen. Diplomaten zeggen dat die praktijken minder dan twintig procent van het totaal uitmaken. In de andere gevallen zijn de zakenmensen die worden gestrikt te goeder trouw en denken ze dat ze te maken hebben met regeringsfunctionarissen.

Carl Weaver, hoofd van een bedrijf in Hesston, Kansas, dat vliegtuigen en onderdelen exporteert, kreeg een aanbod voor een contract van 4,6 miljoen dollar met het ministerie van defensie. Weaver, die vier jaar in Mozambique heeft gewoond en dacht dat hij wist hoe hij in Afrika moest opereren, belde het Amerikaanse ministerie van handel. Hij zei dat functionarissen van het ministerie het voorstel hadden onderzocht en tot de conclusie waren gekomen dat het geen zwendel was. Weaver zei dat hij naar Nigeria moest komen om het contract te tekenen. Hij was er nog geen dag of zijn “zakenrelaties” vroegen hem om vijfduizend dollar om een functionaris om te kopen. Toen hij de Amerikaanse ambassade op de hoogte stelde, vertelde hij, “zeiden ze dat ik mijn spullen in een koffer moest gooien, de deur uitlopen en een taxi naar de ambassade nemen, waar ik veilig zou zijn.” Hij zei dat het hem toen wel had verbaasd, maar dat hij zich inmiddels had gerealiseerd dat hij heel erg veel geluk had gehad dat hij was ontsnapt.

Buitenlanders van het naïevere soort worden vaak de dupe van visumzwendel. Een toekomstig slachtoffer wordt uitgenodigd naar Nigeria te komen. Er wordt hem gezegd dat hij geen visum nodig heeft, omdat hij zaken doet met de regering. Een goedgeklede man, begeleid door gewapende, saluerende soldaten, haalt de bezoeker af van het vliegveld en brengt hem in een limousine naar een hotel. De telefoon van de bezoeker wordt afgetapt en hij krijgt een lijfwacht, niet om hem te beschermen, maar om ervoor te zorgen dat hij niet weg kan komen. Dan krijgt de buitenlander te horen dat hij Nigeria pas kan verlaten als hij een groot bedrag aan losgeld heeft betaald, omdat hij zonder visum het land is binnengekomen.

Een variant hierop is dat het slachtoffer wordt gedwongen via buitenlandse bankrekeningen geld te helpen witwassen. Een zakenman uit Florida zei dat hij tienduizend dollar was kwijtgeraakt, en vijftigduizend dollar had moeten betalen, als hij niet was ontsnapt. “In Nigeria dreigden ze me te vermoorden en hier, in mijn eigen land, ben ik ook al bedreigd,” zei hij om uit te leggen waarom hij zijn naam niet genoemd wilde hebben. “Het aantal keren dat ik mensen via de achtertrap uit hotels naar buiten heb gesmokkeld, is niet te tellen,” zei een Westerse diplomaat. (Reuter)