Zeilen zonder wind voor Nederlanders onwennig

BARCELONA, 29 JULI. Vanaf het water kun je in een lichte nevel voortdurend de stad zien liggen met de kranen van de haven, de kerktorens en het Olympisch stadion. Het heeft zijn charme om het zeiltoernooi vlakbij het centrum van Barcelona af te werken, in open zee. Maar de plek heeft ook zijn nadelen, zoals vuil water en vaak maar heel weinig wind. Eergisteren moesten de wedstrijden op het laatste moment worden afgelast omdat er nauwelijks een zuchtje viel te bespeuren. Ook gisteren werd het begin van de races uitgesteld uit angst voor een doelloze dobberpartij. Daarna moest er twee keer worden gevaren, om het gemis van de eerste dag in te halen.

“Nederlanders zijn over het algemeen in het nadeel bij te weinig wind,” zegt bondscoach Jeroen Pels van het KNWV. “Dat komt omdat het bij ons eigenlijk altijd wel waait. We kennen die situatie dus niet zo goed. Hoe harder de wind, hoe minder het geluk een rol speelt in deze sport.” De bries die in Barcelona om een uur of twee 's middags pleegt op te steken ontstaat door thermische omstandigheden: de enorme hitte doet de lucht opstijgen naar hogere lagen, waar het wel waait, en daar worden ze in neerwaartse richting weer in beweging gebracht. ' s Ochtends en 's avonds is het behalve heet ook windstil in en om de olympische stad. Maar ook gistermiddag bedroeg de temperatuur op zee nog meer dan dertig graden. Veel zeilers waren dan ook met zonwerende middelen in schrille oorlogskleuren het water opgegaan.

Volgens Pels had de organisatie beter nog een half uur langer kunnen wachten met het afschieten van het startsignaal, want op het moment dat dat nu gebeurde was de bries nog zeer wisselvallig. Jan en Benny Kouwenhoven werden in de 470-klasse in zekere zin het slachtoffer van die beslissing. Pels: “Ze kwamen heel goed op de startlijn aanvaren, maar op het laatste moment veranderde de wind van sterkte.” Jan Kouwenhoven: “We hadden een mooie positie, doken onder iemand door en besloten de slag door te zetten toen opeens de wind opkwam. Toen zaten we fout.” Vanuit het midden van het zevenendertig deelnemers tellende veld bereikten de twee toch nog een veertiende plaats.

Van alle Nederlandse deelnemers aan het olympisch zeiltoernooi waren aan de broers Kouwenhoven tevoren de beste kansen op een medaille toegedicht. Die verwachting was gebaseerd op hun indrukwekkende prestaties van vorig jaar: tweede plaatsen bij het Europees- en wereldkampioenschap en de eerste prijs in het pre-olympisch toernooi waarmee de nieuwe jachthaven werd ingewijd. Normaal zou de tegenvallende klassering in de eerste race dan ook als een ongelukje terzijde worden geschoven; van de zeven wedstrijden die worden gevaren telt er immers één niet mee. In de tweede wedstrijd van de middag voer hun boot echter te vroeg door de startlijn en dat betekent overstarten, tijdverlies en een laatste plaats.

Niet bepaald vrolijk zat de 26-jarige tweeling uit Dordrecht dan ook aan het eind van de middag in de Nederlandse loods zijn zonden te overdenken. Ze vonden de startlijn wel wat kort en de start in Barcelona rommeliger dan normaal, maar voelden er niks voor om de schuld aan de omstandigheden te geven. Ze dachten dat het goed zou gaan, maar het ging niet goed. Ze waren te vroeg. Je kunt je in zo'n sterk veld nu eenmaal niet permitteren om in de tweede lijn weg te gaan. Het grootste deel van de teleurstelling hadden ze eigenlijk op het water al verwerkt. Ze hadden zelfs bedacht dat het na een slecht begin morgen alleen nog maar beter kon gaan. Dat het misschien wel een goede motivatie zou zijn om nu verder alles op alles te zetten.

De olympische zeilwedstrijden zouden een hoogtepunt in de sportcarrière van Jan en Benny moeten worden. De laatste twee jaar hebben ze zoveel gevaren, dat ze geen vast werk konden aannemen en zich met uitzendbaantjes moesten behelpen. Ze vinden het niet verstandig om daar nog lang mee door te gaan. Rondkomen van het zeilen in de 470-klasse kan nu eenmaal niet. In de Nederlandse ploeg houdt eigenlijk alleen de plankzeiler Stephan van den Berg zich door zijn sport op een behoorlijke manier in leven.

Van den Berg handhaafde zich gisteren redelijk met een zevende, een dertiende en een veertiende plaats maar lijkt ver verwijderd van een herhaling van zijn prestatie van Los Angeles, toen hij goud veroverde. Ron van Teylingen en Paul Manuel kwamen verrassend goed als vijfde binnen in de eerste race van de Tornado-klasse, terwijl Mark Neeleman en Jos Schrier zevende werden bij de tweede wedstrijd in de Star. Maar bondscoach Pels zou niet durven beweren dat het een goede eerste dag is geweest voor zijn afvaardiging. De laatste plaats die de Nederlanders na de eerste Flying Dutchman-race bezetten, was zelfs een zware tegenvaller.

Toch wil ook Jeroen Pels de schuld niet teveel bij de omstandigheden zoeken. Natuurlijk zijn de Spaanse zeilers hier enigszins in het voordeel. Maar de Nederlanders zijn meer dan eens op bezoek geweest in Barcelona, de laatste keer in juni toen de boten werden gebracht. De accommodatie wordt door iedereen schitterend gevonden. Het is waar dat er na heftige regenval weleens wat rotzooi in het water voor de kust wil drijven: een dode hond, een oude koelkast en straks misschien één van de vijftigduizend condooms die in het olympisch dorp aan de atleten ter beschikking zijn gesteld. Daar staat echter tegenover dat de zeilers niet, zoals bij vorige Spelen, ver van de andere atleten hun programma moeten afwerken en buiten het olympisch dorp zijn ondergebracht. In Palamos, honderd kilometer boven Barcelona, waren wind en water beter geweest. “Maar hier loop je vanuit de haven zo naar je flat in het dorp,” zeggen Jan en Benny Kouwenhoven. “Je hebt contact met andere sporters en dat maakt dat de sfeer heel anders dan bij een wereldkampioenschap. Er is geen isolement. Dat is perfect.”