Pruik van Britse rechter wordt al te stoffig

Het aantal justitiële schandalen in Groot-Brittannië is de laatste jaren zo sterk gestegen dat het vertrouwen in de Britse politie en justitie danig gedaald is. Het systeem is aan herziening toe, maar de weerstand daartegen is nog altijd groot.

LONDEN, 29 JULI. Er was een tijd dat het een genoegen was om in de handen van de Engelse politie te vallen - als je tenminste aan het Amsterdamse bureau Warmoesstraat gewend was. Als toerist in Londen was het behoorlijk onhandig dat je handtas uit je hotelkamer was gestolen, maar de reactie van de politie maakte al veel goed. Niets zelf formuliertje invullen op het bureau en inleveren bij een rechercheur die nauwelijks opkijkt. Nee, de Londense recherche kwam bij ons, twee man sterk, op een tijd dat het ons schikte. Het optreden van de rechercheurs, beleefd maar toch gemoedelijk, versterkte het stereotype van de Engelse politieman, van de goeiïge bobby-on-the-beat tot het soort scherpzinnige, strikt eerlijke establishment politie-commissaris dat in Engelse hoorspelen als Paul Vlaanderen placht te worden opgevoerd.

Die romantische kijk op de politie is, ook bij de Britten zelf, grotendeels verdwenen. Groot-Brittannië is de laatste tien jaar getuige geweest van een aantal justitiële schandalen, waarin de politie - en vooral de recherche - corrupt en onbetrouwbaar is gebleken. In 1989 werd de hele afdeling ernstige misdrijven van de politie in de regio West Midlands opgeheven, verdacht van het knoeien met bewijsvoering. Twee maanden geleden besloot de nieuwe Director of Public Prosecutions (DPP), Barbara Mills, dat er niet voldoende bewijs is om de 220 politiemannen onder verdenking nu nog te vervolgen. Die beslissing kwam op dezelfde dag dat inmiddels het negende onschuldige slachtoffer van de wanpraktijken bij de West Midlands Police in hoger beroep vrijuit ging. De betrokken politiemannen, van wie er volgens berichten ten minste tien ver over de schreef zijn gegaan, wacht nu hooguit nog een disciplinaire straf.

Een aantal andere politiekorpsen - en in hun kielzog vervolgende en veroordelende magistraten - is ernstig in opspraak gekomen door de vrijlating van de zogenaamde Birmingham Six, de Maguire Seven, de Guildford Four en Judith Ward. Met uitzondering van Ward ging het allemaal om Ieren, verdacht van en veroordeeld wegens terreuraanslagen op pubs en op een bus ten tijde van de (vorige) IRA-campagne op het vasteland van Engeland. Sommigen van hen hebben achttien jaar onschuldig vastgezeten, anderen zijn inmiddels overleden.

In Ierland doet een wrange grap de ronde :“Wat vind je van de Renault 5?” Antwoord, als een reflex: “Onschuldig!”. Maar het wantrouwen tegen het Britse rechtssysteem, dat in Ierland al langer bestond, heeft nu ook elders in het buitenland post gevat. De Britten zelf voelen die kritiek als uiterst pijnlijk. De regering heeft in maart 1991, na de vrijlating van de Birmingham Six, daarom een krooncommissie ingesteld die het hele systeem van strafrechtelijke vervolging moet doorlichten. De commissie, onder leiding van Lord Runciman, moet in de zomer van 1993 rapport uitbrengen en liberale geesten hopen op snel volgende verandering. Maar het strafrechtelijk establishment - van de top van de 43 regionale politiekorpsen, tot gevestigde advocaten, tot segmenten van de rechterlijke macht - zet zich nu al schrap.

Gareth Williams QC (Queen's Counsel) is voorzitter van de Bar Council (ruwweg te vergelijken met de Nederlandse Orde van Advocaten). Hij lijdt onder het slechte imago van het Britse rechtssysteem. “Het is een schandaal, om eerlijk te zijn. Wij advocaten moeten daar niet al te zelfingenomen over doen. Het is ook onze schuld dat het zover is gekomen.”

