Botsing Westerschelde door competentietwist

MIDDELBURG, 30 JULI. Het Loodswezen en de Verkeersdienst die op de Westerschelde actief zijn moeten hun competentiegeschillen bijleggen en de onderlinge samenwerking verbeteren. Daardoor zouden "blunders' als vorig jaar november werden gemaakt bij een ongeluk met een nafta-tanker op de Westerschelde kunnen worden voorkomen.

Dat concludeert de Raad voor de Scheepvaart in een rapport over de aanvaring eind vorig jaar waarbij de Maltezer bulkcarrier Ipanema bij storm herhaaldelijk botste op de British Esk, die was geladen met ruim 20.000 ton zeer explosieve nafta. De botsing gebeurde op enkele kilometers afstand van Vlissingen. Beide schepen liepen bij de aanvaring zware schade op. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor.

De Raad voor de Scheepvaart neemt aan dat de botsing minder ernstig zou zijn geweest als loodsen en verkeersleiders effectiever waren opgetreden. Bij de aanvaring had geen van beide schepen een loods aan boord. Toen de kapiteins er na de eerste botsing om vroegen, kon de loodsboot door het slechte weer niet meer bij de schepen komen. En toen dat uiteindelijk wel lukte, kreeg slechts één van beide schepen een loods toebedeeld.

Volgens de Raad voor de Scheepvaart was het ook mogelijk geweest de schepen via communicatieapparatuur op afstand door loodsen te doen adviseren. De verkeersleiding heeft echter verzuimd de dienstdoende chef-loods te melden dat er op de Westerschelde losgeslagen schepen waren. De Raad voor de Scheepvaart wijt deze tekortkomingen aan de problemen tussen loodsen en de verkeersdienst die elkaar al jaren de zeggenschap over de Westerschelde betwisten.