Strandtenthouders mopperen niet

Nederland beleeft de mooiste zomer in jaren. Voor strandtenthouders zijn dit gouden tijden. Maar de badgasten blijven weg, omdat zij al genoeg zon hebben gezien.

SCHEVENINGEN, 29 JULI. Over het weer hebben ze deze keer niet te klagen. De strandtenthouders van Nederland, berucht om hun vermogen om - net als de boeren - altijd iets op het klimaat aan te kunnen merken, zijn hun favoriete gespreksonderwerp kwijt. Nederland heeft een paar zonnige lentemaanden achter de rug en als de eerste weken van juli bepalend zijn voor de rest van de zomer, kunnen de strandexploitanten straks tevreden de winter in gaan.

Van Zeeland tot aan Ameland staat de Nederlandse kust vol met strandtenten. In totaal zijn er op dit moment bijna 250 zelfstandige paviljoenhouders. De verscheidenheid in deze horecasector is groot: sommige paviljoens zijn nauwelijks meer dan een kraamje waar ijs en patat te krijgen is, bij andere staan er drie-gangenmaaltijden op het menu en is er iedere avond "levende muziek' op het terras.

De strandexploitanten vormen een belangrijk onderdeel van de Nederlandse recreatiesector: alleen al in de grootste badplaats Scheveningen liggen ieder jaar meer dan een miljoen badgasten op het strand. Een groot deel hiervan komt uit het buitenland: veel Duitsers hebben er ieder weekend graag een paar uur rijden voor over om aan de Nederlandse kust frisse lucht te happen.

De bezoekers van het strand leveren de tenthouders iedere zomer een gezamenlijke omzet van vele miljoenen guldens op. Maar, zoals de exploitanten zelf keer op keer benadrukken, daar moet heel hard voor gewerkt worden. Vanaf 1 april, wanneer het strandseizoen officieel begint, tot 15 oktober staan zij iedere dag om zeven uur op het strand, als de zon schijnt maar ook als de regen met bakken naar beneden komt. “Een strandtenthouder heeft een zwaar beroep”, zegt Fred Noach, uitbater van paviljoen De Strandkoets en voorzitter van de Vereniging van Strandpachters in Scheveningen. “Van oudsher zijn wij de klagers”, aldus Noach, “maar mensen zien ons alleen maar als het mooi weer is. Als het na zo'n periode weer zes weken regent, zie je niemand op het strand.”

Pag 14: Stranden van zuid naar noord overvol

Mooi weer alleen is nog geen garantie voor topomzetten. Aan de Nederlandse kust is het - ondanks de veelvuldig schijnende zon - deze weken toch vrij rustig. Volgens Noach was dat te verwachten: “Je kunt zien dat we een goed voorseizoen hebben gehad. De mensen zijn al verwend. Daarom is het nu stil.”

Strandexploitanten werden vroeger gezien als de vrijbuiters van de horecawereld. Vaak waren het voormalige taxichauffeurs, marktkoopmannen en andersoortige handelaren, die op een winteravond in de kroeg van iemand een strandtent kochten en dachten daarmee in één zomer hun slag te kunnen slaan. Als het weer en de inkomsten dan tegenvielen, verkochten ze de zaak na een jaar weer door aan de volgende goudzoeker met een horecadiploma.

De laatste jaren is daar verandering in gekomen. In grote badplaatsen als Scheveningen en Zandvoort is de strandexploitatie duidelijk professioneler geworden. De paviljoens zijn groter, de keukenvoorzieningen zijn uitgebreid en veel terassen veranderen 's avonds in luxe discotheken.

De strandtenthouders werken ook meer samen: sinds oktober 1989 is er een landelijke Vereniging van Strandexploitanten Noordzeestrand, waarbij 120 paviljoenhouders zijn aangesloten. Strandbedrijven hebben te maken met regels van diverse overheden, zoals Rijkswaterstaat, de Hoogheemraadschappen en de afdeling Ruimtelijke Ordening van gemeenten. Het probleem hierbij is dat iedere instantie zijn eigen vergunningen en voorschriften kent. Het hoofddoel van de Vereniging van Strandexploitanten is het bevorderen van de uniformiteit van maatregelen en voorschriften van die verschillende overheden.

De gezamenlijke belangenbehartiging loopt nog niet altijd even soepel. “Met een strandtenthouder in Bergen op Zoom hebben wij in Scheveningen niets te maken”, zegt Martin van den Berg, uitbater van het recht tegenover het Scheveningse Kurhaus gelegen paviljoen Peukie en secretaris van de Vereniging van Strandpachters in Scheveningen. “Wij hebben onze eigen problemen.”

De Scheveningse kust is vol. Dit jaar staan er 58 paviljoens op het strand en dat zijn er volgens de Vereniging van Strandpachters eigenlijk al te veel. De zaken staan nogal dicht op elkaar en dat betekent dat irritaties over en weer snel kunnen oplaaien. Strandstoelen die op het verkeerde terras terechtkomen of badgasten die per ongeluk bij de naburige tent een zak patat bestellen, leveren soms grote ruzies op. In overleg met de huidige paviljoenhouders heeft Scheveningen nu besloten tot een horecastop.

Wie in een grote badplaats een strandtent wil beginnen, zal moeten wachten tot iemand zijn zaak - met het bijbehorende pachtcontract - wil verkopen. Dat kan soms lang duren, omdat het verloop onder de strandexploitanten behoorlijk is gedaald. Vroeger wisselden de tenten in sommige gevallen ieder jaar van eigenaar, nu bedraagt de gemiddelde levensduur van een strandbedrijf 9,1 jaar, zo blijkt uit cijfers van het Bedrijfschap Horeca. Daarmee steekt deze sector zelfs gunstig af tegen de rest van de horeca, waar de gemiddelde levensduur 8,5 jaar is.

Goedkoop is zo'n strandtent niet. In een badplaats als Zandvoort betalen exploitanten voor het pachten van een stuk strand 174 gulden per strekkende meter. De gemiddelde strandtent is tussen de zestig en tachtig vierkante meter, hoewel er ook uitzonderingen zijn die 120 of zelfs 150 vierkante meter beslaan. De gemeente maakt geen onderscheid naar plaats: “Voor een stuk strand aan de boulevard vragen wij evenveel als voor een stuk grond op het naaktstrand”, zegt een woordvoerster van de gemeente Zandvoort.

Omdat de meeste strandtenten alleen in de zomer staan, zijn er ieder jaar een aantal terugkerende kostenposten. Zo moet de tent ieder jaar op- en afgebouwd worden, moeten de materialen in de wintermaanden ergens opgeslagen worden en moet bij het begin van het seizoen steeds opniewu water, elektra en telefoon aangelegd worden. De kosten van dit alles bedragen volgens het Bedrijfschap Horeca jaarlijks tussen de 20.000 en 30.000 gulden.

Veel exploitanten hebben de afgelopen jaren geld gestoken in de uiterlijke verfraaiing van hun tent. Dat moeten ze wel, omdat de bezoekers van het strand ieder seizoen veeleisender worden. “Vroeger stond het strand vol met gewone ligstoelen” zegt Van den Berg, “nu willen de klanten allemaal zo'n ligbed en heb ik 400 stoelen in het pakhuis moeten opslaan.” Zijn paviljoen lijkt in de verste verte niet meer op de strandkeetjes van vroeger. Van den Berg:“Voor de ijsblokjesmachine die ik deze zomer heb gekocht, moest ik evenveel betalen als voor mijn eerste strandtentje.”