De Bar Council is één van de talloze groeperingen die de Commissie Runciman overstromen met voorstellen voor een beter systeem van strafrechtspleging. Een aantal van haar aanbevelingen vloeit rechtstreeks voort uit de fouten die er gemaakt blijken te zijn bij de veroordeling van de Birmingham Six, de Maguire Seven, de Guildford Four en van Judith Ward. Zo wil de Britse advocatuur een eind gemaakt zien aan veroordelingen alléén op grond van een bekentenis op het politiebureau. De ervaring heeft inmiddels geleerd dat dergelijke "bekentenissen' maar al te vaak onder druk van de politie tot stand komen. Ze wil dat verhoren van verdachten op het politiebureau niet langer meer alleen worden samengevat in een proces-verbaal, maar worden opgenomen op de (video)band. De Bar Council wil een eind gemaakt zien aan een praktijk waarin de vervolgende instantie oneindige middelen tot zijn beschikking heeft en de verdediging geen tot weinig.

Elke QC, hij die “zijde” heeft aanvaard en is toegelaten tot “the bar”, het hekje van waarachter voor rechter en jury om bewijs wordt gestreden tussen aanklager en verdediger, kan als erkend “barrister” door de Public Prosecution Service worden aangezocht om in een bepaalde zaak als officier van justitie op te treden. Anders dan wanneer hij de verdediging van een verdachte op zich neemt, heeft de advocaat-barrister in die rol toegang tot de beste experts, de verfijndste laboratoriatechnieken en alle hulpmiddelen die de staat tot zijn beschikking kan stellen bij het opsporen van getuigen en bij het loskrijgen van informatie bij - bij voorbeeld - banken en ministeries. De verdediger, hoe ongelofelijk dat in Nederlandse oren ook klinkt, heeft niet automatisch toegang tot de bewijsstukken die de vervolger in zijn dossier heeft. Bij de vrijlating van Judith Ward kwam aan het licht dat de officier destijds voor de verdediging had verzwegen dat een psychiatrisch expert haar als verregaand psychisch onstabiel had omschreven - rijp om alles te bekennen wat de politie maar van haar wilde horen.

Als hij geen rijke cliënt heeft, zijn de financiële middelen van de verdediger beperkt en heeft hij maar beperkt toegang tot vaak tweede-rangsexpertise. De advocaat van de verdachte heeft niet automatisch toegang tot het politieverhoor en ook verder contact met zijn cliënt verloopt niet zo ongehinderd als dat in Nederland gebeurt. De mogelijkheden om van een veroordeling in beroep te gaan zijn beperkt en liggen voor een deel in handen van een onderbemande afdeling niet juridisch-geschoolde ambtenaren op het ministerie van justitie. Al die omstandigheden wil de Bar Council veranderd zien.

“Een kans die je maar één keer in de honderd jaar krijgt”, noemt Gareth Williams de werkzaamheden van de commissie-Runciman. De voorzitter van de Bar Council is optimistisch over de uitkomst van die werkzaamheden en behoort niet tot degenen die verwachten dat volgend jaar de herinnering aan al die spectaculaire foute veroordelingen al bij het publiek zal zijn weggezakt, met als resultaat dat de aanbevelingen in dank worden aanvaard, maar vervolgens niet worden uitgevoerd. Eén van de redenen daarvoor is het feit dat bij het Home Office nog een ongelofelijk aantal van 800 zaken van mogelijk ten onrechte veroordeelde gevangenen op onderzoek wacht. “Ik weet persoonlijk van zaken waarin verdachten onschuldig zijn veroordeeld. Hun vrijlating zal zeker nog volgen.”

Sinds in 1989 als eersten de Guildford Four werden vrijgelaten, zijn nog eens 38 veroordelingen ongedaan gemaakt. Het ging om zaken waarin sprake was van gebrek aan ondersteunend bewijs, van achteraf ondeugdelijk bewijsmateriaal afkomstig van politie of van gerechtelijke deskundigen, of van het door de vervolgende instantie achterhouden van mogelijk bewijs dat vóór de verdachtte pleitte. Williams mag zeggen dat de advocatuur zich dergelijke bewijzen van onvermogen mag aantrekken, maar hoe zit het met de gevoelens van eigenwaarde van de rechters?

