Babyboomer Brinkman tegen de oude garde

Hij speelt verdienstelijk saxofoon, rookte ooit marihuana (maar inhaleerde volgens eigen zeggen niet), had iets buitenechtelijks, was even in therapie, jogt vanzelfsprekend en is ook nog presidentskandidaat. De "baby-boomer' Bill Clinton. De Amerikaanse kranten besteden dagelijks vele kolommen tekst aan hem. Niet zozeer aan wat hij of zijn partij wil, maar vooral wie hij is, want daar gaat het toch in de eerste plaats om. Jeugd, energie en begrip voor de noden en wensen van zijn generatie, dat is wat Clinton uitstraalt. Hij is de "Comeback-Kid' de man die een nieuwe stem aan het nieuwe Amerika zal geven. Aan "one-liners' nu al geen gebrek, terwijl de verkiezingen nog ruim drie maanden verwijderd zijn.

Amerikaanse verkiezingscampagnes, ze blijven een schrikbeeld voor heel wat Europese politici. Maar tegelijkertijd weet het circus telkens weer duizenden media-adviseurs, campagne-medewerkers en niet te vergeten de politici zelf uit dat sceptische Europa te trekken. Eenmaal teruggekeerd luidt de conclusie steevast dat "die Amerikaanse toestanden' in eigen land natuurlijk ondenkbaar zijn, maar toch hebben ze altijd ook wel wat geleerd. De Nederlandse reactie is doorgaans nog kritischer. Calvinisme en show passen nu eenmaal niet echt bij elkaar. Dat zeggen we althans, maar intussen Amerikaniseren ook de Nederlandse politici in een steeds hoger tempo.

Het is uitgerekend CDA-fractievoorzitter Brinkman die momenteel het meest aan "image-building' doet. In het tijdsgewricht waarbij de ideologie welhaast volledig is vervangen door imagologie loopt de aanstaande CDA-leider voorop. Geen dorre speeches van achter een spreekgestoelte, maar losjes ontspannen over het podium heen en weer lopen. In Den Haag Vandaag treedt hij vanzelfsprekend veelvuldig op, maar de talkshow van Karel van der Graaf wordt ook niet overgeslagen. Wil de televisie bij hem thuis in Leiden langskomen? Geen probleem; Janneke zal er ook zijn. Nee hoor, de leisure wear die hij voor de gelegenheid had aangetrokken is niet onopgemerkt gebleven. Baby-boomer Brinkman versus de vooroorlogse generatie, is dat wat ons bij de volgende verkiezingen te wachten staat?

Ook in Nederland hoeven we straks voor het programma niet meer naar de stembus. Iedereen levert slag om het uitdijende midden. Slechts de fijnproevers ontwaren nog echte politieke verschillen. Neem nu zoiets Hollands als het financieringstekort; onder de twee afgelopen centrum-rechtse kabinetten ging het met een half procent per jaar omlaag, onder het huidige centrum linkse kabinet daalt het eveneens jaarlijks met een half procent. In beide gevallen moet er voor dat doel worden bezuinigd, kortom aan de manier waarop het tekort wordt gereduceerd ligt het ook al niet. De koopkracht dan maar, ook zo'n fameus Hollands strijdpunt. Nog een paar weken maar dan zullen in en buiten het kabinet de gevechten tussen de min 0,5 versus de plus 1,5 weer uitbreken. Het mooiste dat er voor de PvdA uit kan rollen is dat de verhouding tussen de diverse inkomensgroepen ongeveer gelijk blijft. Dat zou dan een trendbreuk zijn, want tot nu toe is er onder Lubbers/Kok net als onder Lubbers/De Korte gedenivelleerd. Kan de lastendruk misschien ergens op de links-rechts schaal gezet worden? Ook al niet. CDA en VVD stelden in 1986 in hun regeerakkoord dat deze niet mocht stijgen en toen de PvdA in 1989 de plaats van de liberalen innam, kwam er in het regeerakkoord exact hetzelfde te staan.

In de Tweede Kamer ontstaan tegenwoordig de meest bizarre coalities, die ook al niet bijdragen aan politieke profilering volgens de klassieke lijnen. De oppositiepartijen VVD, D66 en Groen Links hebben elkaar gevonden op het voorstel de uitvoering van de sociale zekerheid te privatiseren. Daarbij is Pim Fortuyn - ooit links, nu vooral markt - hun goeroe. Daarnaast werken VVD en Groen Links samen aan een voorstel om allochtonen betere arbeidskansen te geven. Kiezer, zoek de verschillen.

Het zal straks nog meer gaan om de personen, dan om het programma. In het onlangs verschenen proefschrift Op zoek naar charisma waarop de politicoloog S. Toonen promoveerde, wordt de verschuiving van het politieke leiderschap zoals die zich in Nederland tussen 1963 en 1986 heeft voorgedaan minutieus uit de doeken gedaan. Oftewel, hoe de Nederlandse verkiezingscampagnes als gevolg van het creëren van een “pseudo-charismatisch leiderschap” veramerikaniseerden. Toonen komt tot de conclusie dat de politieke leiders in toenemende mate worden opgevoerd “om het gemis aan een duidelijke identiteit te compenseren”.

Wie straalt het meeste vertrouwen uit. Welke koetsier, om een recent CDA-rapport te citeren, brengt de passagiers heelhuids thuis? Imago dus. En dat bij een publiek dat steeds minder merkentrouw is. Bij de vorige Tweede-Kamerverkiezingen in 1989 stemde ruim 20 procent van de kiezers op een andere partij dan drie jaar daarvoor. Als de peilingen werkelijkheid worden, zal het gedrag van het electoraat bij de volgende verkiezingen nog grilliger zijn. De PvdA is uit, D66 is in. Het vergaat de PvdA-aanhanger als degene die Buckler inplaats van Bavaria Malt bestelt: hij wordt meewarig aangekeken. Maar de PvdA-kiezer mag en kan gemakkelijk overstappen, want geen zuil houdt hem meer vast.

Politiek wordt nog meer marktonderzoek. Hoe minder traditioneel gebonden het electoraat, hoe groter het jachtgebied. Worden de volgende verkiezingen gewoon in 1994 gehouden, dan zullen er volgens gegevens van het CBS zo'n 800.000 nieuwe kiezers zijn. Uit een NIPO-onderzoek dat in april van dit jaar in opdracht van de politieke vormingsinstelling M50 werd verricht, bleek dat van de groep jongeren tussen de 15 en 21 jaar nog maar een zeer beperkt deel zijn stemgedrag "van huis uit' bepaalt. Aanspreekbaarheid, daar draait het allemaal om. Zodoende komt ondanks de secularisering het CDA met dertig procent bij de jongeren als grootste partij uit de bus en voert Lubbers de lijst aan van voorkeurpolitici.

Nog even en dan breekt de periode van het opstellen van de verkiezingsprogramma's weer aan. Gouden tijden voor het bijna bij alle partijen slinkende kader. Op een heel ander niveau werken de marketing-mensen aan de uitstraling van de leider. Het zijn volstrekt gescheiden circuits. Het programma is voor intern partijgebruik, het imago voor de stemmen. Zo weet de politiek voor zichzelf althans de mythe in stand te houden. Bij ons geen Amerikaanse toestanden, welnee.