Aardgasbaten ook voor kleine projecten; "Zo is er geen reden meer met een apart potje te gaan werken'

AMSTERDAM, 30 JULI. De eerste bijdrage uit de extra aardgasbaten die dit jaar vrijkomt dreigt te worden versnipperd over een groot aantal kleine projecten. Daarmee komt van de oorspronkelijke opzet om het geld te besteden aan grote projecten ter versterking van de economische infrastructuur weinig terecht, aldus de Amsterdamse wethouder P. Jonker van economische zaken (PvdA).

Met een aanvraag voor 154 miljoen gulden is de Amsterdamse regio de koploper onder de steden en regio's die de afgelopen weken hun verlanglijstjes hebben ingediend voor een bijdrage uit de extra aardgasbaten. In totaal werd voor 700 miljoen gulden aan aanvragen ingediend, ruim drie keer zoveel als dit jaar beschikbaar is.

Terwijl de extra aardgasbaten bij de buitenwacht vaak worden geassocieerd met toekomstige, grote projecten als de hoge-snelheidstrein, ligt de nadruk bij de besteding op kortere termijn op werken van bescheidener schaal. De vele tientallen voorstellen omvatten behalve investeringen in wegen en railvervoer, ook uiteenlopende zaken als een opknapbeurt van Artis, hotelprojecten en de uitbreiding en verplaatsing van Madurodam.

De extra inkomsten, afkomstig uit een gunstige verrekening van aardgasgelden met Duitsland en het afsluiten van extra aardgascontracten met het buitenland, zouden gestoken worden in grote investeringen die de economische infrastructuur moeten versterken, zo was de oorspronkelijke bedoeling van het kabinet. “Maar straks krijgt iedereen een beetje en dus worden het een hele hoop kleine projecten”, meent Jonker.

Volgens de wethouder begon het probleem al toen de besteding van de gelden, 430 miljoen in 1992, in het kabinet aan de orde kwam. Dat was juist op dezelfde dag dat bij Binnenlandse Zaken een rapport lag over de gebrekkige voortgang van de decentralisatie van bevoegdheden van de centrale naar lagere overheden. Van de omvangrijke bezuinigingen die met deze overheveling gepaard gaan, kwam weinig terecht, luidde de conclusie. Er was al een tekort van 230 miljoen gulden ontstaan.

“Ze kregen in de Kabinetsvergadering ter plekke een brainwave door de twee agendapunten aan elkaar te koppelen en die 230 miljoen gulden uit de aardgasbaten te halen, zodat er maar 200 miljoen gulden voor de investeringen overbleef”, aldus Jonker. De lagere overheden werden opgeroepen investeringsplannen in te dienen die voor een belangrijk deel al voor rekening van de lokale overheid kwamen. De redenering was dat op die manier toch een investering werd bereikt die ruim twee keer zo groot was als het bedrag dat de rijksoverheid uiteindelijk ter beschikking stelde.

Een weinig volwassen manier van werken, oordeelt Jonker. “Dit nodigt uit tot heel marginale discussies over investeringen die je als lokale overheid waarschijnlijk toch al had gedaan. En daarnaast moet dan nog eens worden afgewogen tussen alle verschillende aanvragen per landsdeel.”

De zaak werd er volgens Jonker niet beter op toen de Tweede Kamer een motie van zijn partijgenoot Valk aannam, waardoor ook het onderhoud van monumenten voor de besteding van de extra aardgasbaten in aanmerking komt. “Zo raak je natuurlijk nog verder van huis. Nog een stap verder en je kan het geld beter gewoon in de algemene middelen stoppen en het in de begrotingsbehandeling verdelen”, aldus Jonker, “Zo is er toch geen reden meer met een apart potje te gaan werken?”

In de aanvragen passeert een groot aantal lokale projecten in negen verschillende regio's de revue. De regio Rotterdam, goed voor een aanvraag van ruim 140 miljoen gulden, heeft de sanering en verbetering van een aantal bedrijfsterreinen op het lijstje staan, benevens de aanpak van enkele havengebieden. Groningen heeft voor 18 miljoen gulden projecten aangevraagd als het opknappen van de Groninger Vismarkt en het kantorenpark rond het spoorwegstation. Den Haag en Utrecht willen tientallen miljoenen guldens voor zaken die uiteenlopen van betere ontsluiting van industriegebieden tot een bijdrage in een krachtsportcentrum en een peuterspeelzaal.

Wethouder Jonker zucht en pakt een boekwerkje waarvan op de flap een groot aantal nota's is afgebeeld over infrastructurele projecten die de afgelopen jaren het licht zagen. “Op papier zijn we er klaar voor”, luidt de titel. “Het regent van die nota's en wat staat er iedere keer in: we moeten een hoge-snelheidstrein hebben, we moeten een Betuwelijn hebben, we moeten meer stoppen in het stadsgewestelijk openbaar vervoer, we moeten onze waterwegen ontwikkelen. Als je dan een keertje extra geld hebt, voer het dan ook uit”, zegt hij.

Ondanks alle gevoelens van twijfel over de aanpak bleef de Amsterdamse regio niet achter bij indienen van een verlanglijstje. Amsterdam en omstreken willen het grootste deel van het aangevraagde geld besteden aan infrastructurele werken als een nieuwe tunnel voor het openbaar vervoer onder een van de landingsbanen van Schiphol (25 miljoen), een bijdrage aan het railgedeelte van de Piet Heintunnel die de IJ-boulevard moet aansluiten op de Oostelijke ringweg (idem) en een gepland overslagcentrum voor goederen in het westelijk havengebied (idem).

Ook het Amsterdam Science Centre, dat voor 65 miljoen gulden aan de IJ-boulevard moet verrijzen, zou op een bijdrage van 25 miljoen gulden mogen rekenen. Volgens Jonker kan ook een museum voor hedendaagse technologie als een versterking van de economische structuur worden aangemerkt. “Het is meer dan een soort Madame Tussaud. We moeten bij jongere generaties begrip kweken voor het belang van de technologie om op langere termijn verzekerd te zijn van voldoende technologisch geschoold personeel”, meent Jonker. Met een hoognodige opknapbeurt van een aantal dierenverblijven in Artis (bijdrage 10 miljoen gulden) vult Amsterdam ten slotte de behoefte in aan financiering van "monumentale projecten'.

De wethouder geeft toe dat zijn pleidooi voor een andere aanpak van de besteding van de extra aardgasbaten voor een niet onbelangrijk deel voortkomt uit eigenbelang. “Bij een grotere nadruk op grote projecten denk ik dat Amsterdam beter zou scoren”, erkent hij, “Maar dat neemt niet weg dat ik geloof dat de problemen met een nationale aanpak beter geholpen waren geweest.”