Engelse rechters lijken een onbegrensd vermogen te hebben om zichzelf, en daarmee hun beroepsgroep, in opspraak te brengen. Vanonder hun gelige pruiken en hoog verheven boven het gewone volk op de vloer van de rechtszaal, spreken zij oordelen uit die het vooruitstrevende deel van de rechterlijke macht tot wanhoop drijven. Ze hebben het over “nikkers” en tonen hun afkeer van alles wat zwart, links, Iers of homeoseksueel is openlijk. Ze leggen een lichte straf op als een verdachte uit hetzelfde regiment komt als zijzelf, of geboren is in dezelfde streek waar zij vandaan komen. Er zijn in de afgelopen vijf jaren rechters geweest die verdachten vrijuit lieten gaan, omdat zij meenden dat vrouwen “ja” bedoelden als zij “nee” zeiden tegen de seksuele avances van een man. Eén rechter sprak uit dat vrouwen verkrachting konden voorkomen door hun benen tegen elkaar te houden, een ander vergoelijkte de seksuele intimidatie van een man jegens zijn minderjarige stiefdochter met de overpeinzing dat de moeder van het gezin vergevorderd zwanger was, zodat de vader voor zijn seksuele verlangens wel op een ander was aangewezen.

Natuurlijk vertekenen dit soort neanderthalers in de rechterlijke macht het totale beeld. Maar het helpt niet dat rechters in Engeland tot hun 75ste jaar (High Court) mogen blijven zitten, zich openlijk afvragend wie toch die Beatles waren waaraan zo vaak gerefereerd wordt. Het helpt evenmin dat twee op de drie rechters nog steeds een achtergrond heeft van kostschool plus Oxford of Cambridge en stemt op de Conservatieven. Een jonge, frisse linkse rechter is een zeldzaam verschijnsel. High Court-rechters worden door de Lord Chancellor, lid van het kabinet, gekozen uit het bestand van advocaten, na geheim overleg met vooraanstaande rechters. Het systeem houdt zichzelf door deze procedure in stand. Wie als "barrister' naam maakt, weet dat zijn gedragingen en uitlatingen, ja zelfs zijn persoonlijke omstandigheden, terecht komen in een geheim dossier, waarin alleen de Lord Chancellor inzage heeft. Pleidooien in het verleden om de benoemingsprocedures van rechters openlijker te laten verlopen, zijn altijd tegengehouden met de verdediging dat dan de informatiebronnen zouden opdrogen. Er zijn tekenen van verandering, maar de club van rechters is nog steeds in hoge mate een besloten club - en de club zit allerminst te wachten op de aanbevelingen van Lord Runciman.

Gareth Williams QC, wie weet zelf ooit rechter, is niet helemaal pessimistisch over de onbeweeglijkheid van de rechters. Hij, als vele anderen, heeft zijn hoop gevestigd op de zojuist benoemde Lord Chief Justice, Lord Taylor (62). Hij volgde in april Lord Lane (73) op, die als hoogste rechter sterk bekritiseerd werd wegens zijn weigering één woord van verontschuldiging te wijden aan de gerechtelijke dwalingen die onder zijn gezag waren begaan. Lord Taylor zelf trad als aanklager op in een zaak tegen een verondersteld seksueel misdadiger, die onlangs na jaren gevangenschap als een gebroken man werd vrijgelaten. Taylor erkent dat zijn belangrijkste taak is om vertrouwen in het Britse systeem van (straf)rechtspraak te herstellen. Hij heeft zijn achterban al tegen de haren ingestreken door voor te stellen dat rechters voortaan geen pruiken meer dragen - “we zien er lichtelijk belachelijk mee uit” - en door op te roepen tot minder grote afstandelijkheid jegens de maatschappij waarover zij oordelen.

“Ik denk dat we té beschermend en té voorzichtig zijn geweest en dat het moment is gekomen om onze houding zo te bepalen dat die beantwoordt aan de verwachtingen van de hedendaagse maatschappij,” zei Lord Taylor onlangs in een toespraak. Rechters mochten van hem best - ondenkbaar tot nu toe! - over hun werk praten of in een commissie gaan zitten, als ze dat maar verstandig deden. “Als we blijven zwijgen wordt dat uitgelegd als arrogantie, als zelfingenomenheid of als onvermogen om kritiek te weerleggen.”

Gareth Williams vindt dat hoopvolle geluiden. Hij gelooft in wat hij noemt “het notekraker-effect” om het Britse systeem te veranderen: de aanwezigheid van Lord Justice Taylor, de aanbevelingen van de commissie-Runciman, plus de ongerustheid bij het publiek over series gerechtelijke dwalingen die nog zullen blijken. “Je bent geneigd je eigen systeem van rechtspleging altijd het beste te vinden, deels omdat het je in een machtspositie brengt. Maar zelfkritiek is hard nodig.” Of, zoals de nieuwe Lord Chief Justice in ander verband zei: “Damn it all, het zou toch mooi zijn als we ons aan de twintigste eeuw zouden kunnen aanpassen vóór de éénentwintigste eeuw begint.”